Soms denk ik even terug aan rare fratsen die de nationale televisie halen. Vaak speelt mijn Jan Mulderitis dan op en wijst mij op extreme auditieve ergernissen: Kane live in concert, TROS Muziekfeest, kabouters die aan grootheidswaan lijden en verwachten dat alles wat ze doen toch wel leuk is, en doodleuk als een malle op een trommeltje gaan slaan (ja, ik heb het over de knuffelkakofonie van Roel van Velzen); er zijn talloze mulderiaanse ergernissen. Af en toe glipt er een muziekopvatting doorheen die mij weer doet geloven in het voortbestaan van de neanderthaler. Zo werden mijn pupillen en trommelvliezen eens majesteitelijk verwend met een onderzoek naar de teksten van De Jeugd van Tegenwoordig.

Auteur: Gray Pathos

Kort zal ik het baanbrekende onderzoek naar de tekst van Watskeburtsamenvatten, want ik ben bang dat het mensen ontgaan is. Er was eens een lief meisje dat Media en communicatiewetenschappen studeert (whatever that may be), en dat de populaire fopband aan een analyse onderwierp. Ze ontwikkelde een schema waarin ze Fabergé afzette tegen Niki Lauda en de Vrouw. Met de meest idiote interpretaties, prachtig geïllustreerd in Paint, kwam zij tot de conclusie dat er een diepe intertekstuele relatie bestond tussen de drie.

Met open mond keek ik naar deze schoonheid, niet omdat ze zo mooi was, maar omdat ik schaamte voelde… diepe schaamte. Deze vrouw liet mijn droom in duigen vallen, nooit meer zou ik serieus genomen worden als ik mijn mond open zou trekken over mijn opleiding Cultuurwetenschappen. “O, net zoiets als wat die chick op tv deed met die tekst van die vreemde vogels met die rare rapliedjes, die meid was gèèèèk,” spookte al rond door mijn hoofd. Maar gelukkig slechts voor heel even, tot het verlossende antwoord op de al even bizarre vraag, die mijn definitieve duwtje in de afgrond der hoogopgeleide werkloosheid kon betekenen, kwam: ”Klopt dit?”

Ik ben De Jeugd van Tegenwoordig  (wat klinkt dat toch raar) eeuwig dankbaar voor het op alle fronten ontkennen van de juistheid van de analyse van deze ‘studerende’ middelbare scholier. Want ik heb het al moeilijk genoeg. Ploeteren, twintig keer nadenken over relevantie, dat probeer ik essay na essay aan de dag te leggen. Ik refereer aan politieke debatten, culturele representaties van normvervaging, psychologische reacties van en op kunst, en dan komt een of andere kleuter zich profileren door middel van een analyse in fucking PAINT van een ritmisch raarpratend popbandje? Even stortte mijn wereld in en drukte ik mijn passionele culturele betrokkenheid uit als het gore slachtoffer van extra belasting, de sigaret.

Terwijl mijn idealen de riolering in draaiden, sprak de maker gelukkig wijs en constateerde daarmee dat dit schattige (oh, schijn, wat bedrieg je) studentje beter wat nuttigs met haar leven kon gaan doen. Ja vroeger, toen deden we dat nog, als de leraar Engels binnen kwam zeiden we smalend: ”Hi teacher, how goes it with you? Have you still anything excitings belived?”  Speels waren we toen, wereldverbeterend, anarchistisch. Maar eenmaal buiten de schoolmuren waren we weer allemaal bang. Bang, voor de enge maatschappij die zich niet interesseerde voor flauwe woordgrapjes en flutonderzoekjes, hoogstens lezers van de Story, de Privé en de Paranoia (excuus, Panorama).

Bij dezen wil ik mij nogmaals, namens alle studenten die zich bezigen met culturele analyses, diep verontschuldigen voor deze vrouwelijke Diederik Stapel in de dop. We doen ons best Nederland, we laten je niet in de steek. Wij vinden wel een weg naar culturele verrijking, muzikale perfectie, de omarming van kunst als motor voor een betere samenleving. Betekenis van muziek, die mogen jullie als cultuurliefhebbers zelf toekennen. Ben gerust lyrisch over briljante Pink Floyd-passages, het oorverdovende gecompliceerde tempo van een speed-death-metalmathcoreband of desnoods het gouden keeltje van Zanger Rinus. But seriously dude, don’t you analyse this shit. Tenzij je je bevindt in een stinkende schoolkantine met quasiverantwoord pubervoedsel.

Geniet, maar luister met mate.

Externe link(s)

Bekijk hier het item uit DWDD waarin het onderzoek wordt besproken