De oplettende lezers van Incognitief hebben het vast al gemerkt: ik, als boekenliefhebber, lees significant meer werk van mannelijke auteurs dan van vrouwelijke. Hoe dat komt en waarom ik niet de enige ben zal ik nu uiteenzetten.

Auteur: Sophiesticated

Afgelopen week ben ik begonnen aan mijn eerste post-academische cursus ‘Recente Nederlandse en Vlaamse letterkunde’ aan de Radboud Universiteit, speciaal voor neerlandici en andere belangstellenden. Bij het introducerende college vertelde de docent dat de ‘eredivisie’ (zijn woorden, niet de mijne) van de Nederlandse literatuur, zijnde het kleine clubje dat gerecenseerd wordt door het NRC en de Volkskrant en dat genomineerd wordt voor belangrijke prijzen, bestaat uit ongeveer 70% mannelijke auteurs tegenover 30% vrouwelijke auteurs. Een zeer scheef percentage dat vraagtekens oproept, zeker in deze tijd waarin de gemiddelde Nederlandse vrouw op allerlei vlakken behoorlijk gelijk aan de man is. Of willen we eigenlijk helemaal niet ‘gelijk’ zijn en wordt dat weerspiegeld in moderne literatuur?

De docent vertelde daarnaast dat vrouwelijke auteurs wél in de meerderheid zijn wat betreft het aantal verkochte boeken. We spreken hierbij over 51% vrouwen tegenover 49% mannen. Deze lijst omvat niet alleen romans, maar ook kookboeken, chicklit, non-fictie etcetera. Kortom: mannen doen meer ‘mee’ met de belangrijke jongens, terwijl vrouwen meer gekocht en gelezen worden door het ‘plebs’. Denk aan schrijfsters als Saskia Noort, Paulien Cornelisse, Heleen van Royen, Esther Verhoef en Suzan Smit, allen auteurs met jaloersmakende oplages van tienduizenden boeken of meer.

Behalve schrijfsters die ‘literaire thrillers’ schrijven (over de belachelijkheid van deze term kan ik ook een column volschrijven, maar dat is van latere orde) zijn er nog legio vrouwelijke auteurs die gespecialiseerd zijn in de chicklit. Denk aan Helen Fielding, de schrijver van Bridget Jones’s Diary, toch wel de godmother der chicklits, of Candace Bushnell, de geestelijk moeder van Sex and the City. Van recentere orde zijn Stephanie Meyer van de Twilight-reeks en E.L. James (móet hier echt genoemd worden) van de verguisde doch geliefde Fifty Shades of Grey. Allemaal vrouwen die ongelofelijk veel boeken hebben verkocht, die niet slechts kunnen leven van hun schrijfwerk maar er ook nog miljonair door geworden zijn.

Hiermee wil ik één ding voorgoed uit de wereld helpen: er schrijven níet minder vrouwen dan mannen. Sterker nog, ik durf te beweren dat er veel meer vrouwen zijn die schrijven, zowel professioneel als recreationeel. Toch jammer dat ik veel vrouwelijke bekende auteurs niet zo heel denderend vind; uit de genoemde schrijfsters hierboven kan ik alleen Paulien Cornelisse en Heleen van Royen waarderen. De rest vind ik saai, niet prettig schrijven, niet spannend of sexy en ik heb over het algemeen een grondige hekel aan het lezen van chicklit, wat ik weer compenseer met mijn slechte smaak in tv en films.

Daarnaast zijn veel vrouwelijke personages vervelend neergezet, ze zijn vaak zeurderige karikaturen die door een glimlach of knipoog van een willekeurige man zichzelf al voor het altaar zien staan. De hoofdpersonages uit Bridget Jones’s Diary en Sex and the City zijn nog enigszins zelfstandige vrouwen met een eigen baan en vriendengroep, die in Twilight en Fifty Shades spannen de kroon als het gaat om alles wat het feminisme verboden heeft.

Na een decennialange strijd om gelijkheid tussen mannen en vrouwen blijken nietszeggende types als Bella Swan en Anastacia Steele toch weer de meeste boeken te verkopen. Meisjes die zelf niets kunnen, ongelofelijk onzeker zijn, weinig eigen interesses of vrienden hebben, niet voor zichzelf op durven te komen en natuurlijk gered moeten worden door hun (ietwat vreemde) prins op het witte paard. Het lijkt door de populariteit alsof de eenentwintigste-eeuwse jonge lezeressen massaal last hebben van het Sneeuwwitjessyndroom: je hoeft zelf niets te doen dan wachten in je torentje in een baljurk, pas als een prins je redt, zul je gelukkig worden.

Aan dat soort boeken stoor ik me enorm, ik die ben opgevoed met de Opzij in de linkerhand en de Tina in de rechterhand, voor de balans. De balans lijkt weg en de hulpeloze prinses is terug in boekenland. Droom maar vooral niet van een eigen carrière of een beetje zelfredzaamheid. Droom van een onbereikbare droomman die je handje vasthoudt als je hurkend boven een Franse wc moet plassen, want ook zoiets lijkt blijkbaar te moeilijk voor hedendaagse vrouwelijke romanpersonages.

Er zijn genoeg boeken geschreven door vrouwelijke auteurs die me wel aanspreken, daar ga ik het later over hebben. Ze zijn er zeker maar verdienen een eigen column in plaats van een simpele opsomming. Het doet me gewoon pijn dat zoveel vrouwelijke auteurs vervallen in Disney-esque clichés. Het verkoopt nog steeds, hoe sneu het ook mag zijn. Over het algemeen lees ik daarom toch meer mannelijke auteurs dan vrouwelijke, zowel uit de ‘eredivisie’ als uit de internationale literatuur.

Genomineerden voor prijzen als de Libris- en AKO-literatuurprijs zijn grotendeels mannelijk en tevens recenseren het NRC en de Volkskrant meer boeken geschreven door mannen. Op de leeslijst van de cursus staan zeven boeken van mannelijke auteurs en eentje van een vrouwelijke, daar gaan we dus al. Ik ben blijkbaar niet de enige, maar ik ben me er wel van bewust.

Dat vind ik al een stap in de goede richting.

P.S. Lieve lezers, als jullie goede boeken geschreven door vrouwelijke auteurs weten (géén ‘Young adult’ en literaire thrillers en het liefst Nederlandstalig) laat het me alsjeblieft weten. Ze zijn er genoeg, daar ben ik zeker van, ze moeten alleen nog even uit hun ‘30%’ hol worden gesleept.