Het tij is gekeerd, ook de categorie Literatuur gaat aan de reeks. Te beginnen met ‘Memorabele romanpersonages’, waarin ik zal vertellen waarom een bepaald personage voor altijd in mijn herinnering zal blijven. Positief of negatief. Deel 3: Celis, de 28-jarige uitkeringstrekker zonder moraal uit de moderne schelmenroman Bankvlees door Jan van Loy.

 Auteur: Sophiesticated

Waar grootheden als Frits van Egters en Frans Laarmans, steunpilaren uit de Nederlandstalige letterkunde, al eerder in deze reeks voorkwamen zal Celis wellicht wat minder ‘Ja natúúrlijk’ momentjes oproepen. Eerder sprak ik al vol lof over Jan van Loy, die ik toch wel één van de meest ondergewaardeerde Vlaamse schrijvers van deze tijd mag noemen. Vooral in Nederland ondergewaardeerd, waar collega-Vlamingen/generatiegenoten als Dimitri Verhulst met de eer der knuffelbelgen strijken. Niets tegen Verhulst, absoluut niet, maar gaarne doe ik nu een voorzichtige poging om net iets meer bekendheid te genereren voor Van Loy.

Bankvlees is Van Loy’s debuutroman uit 2004 en werd meteen goed ontvangen: het werd bekroond met de Vlaamse Debuutprijs in 2005, stond op de longlist van de Gouden Uil en mocht een nominatie voor de Max Pam Award in zijn zak steken. Bankvlees past bij wat wij Nederlanders als die kenmerkende, rauwe Vlaamse stijl zien waar we zo van kunnen houden. Nogmaals, Nederlanders schrijven met hun hoofd, Vlamingen met hun buik. Jan van Loy is geen typische buikschrijver maar Bankvlees kent Louis Paul Boon-waardige uitspraken en situaties.

Celis is niet het hoofdpersonage uit Bankvlees maar de beste vriend van de naamloze hoofdpersoon. Celis is het brein van de twee, degene die de hoofdpersoon weet om te buigen naar een bepaalde levensstijl. Die levensstijl is niet bepaald doorsnee, al snel blijkt dat de twee mannen een hekel hebben aan de maatschappij en er alles aan doen om zich van alles dat normaal is te distantiëren. Ze smeden menig grof plannetje om aan geld te komen en zijn tot alles in staat zolang ze maar niet hoeven te werken. Want werken betekent meedoen met de maatschappij, met het gewone leven, een leven waar met name Celis een grote hekel aan heeft.

De twee mannen van eind twintig leven ’s nachts, leven van hun uitkering en eten ‘bankvlees’, het spotgoedkope restvlees dat de slager normaliter weg zou gooien. Het vlees dat normale mensen niet zouden aanraken. De gebeurtenissen waarin de twee snoodaards terechtkomen zijn niet mals, behoorlijk gemeen, schandalig, onrealistisch en vooral ongelooflijk grappig. Maatschappelijk werksters, zwervers, hoeren, rijkeluiszoontjes en natuurlijk vooral de overheid worden misbruikt voor geld, het enige dat de mannen nog kan verbinden met de maatschappij.

Met name Celis is een zeer doortrapte en vindingrijke ‘beroeps’werkloze;  zo gebruikt hij ascorbinezuur om vitamine c binnen te krijgen zodat hij geen geld hoeft uit te geven aan groente en fruit. Daarnaast is hij erg jaloers, arrogant en beschikt hij over een schimmig verleden waar ook de hoofdpersoon, zijn beste vriend, geen weet van heeft. Tussen de grappen en grollen door rijst namelijk de vraag bij de lezer én bij de hoofdpersoon: hoe in vredesnaam wordt iemand zo als Celis? Als er een nichtje van hem opduikt lijkt er iets in gang te worden gezet, maar al snel besluit je als lezer dat je geen steek bent opgeschoten. Celis blijft een mysterie.

De hoofdpersoon worstelt zich uiteindelijk los van Celis en de wereld die hij symboliseert; Celis ís die wereld. Celis is in feite een erg uitvergrote, absurde en onwelriekende versie van Holden Caulfield, de beroemde ‘Ik heb schijt aan de wereld’ oerpuber uit The Catcher in the Rye. Behalve grappig en rauw is Celis een tragisch personage, iemand die zich in eerste instantie te goed voelt om bij de maatschappij te horen maar hier uiteindelijk het slachtoffer van wordt.

Celis is een idealist, de ultieme anti-idealist; iemand die zo trots is op het feit dat hij geen normen en waarden en idealen bezit, dat dat zijn ideaal wordt. In sommige scènes lijkt hij een psychopaat, toch wekken andere scènes weer de indruk dat er meer aan de hand is met Celis. Wat dat is, dat mag je als lezer zelf bepalen. Zoals je dat wel meer mag van Van Loy, een schrijver die graag ‘tussen de regels’ schrijft, vrij voor interpretatie.

Bankvlees is geen aanrader voor de tere zielen en zwakke magen. Mocht je echter zin hebben in een boek dat de overheid op de hak op neemt en bol staat van de onrealistische, absurd aandoende gebeurtenissen, lees dan vooral Bankvlees.

En denk na over Celis, want in bijna ieder mens zit wel een beetje Celis.