Volgende maand komt de derde Hangover-film naar Nederland. Ik heb inmiddels begrepen dat Ken Jeong (vooral bekend van de komische serie Community) zijn rol als Mr. Chow zal herhalen, al springt hij dit keer niet naakt uit de kofferbak van een auto. Dat vind ik nou jammer. Als je een Chinees inhuurt, dan moet je ‘m ook in z’n blote reet opsluiten in een hok van anderhalve kubieke meter. Zoiets maakt eigenlijk iedere film beter. Een film zonder Chinees is als David Hasselhoff zonder drank: wat je verder ook probeert, de lol is eraf.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=T_CUV0Er7EE]

Auteur: Martijn Kroese

Laat ik het maar direct eerlijk toegeven: ik heb een zwak voor Chinezen. Ik vind het aandoenlijk, die massale saamhorigheid in dat gekke land met die muur en zo. In 2008 moesten ze de Olympische Spelen organiseren maar kwamen ze er wat laat achter dat hun snelwegen eigenlijk constant potdicht zaten. Terwijl de rest van de wereld bakkeleit over 120 naar 130 kilometer per uur en wel of geen spitsstrook, raggen ze in China gewoon vijftienhonderd vierkante kilometer sloppenwijken van de kaart door alles vol te storten met kokend asfalt. Nog wat strepen links en rechts en opgelost, dat fileprobleem. En als er één onverhoopt niet uit z’n huis wil vertrekken om plaats te maken voor de nieuwe snelweg, dan storten ze het asfalt gewoon meedogenloos om het huis heen. Geen gedoe met vergunningen, gewoon bouwen. Dat is nou doelgericht denken.

Zelf ben ik helaas nog nooit in China geweest, maar in iedere Amerikaanse stad bezoek ik steevast Chinatown, wat toch zo ongeveer hetzelfde is ja toch of niet dan. Ze hangen daar lampionnen over de straat. Er hangen kaarsen in en die steken ze ’s avonds aan om elektriciteit te besparen. De helft van die lampionnen vliegt dan in de fik en de volgende ochtend zitten alle Chinese huisvrouwen nieuwe lampionnen in elkaar te vouwen. Dat vinden ze daar leuk, lampionnen vouwen. Wij doen dat in klas drie van de lagere school en dan vinden we het al kinderachtig, maar jeugdig enthousiasme is bij Chinezen permanent.

In Nederland kom je niet dichter bij China dan de afhaalchinees. Ik weet het, het is wat toevallig, maar de beste afhaalchinees van Nederland zit al jaren hier bij mij om de hoek. Hij heet De Lange Muur, net als iedere andere afhaalchinees in Nederland. Lekker overzichtelijk is dat, zo’n uithangbord met vier onbegrijpelijke tekens en dan klein in het Nederlands ‘de lange muur’ eronder. Dan weet je dat je goed zit. Nederlandse afhaaltenten moeten altijd zo nodig naar een plaatselijke cultheld vernoemd zijn. Snackbar Malle Piet. Dan weet je niet waar je aan toe bent. Misschien is die Piet wel zo mal dat ie z’n berehappen in afgewerkte motorolie bakt. Zit je dan, met je goeie gedrag voor één euro vijftig aan een pikzwarte bonk taai gehakt te knagen. De Lange Muur, waar nummertje zesentwintig gewoon foe yong hai is en verder geen gezeik, daar hou ik van.

Bij mijn afhaalchinees hebben ze een tijdelijke actie. Die loopt al sinds augustus 2011. Je kunt dan voor drie euro vijf miniloempia’s en vijf van die gefrituurde driehoekjes krijgen met zoetzure saus erbij. Maar het vrouwtje achter de balie weet dat ik die driehoekjes niet te harden vind, dus knalt ze tegenwoordig zonder te vragen gewoon tien loempia’s in zo’n klamme plastic zak. Dat waardeer ik, die persoonlijke aanpak. Ze gooit er ook altijd een paar lappen kroepoek bij terwijl ik kroepoek niet te vreten vind. Iedere week moet ik een halve zak kroepoek bij het restafval dumpen. Maar dat hoort er gewoon bij.

Ze hebben ook studentenmenu’s bij mijn afhaalchinees, en dat vind ik het mooiste voorbeeld van doelgericht denken. Het zijn namelijk helemaal geen studentenmenu’s, het heet alleen zo. Of je nou drie jaar bent of tachtig, iedereen mag een studentenmenu bestellen. Ze vinden het gewoon iets dat wel typisch voor studenten kan zijn of zo. Geen gedoe met collegekaarten laten zien, wie een studentenmenu wil krijgt gewoon een studentenmenu. En zo hoort het ook.

De redactie van Incognitief verwacht van mij dat ik iedere week iets schrijf over film, dus lijkt dit me het geschikte moment om te melden dat Chinezen daar helaas geen reet van bakken. De beste Chinese film is volgens Chinezen zelf (en ook volgens Martin Scorsese) Dao ma zei (The Horse Thief) uit 1986. The Horse Thief gaat over een luchtbegrafenis. Mocht u niet weten wat een luchtbegrafenis is: ze leggen dan een lijk op een heuvel en wachten net zo lang tot vogels het opeten en er alleen een karkas overblijft. Je zit bij The Horse Thief dus eigenlijk anderhalf uur te kijken naar een groep uitgemergelde aasgieren die een ontbindend lijk kaalvreten. In China vinden ze dat kunst. Ik vind dat ziek.

Nee, laat Chinezen maar nummertjes drieëndertig met sambalbij in een zak stouwen, dan maken wij daar in het westen wel goede films over. Af en toe laten we er één uit een kofferbak springen, een andere keer maken we een film over moord, incest en Jack Nicholson (what’s not to like?) en noemen we het gewoon Chinatown. En laat dat dan mijn Cultureel Verantwoorde Filmtip voor dit weekend zijn. Forget it, Jake. It’s Chinatown.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=7uSz0mEtEsQ]

Zo, en nu naar De Lange Muur.