De overwinning van Bradley Wiggins in de Tour de France van 2012 was niet alleen een mijlpaal voor de renner, maar ook een gedenkwaardig evenement in de sportgeschiedenis van Groot-Brittannië. Nooit eerder won een Brit de belangrijkste wielerwedstrijd van het jaar. Ook Andy Murray, de eerste Britse finalist op Wimbledon sinds Fred Perry, draagt bij aan een nieuw elan. Tekenend: Perry speelde zijn wedstrijden in het interbellum. Oftewel: Hoe Britten vakkundig de sport overnemen (en daarmee onbewust om zeep trachten te helpen).

Auteur: Von Wallenstein

Wielrennen was ooit een sport voor het Europese vasteland. Fransen, Spanjaarden, Italianen, Belgen, Nederlanders en een paar verdwaalde Duitsers, Zwitsers en Luxemburgers. Dan hield het verder wel op, daar in het doorgesnoven peloton. Tot aan 1986 leverden deze acht landen alle winnaars van de Tour de France. Stephen Roche en Greg Lemond, een Ier en een Amerikaan, brachten een eind aan deze reeks. Sindsdien is het wielrennen in een rap tempo gemondialiseerd. Hoewel er nog wel overwinningen voor het Europese vasteland waren, namen de Engelstaligen al snel de regie over. Eerst was er de jarenlange heerschappij van Amerikaan Lance Armstrong, vorig jaar was er Australiër Cadel Evans en dit jaar leverde Groot-Brittannië haar eerste winnaar af: Bradley Wiggins

Datzelfde Groot-Brittannië levert al enkele jaren de beste sprinter van het peloton: Mark Cavendish. Beide renners zijn afkomstig uit het reeds langer door Britten gedomineerde baanwielrennen. Dat zij nu succes op de weg boeken, is geen toeval. Team Sky, de ploeg van Wiggins en Cavendish, is het Manchester City van het wielrennen. Ze hebben het grootste budget, waar ze handig gebruik van maken. Ze innoveren de sport. Wat ze, waarschijnlijk onbewust, daarnaast doen, is alle spanning uit het wielrennen wegnemen.

Toen Armstrong zevenmaal achter elkaar de Tour won, sprak men van een saaie overheersing. In vergelijking met de Sky-dominantie was het rijden van Armstrong een verademing. Die streed namelijk met Pantani en Ullrich, door tempo te laten rijden, maar ook door zelf hier en daar een vernietigende demarrage in te zetten. Niets van dat alles bij Team Sky. Christopher Froome, weer een Brit en kroonprins van Sky, werd zelfs teruggefloten door de leiding toen hij spanning wilde brengen, met een demarrage voor eigen kansen. Over Armstrong doe ik overigens, sinds het ontploffen van de dopingbom, voorlopig geen uitspraken meer. Een blog over doping in de sport zal ongetwijfeld binnen afzienbare tijd volgen, maar Lancegate moet eerst even afkoelen.

Natuurlijk valt Sky inzake dit alles niets te verwijten, ze willen louter winnen, het belangrijkste doel in sport. Voor de neutrale beschouwer is het echter een verschrikking, al die controle van een peloton. Eenzelfde ontwikkeling valt er waar te nemen in het voetbal. Manchester City is de rijkste ploeg ter wereld en pakte vorig jaar de eerste landstitel. De Champions League wonnen ze nog niet, maar dat lijkt een kwestie van tijd. Andere dominante ploegen, voornamelijk door een overschot aan geld en het betalen van belachelijke bedragen, zijn Manchester United en CL-winnaar Chelsea. Het laatste team wordt al jaren financieel gefundeerd door de Russische oliebaron Roman Abramovich, die pas tevreden zou zijn als hij de Champions League won. Afgelopen zomer, na de langverwachte overwinning, gaf Chelsea maar liefst 86 miljoen euro aan spelers uit. Men is nog lang niet klaar. Volgende transferperiode wil Abramovich namelijk de Colombiaanse sensatie Radamel Falcao halen. De spits kost waarschijnlijk 65 miljoen euro.

In zowel het wielrennen als het voetbal ligt het gevaar van Britse overheersing op de loer. Hoewel er in beide sporten (toevallig allebei uit Spanje) grote concurrentie is, lijkt het minder georganiseerde en arme vasteland van Europa (in deze sporten) het onderspit te gaan delven. En dat is jammer, want de beste hoort te winnen. Niet de rijkste. Waar velen afgelopen sportzomer een hekel kregen aan Spanje als sportland, moeten we rekening houden met Groot-Brittannië. Want, laten we eerlijk zijn: ik verkies Alberto Contador en zijn souplesse boven tijdrijder Bradley Wiggins, de Ferrarirode Alonso boven  Mercedeswijsneusje Hamilton, La Rioja met droomvoetballers Iniesta en Xavi boven de Three Lions met blokhoofden als Wayne Rooney en zuiger Rafael Nadal boven huilebalk Andy Murray.