In ieder beroep waarin creativiteit een hoofdrol vervult, staan helden op. Het voetbal heeft zijn vedettes; David Beckham met een fabelachtige traptechniek, Filippo Inzaghi met een neus voor de goal, Peter Schmeichel met katachtige reflexen. In de literatuur verbluft James Joyce vriend en vijand met zijn ellenlange complexe romans, glorieert Vladimir Nabokov met een even tedere als angstaanjagende beschrijving van een pedofiel in zijn Lolita en verraste Roald Dahl kinderen over de hele wereld met moderne sprookjes als de G(rote) V(riendelijke) R(eus). Zo zijn er talloze helden, evenzeer verguisd als geliefd. Tarantino die Hollywood op de hak neemt met zijn spijkerharde satire en Thomas Vinterberg die met Festen een wereldschokkend intiem drama (waarbij je lacht, maar niet meer snapt waarom je dat doet) op het doek bracht. Ik merk dat ik niet eens kort van stof kan zijn als ik over helden schrijf, ze verleiden tot uitgebreide biografieën, want je wil ze doorgronden, je wil uitleggen waaróm ze zo goed zijn. De muzikale held maakt mij echter sprakeloos, in al zijn verschijningsvormen.

Auteur: Gray Pathos

Als je popmuzikant bent, ken je ze vast wel; bandleden die met de kop boven het maaiveld uitsteken, even getalenteerd als gewaagd, even bemind als gehaat, nota bene binnen hun eigen band. Het maakt echter veel uit welk instrument je speelt als het gaat om de invloed die je uitoefent.

Laat ik beginnen bij de basis: de ritmesectie. De status van percussie in de orkestmuziek is te vergelijken met die van de keeper in het jeugdvoetbal: als je niet kan voetballen, dan ga je maar in het doel staan. Toch is de keeper de sluitpost, degene die de nul moet houden. In de popmuziek is dat ook zo, een band staat of valt met een drummer. Als de drummer faalt, faalt de rest van de band mee, want alles valt uit zijn verband. Nu lijkt het alsof een drummer zich aan de regeltjes moet houden, maar dat is niet helemaal het geval. De drummer als onderscheidende factor bestaat.

Het mooiste voorbeeld daarvan is Steward Copeland, drummer en oprichter van The Police. Roxanne is niet interessant door de schreeuwerige zang van Sting, of door de gitaarrifjes van Andy Summers, maar door de onorthodoxe drumstijl van Copeland. Hij laat bepaalde gebruikelijke slagen op zijn snaredrum weg, waardoor een stuwend ritme ontstaat. Door een no hit op zijn drumkit, maakt hij het verschil tussen een wereldwijde hit en een nummer dat in de verdoemenis raakt. Hoe hard Sting ook “Roxanne, you don’t have to put on the  red light!” zingt, Steward, rijst stuwend tot ongekende hoogten.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=3T1c7GkzRQQ]

Laten we niet vergeten dat Sting ook een grote rol speelt als tweede man van de ritmesectie: de bassist. De bas is al sinds de voorloper van de rock ‘n’ roll een essentieel instrument. In het begin van de twintigste eeuw was de contrabas al de leidraad voor bigbands. Later werd de bassist de held in de rockabillymuziek. Maar de bassist als frontman, zou je zeggen, bestaat niet. Hoewel een bassist als frontman in de popmuziek niet gebruikelijk is, bestaat hij wel. In de negentiger jaren genoot de band Primus veel populariteit. Ze kenmerkte zich door zanger en bassist Les Claypool, die zijn basgitaar inzette als solo-instrument. Hij bepaalde het geluid van Primus, en ondersteunde dit met de door zijn fans gewenste zang. Met zijn band coverde hij Master of Puppets, een sleutelnummer van de volgende muzikant die ik wil belichten.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=SZDdrUi1HzI]

De echte rockers begrijpen wel wie ik bedoel: Kirk Hammett. Leadgitarist word je als je meer kunt dan anderen, als je tijdens een rifje ineens buiten de lijntjes begint te kleuren. Kirk wist dit begin jaren tachtig te bewerkstelligen binnen de heavy metal-formatie Metallica. Zonder Kirk, speelde de band uit Los Angeles voor een kratje bier en een familiezak zoute pinda’s. Deze jongen heeft vingers waar menig vrouw nat van droomt. Zijn rechtervingers convergeren in zijn plectrum, die van zijn linker huppelen over de frets van zijn elektrische gitaar. Kirk is, in tegenstelling tot zijn collega-bandleden, een bescheiden jongen. Drummer Lars Ulrich en zanger James Hetfield zijn technisch gezien allesbehalve hoogvliegers, maar overschreeuwen het gebrek aan kwaliteit met controverse. Hammett pingelt wat op zijn gitaar terwijl de rest van de band zichzelf de ellende in dronk in de jaren negentig. Eenzaam ben je als schuchtere jongen met een levensgroot talent, als je de grote podia haalt. Kirk mag dan een rustig kereltje zijn, altijd in de schaduw van Lars en James, zijn vingers spreken boekdelen die de Nobelprijs voor de Literatuur verdienen. Kirks plek is op het podium, wat daarbuiten gebeurt, interesseert hem niet. Hij was persoonlijk verantwoordelijk voor Metallica’s bestseller The Black Album in 1991.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=qtv5ZqsAFFc]

Zangers lijken op het eerste gezicht de meest excentrieke figuren voor rockbands. Logisch, want ze bespelen over het algemeen geen onderscheidend instrument waar ze zich achter kunnen verschuilen. Van het oorverdovende gejank van Aerosmith’s Steven Tyler, de weerzinwekkende raps van Zack de la Rocha, zanger van Rage Against The Machine tot het slome gebrabbel van Lemmy begeleid door zijn Mötorbende, er moet een bijzondere klik zijn, alsof je date met je publiek. Louis Armstrong had zijn trompet nog, maar zangers zijn over het algemeen naakt, met hun aller-intiemste instrument, de stem, als enig soelaas. Het hoeft allemaal niet mooi, het moet speciaal, met extra uitjes graag. Lou Reed, Bryan Ferry (Roxy Music), Ian Curtis (Joy Division), en de bekendste: Kurt Cobain. Allen zouden niet door de eerste ronde The Voice komen. Het hindert niet, er wachtte hen een veel zwaardere taak, jezélf presenteren! En maar hopen dat mensen jóú leuk vinden, en leuk blijven vinden. Geen wonder dat de laatste twee het niet meer vol hielden.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=JCVHAjTBb1U]

Als je heel veel geluk hebt, begin je een band waarin iedereen een muzikaal wonder is. Klasbakken, stuk voor stuk, die waanzinnig goede muziek maken met de moeite die de gewone man of vrouw steekt in het opwarmen van een magnetronmaaltijd. Een beetje jammen voor de leuk, dat is wat ze doen, meer hoeft niet. Psychedelische rock met klassieke invloeden, het moet maar bij je opkomen. Ik heb het over Focus, de beste Nederlandse band aller tijden. Maar helaas, dit gaat nooit meer gebeuren, want een formatie met louter creatieve topmuzikanten, dat is vragen om problemen… Probeer het niet te doorgronden, maar geniet!

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=9fEkYxRCl_c]