ArgoVorige week bereikte ons vanuit Iran dan toch eindelijk het langverwachte nieuws: een team van Iraanse advocaten gaat de makers van de film Argo aanklagen. De onlangs met een Oscar bekroonde film van Ben Affleck zou Iran op een negatieve en onrealistische manier portretteren. Argo kwam al in oktober van vorig jaar uit, dus wat dat betreft vind ik het nog wat tegenvallen dat het tot medio maart heeft geduurd tot ze in Iran wakker werden. Is die Oscar-buzz toch nog ergens goed voor geweest, laten we maar zeggen.

Auteur: Martijn Kroese

Ik kan niet zeggen dat ik ook maar enigszins verrast was toen vorige week het nieuws naar buiten kwam. Wel moest ik vreselijk lachen bij de gedachte dat een stel ambtenaren op een regenachtige zondagmiddag in Teheran naast elkaar op de bank is gaan zitten en lekker Argo heeft zitten kijken, om vervolgens te besluiten de producenten voor de rechter te slepen. Het is niet de eerste keer in de filmgeschiedenis dat hoge overheidsfunctionarissen zichzelf volkomen belachelijk maken door naar aanleiding van een film aanklachten in te dienen, en het zal zeker niet de laatste keer zijn. Eigenlijk zijn al dat soort rechtszaken klinkklare onzin.

Argo, voor wie de film eind vorig jaar heeft gemist, vertelt het waargebeurde verhaal van een geheime CIA-missie die begin jaren tachtig plaatshad. Doel van de missie: een groep Amerikaanse staatsgevangenen bevrijden uit een chaotisch, door een revolutie geteisterd Iran. De CIA heeft een dekmantel nodig om het land binnen te komen, en komt op de proppen met de fictieve film Argo, waarvoor men zogenaamd in Iran opnames moet maken. Op de terugweg probeert men de staatsgevangenen als leden van de filmcrew mee terug naar de Verenigde Staten te ‘smokkelen’. Spannende film, terechte Oscar, niets mis mee.

We moeten direct vermelden dat Argo allerminst een volledig waarheidsgetrouwe weergave van de daadwerkelijke gang van zaken anno 1980 is. De filmmakers hebben – maar dat recht hebben ze – zich een hoop creatieve vrijheid toegeëigend en hebben vooral hun eigen draai aan het verhaal gegeven. Ook daar is niets mis mee. Ben Affleck mag wat mij betreft namelijk anderhalf uur lang met een brommende camera op zijn smoel gericht op een stoel gaan zitten en vertellen dat pinguïns op de Noordpool leven. Ik ben het dan niet met hem eens, want hij verkondigt aantoonbare leugens, maar hij mag het zeggen. En als het een leuke film zou opleveren, dan ben ik hem er nog dankbaar voor ook.

Bij de Iraanse heren reikt dat begrip voor creatieve vrijheid wat minder ver, mogen we langzaamaan voorzichtig concluderen. De voornoemde rechtszaak zal tot niets leiden, en ik kan me eigenlijk nauwelijks voorstellen dat de betreffende ambtenaren daar anders over denken. Toch happen ze. Maar ze zijn in goed gezelschap.

In de herfst van 1997 ontving acteur Brad Pitt een nogal opmerkelijke mededeling van de Chinese overheid. Naar aanleiding van zijn rol in de speelfilm Seven Years in Tibet was hem tot nader order de toegang tot het land China ontzegd. Zijn rol in die film – een Oostenrijkse nazist die door het Himalayagebergte naar Tibet vlucht – was reden voor ‘politieke onrust’ aangezien deze China in een kwaad daglicht zou stellen. Saillant detail: de film was op dat moment nog niet eens uitgebracht. Dat zou pas in december van dat jaar gebeuren. Je kunt je vijand maar beter te vroeg verbannen dan te laat.

Buiten het feit dat Seven Years in Tibet gebaseerd is op een veel oudere roman en Brad Pitt natuurlijk niets te maken had met de inhoud van dat verhaal, had de Chinese overheid zich in de eerste plaats hun ogen uit hun kop moeten schamen voor de ruim één miljoen Tibetanen die ze de afgelopen decennia de dood in hebben gejaagd, voordat ze het filmmakers kwalijk namen dat ze die kwestie aan de kaak stelden. Brad Pitt heeft dan ook, logischerwijs, nooit gereageerd op het bizarre bericht uit China, met als gevolg dat het hem tot op de dag van vandaag is verboden China te betreden.

In Seven Years in Tibet wordt China helemaal niet onnodig negatief belicht, maar toch sloeg de Chinese overheid in 1997 wild om zich heen. In Argo wordt Iran helemaal niet onrealistisch afgeschilderd, maar toch slaat een groep mallotige ambtenaren nu wild om zich heen. Ooit was het anders. Ooit was het omgekeerd.

We volgen de geschiedenis van de film helemaal tot 1915, toen de grootste regisseur van zijn tijd, D.W. Griffith, zijn meesterwerk The Birth of a Nation uitbracht. De film duurde bijna drie uur – ongekend voor die tijd – en vertelde het verhaal van de Amerikaanse Reconstructie na de Burgeroorlog. 25 miljoen Amerikanen zagen destijds The Birth of a Nation, waarmee het de eerste kaskraker uit de filmgeschiedenis werd.

Wie een film over de Burgeroorlog maakt, maakt een film over slavernij en rassensegregatie. Maar het was zwarte Amerikanen anno 1915 verboden om in films te spelen. Griffith gebruikte daarom veelal blanke acteurs met make-up om zwarte personages te spelen. Maar het waren geen normale personages; Griffith zette negers neer als onbeschaafde apen, zonder normen, zonder opvoeding, zonder manieren. Ze zopen, sprongen wat in de rondte, gooiden met hun voedsel. The Birth of a Nation is mede daardoor, achteraf bezien, één van de meest pijnlijke films die Amerika ooit voortbracht.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=R4v_yRFf4-Y&t=0m37s]

De zwarte Amerikaan werd anno 1915 wel onrealistisch en bijzonder negatief afgebeeld, maar had geen kans om wild om zich heen te slaan. Ze konden zich niet verweren, al was dat zonder meer op zijn plaats geweest. 25 miljoen blanken zagen het uiterst racistische The Birth of a Nation en kenden het een status als klassieker toe. Griffith was een geniale regisseur, maar was opgegroeid in een tijd waarin blanke kinderen in Amerika werd verteld dat negers inderdaad apen waren. Had Griffith zijn film vandaag de dag uitgebracht, dan was hij opgepakt en veroordeeld.

Ben Affleck zal dat niet overkomen, hoe graag men dat in Iran ook ziet. Maar als de op hun teentjes getrapte heren ambtenaren in Iran even nadenken en, al is het maar kort, de filmgeschiedenis overzien, dan zullen ze zich realiseren hoe genant hun verontwaardiging eigenlijk is.