Menig letterenstudent heeft er talloze malen van gehoord: het gedachtegoed van filosoof en literatuurcriticus Roland Barthes. In de jaren 60-70 van de vorige eeuw was hij een grondlegger van de moderne literatuurkritiek. Eén van de belangrijkste essays die Barthes ooit heeft geschreven is ‘La mort d’auteur’, of: ‘De dood van de auteur’. Barthes hield niet zo van auteurs. Sterker nog, hij zag ze het liefst dood. Morsdood.

Auteur: Sophiesticated

Nu was Barthes niet zo letterlijk als in zijn doodverwensingen, maar met de dood van de auteur wordt bedoeld dat de auteur voor de lezer niet nodig is om de tekst te interpreteren. De visie van de auteur zou te verlammend werken op de interpretatievrijheid van de lezer, daarom moet deze weggelaten worden bij literatuuranalyse.

Als je ooit iets literairs hebt gestudeerd, leer je als één van de eerste regels voor het analyseren van een roman: nooit, maar dan ook nooit de hoofdpersoon met de auteur verwarren. Dit in het kader van Barthes: de auteur is toch dood, dus probeer hem ook vooral niet in de tekst te spotten. Ik heb dit altijd maar vreemd gevonden. Waarom mag de auteur niet meedoen? Zelfs niet een klein beetje? Zonder de auteur hadden we niet eens een tekst voor onze neus gehad, dus hem of haar helemaal vergeten is wel erg rigoureus. Sterker nog, mogen we niet blij zijn met de visie van de schrijver voor het lezen van een tekst?

Als brave student Nederlands heb ik me altijd aan de nazistische regels der verhaalanalyse gehouden bij het maken van mijn essays. Ik wilde ook alleen maar een voldoende halen. Echter, de rest van de wereld heeft er nog altijd moeite mee. Zo staat er nog altijd een fatwa op het hoofd van de Britse schrijver Salman Rushdie na het uitkomen van The Satanic Verses in 1988. Totaal onvergelijkbaar met een schrijver als Rushdie maar ook Kluun is een mooi voorbeeld van een auteur die met het hoofdpersonage verward wordt. Wie heeft er over Komt een vrouw bij de dokter niet gezegd dat Kluun een lul was die zijn vrouw heeft bedrogen? Toegegeven, Kluun geeft schaamteloos toe uit zijn eigen ervaringen als schuinsmarcheerder te hebben geput. Daardoor maakt hij het de lezer extra moeilijk de auteur Kluun van de hoofdpersoon Stijn te onderscheiden.

Het leuke is dat er in enkele moderne romans keihard de vloer wordt aangeveegd met het postmodernistische principe van Barthes. Zo heet de hoofdpersoon in Park, de debuutroman van Willem Claassen, Willem. Daarnaast heeft Willem in Nijmegen gestudeerd en gewoond, net als Willem Claassen. Een ander leuk voorbeeld is het personage Joost de Vries uit Clausewitz door Joost de Vries. Weliswaar geen hoofdpersoon, maar toch de beste vriend van Tim Modderman, de held van het verhaal. De auteur is niet dood, sterker nog, de auteur is springlevend en speelt de hoofdrol in zijn eigen verhaal. Zonder schaamte, zonder bescheidenheid.

Barthes zou zich omdraaien in zijn graf. Het wordt de lezer zo wel heel moeilijk gemaakt om de auteur van de hoofdpersoon te scheiden. Waarom zou je als lezer de moeite nog doen?

Het maakt van mij een baldadige lezer, als ex-student die geen voldoendes meer hoeft te halen, zeg ik: move over Barthes, ik ga de auteur Willem niet scheiden van de hoofdpersoon Willem. Het is genoeg met jou, pestkop van schrijvers die zo hebben geploeterd op hun verhalen. En dan zeg jij lekker makkelijk: de auteur mag niet meedoen. Ik zal dit zeggen, wat je nooit hebt willen horen uit de mond van een letterenstudente: de interpretatie van de auteur is voor veel mensen wél belangrijk voor het begrijpen van een boek.

Volgens mij ben ik bepaald niet de enige die er zo over denkt, maar denken veel moderne auteurs precies hetzelfde. En veel lezers trouwens ook. Auteurs geven zelf al de boodschap af dat ze actief willen blijven bij de tekstinterpretatie, door personages te creëren die heel dicht bij zichzelf liggen: die zelfs hun naam dragen. En waarom is het zo’n taboe dat je je als lezer afvraagt wat de auteur met iets bedoelt?

Ook al is de auteur lang geleden doodverklaard, helemaal weggeweest is hij nooit. De auteur is altijd belangrijk geweest in het literaire debat. Denk maar eens aan de talloze schrijvers die opdraven in praatprogramma’s zodra hun nieuwe boek is uitgekomen. En diezelfde schrijvers treden op in bruine cafés, waar ze, gewapend met een glas rode wijn, heel erg hun eigen interpretatie opdringen aan de lezers, die dat maar al te graag willen weten, en die na afloop hun exemplaren onder de neus van de schrijver duwen met de vraag of deze een citaatje wil neerkalken. Anders kwamen ze niet naar dat bruine café.

Het is de stem van de auteur die vaak wordt gevraagd uit zijn eigen boek voor te lezen of zelfs een luisterboek in te spreken. Je kunt wel heel hard roepen dat de auteur morsdood is, zijn belezend kijkende gezicht siert nog altijd de achterkantjes van menig roman.

Roland Barthes heeft een onverbiddelijke invloed gehad op vrijwel mijn gehele studie maar ik heb besloten me van de oude meester af te zonderen. Geen Barthes meer voor mij. De auteur leeft. En hoe.

Als ik ooit een roman schrijf, over een zeer succesvolle, razend intelligente, goddelijk mooie vrouw, dan weet ik al een perfecte naam voor het vrouwelijke hoofdpersonage: Sophiesticated. Aan de nieuwe lichting studenten Nederlands: probeer mij maar eens dood te verklaren.