Het einde van het jaar nadert. De nachtvorst teistert onafgebroken onze dorre akkers. Onze tip: zorg dat je thuis kunt blijven, drink warme chocomel en lees Incognitief. Onder een dekentje of bij de verwarming. Bij het eind van het jaar horen lijstjes; wie houdt er niet van? De redactie van Incognitief is er verzot op. Daarom komt er op ieder ‘vakgebied’ een compilatie van het afgelopen jaar. Met wat we maar willen. Deze week: de beste muziek van 2012 in een beknopt overzicht.

Auteur: Gray Pathos

Hallo? Zijn jullie er nog? Fijn. De Maya’s featuring de orthodox Christelijke kerk zaten er dus naast. Het einde komt echter toch steeds dichterbij; het einde van een muzikaal jaar. Een jaar dat traditioneel start met het Eurosonic Festival in Groningen, speciaal voor muziekbobo’s, pers en ander barbaars tuig. Graag sluit ik me aan bij deze groep aan het eind van het jaar, om even achterom te kijken of alles een beetje gelukt is. Wat blijkt: er viel niet zo heel veel te genieten, het was een zuinig muziek jaar. Blijkbaar dringt economische crisis aan tot muzikale crisis. Het (al dan niet mosh-)pitje staat laag en wat vooral opvalt: wat zijn we toch soft geworden met zijn allen.

Maar laat ik desondanks proberen een lijstje te maken voor de liefhebbers van al het moois dat ik dit jaar in verre oorden, diepe krochten en stoffige uithoekjes aan muzikale ervaring op de kop heb weten te tikken. Laat ik beginnen met een stel jonkies die mij vorige week versteld deden staan.

Liquid Snow speelde drie jaar geleden nog in de luiers, heden ten dage zijn de pubers uitgegroeid tot een volwassen indie-band met hitpotentie en undergroundkrediet. Wellicht vinden we in het Nijmeegse Liquid Snow de iets noordelijke equivalent van het Limburgse DeWolff. In het voorprogramma van Rats On Rafts in de Merleyn verblufte deze band mij door gelikte arrogantie in te pakken in een smakelijke mix van rock ‘n’ roll en melancholische indiepop.

Ook de vaderlandse dancescene trekt zo nu en dan een pareltje uit de elektronische oester. Op Zwarte Cross liet Nobody Beats The Drum zien dat het internationale allure heeft. De drie dj’s met hun psychotische visuals wisten de voetjes te overtuigen dat hoe moe ze ook waren, ze toch echt in een ritmische beweging de knetterharde beats dienden te volgen. Het Utrechts collectief verrast vriend en vijand met pure klasse aan de draaitafel.

Festival de-Affaire viel wat betreft de programmering ietwat tegen ten opzichte van vorig jaar, toch bleef er een prachtige Noorse vondst in het geheugen hangen: Honningbarna miste iets in haar hardcore punkrock en besloot doodleuk een cello in te zetten als orkestrale vernieuwing. Niet zoals Apocalyptica dat cheesy doet met quasi-metalen Metallica-covers, maar met een sound die Anders Breivik zou doen besluiten zichzelf in een kasplantje te veranderen. Noorse preken poneren ze, met een overtuigingskracht waar je als anderstalige niets anders kan doen dan instemmend knikken.

Als ik het toch over bikkelharde brulmuziek ga hebben… ik verloor dit jaar twee grote liefdes. De een, Face Tomorrow, heb ik al besproken in een van mijn columns; de ander, Alexisonfire, nog niet. Alexisonfire begon een decennium geleden als post-hardcore punkband en groeide langzaam uit tot een van de beste melodische punkbands van de eenentwintigste eeuw. Onder leiding van multi-talent Dallas Green die moeiteloos de lead-gitaarpartij en cleane zang (antoniem: grunten) op zich neemt, stoomt deze sneltrein door zijn gevarieerde setlijsten heen. Het begon allemaal met een rechtszaak van de oorsprong van de bandnaam, de vrouwelijke stripper Alexis, het eindigt met een aantal bloedmooie albums, die de naakte waarheid verkondigen van liefde, politiek en maatschappij.

Als laatste positieve jaarkanttekening wil ik diep buigen voor de Canadese folkband die wel het verschil maakt: The Rural Alberta Advantage. Poppodia in Nederland, slaat de handen ineen, verenigt u, leg wat geld bij elkaar, haal deze ruwe diamant naar ons kleine kikkerlandje. Deze jongens kunnen namelijk betoveren als geen ander en weten contrasterende elementen samen te smelten tot in de puntjes nét niet uitgewerkte indiepop. Een drummer die zijn drumstel bijna te snel af lijkt te zijn gecombineerd met prachtige samenzang van de ongepolijste mannenstem en mierzoete vrouwensopraan, dat is The Rural Alberta Advantage. De legering van twee ruwe edelmetalen schittert in het oog en nestelt zich voor altijd in het oor.

Nu ik mijn ontdekkingen van 2012 op een rijtje heb gezet, wil ik toch nog even, gewoon, omdat ik er zo van hou, de tegenvallers noemen: de countrycomeback van Green Day, de metamorfose van Trijntje Oosterhuis naar Anouk, de boterberg aan opgeilende dubstep voor de massa, de ultieme overgave aan het grote geld van Racoon, dat haar eerste twee briljante platen vernietigd lijkt te hebben met uitzondering van single Feel Like Flying, de oerlelijke resultaten van een goed programma: de matties van Ali B samen blèrend met uit de dood opgewekte ouwe heksen en dokters Bernhard, en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Maar dat doe ik niet, want wat ik niet voor mogelijk hield is me gelukt: een lijstje van hartverwarmende hoogtepunten die langer blijven dan een X-factoruurtje, een The Voice-minuutje, of luttele Popstars-seconden. Ik hoop dat de lezer, als hij de kerstliedjes (let wel: Replay is terug met een heuse kersthit zónder Gordon!) beu is, mijn adviezen kan waarderen en de al dan niet verdwenen bands in leven weet te houden.

Namens Gray Pathos, iedereen een vrolijk kerstfeest en een nieuw jaar met tonnen aan muzikaal vuurwerk!