“Heb jij gekeken? Nee toch?” Jawel, ik heb zowel de voorrondes als de finale gezien en gehoord. En weet je wat? Ik vond het fantastisch! Niet omdat het allemaal zo goed is hoor, maar het is bij mijn weten de enige serieuze liedjescompetitie van Europa. Zonder welke muziekinstanties dan ook die adverteren met hun connaisseurschap, de inhoudelijke expertise van de wedstrijd. Want zo gaat dat bij de Sena Pop Awards, De Beste Singer-songwriter van Nederland, The Voice en noem maar op welke hitjesmachines, wel. Bij het Eurovisie-songfestival lijkt maar een belang te tellen: vindt Europa mij leuk?

Auteur: Paul Aerts 

En dat was het geval. Europa vond ons leuk. Anouk heeft met Birds de harten van de Europeanen terug veroverd. Op Duitsland (teleurgesteld over haar ongelooflijk slecht nummer?) na kregen we van al onze omringende landen veel punten. Maandag zagen we bij Pauw en Witteman waarom, toen het Utrechtsch Studenten Orkest een prachtige cover speelde van Birds die bijna klonk alsof hij twee eeuwen geleden door iemand uit de ‘Weense school’ was gecomponeerd. Helaas wisten we stiekem al dat Anouk niet ging winnen. Het liedje voldeed niet aan de grootste eis van het Eurovisie Songfestival: blijft het liedje hangen?

Aan de hand van drie liedjes zal ik deze editie van het groot Europees spektakelstuk samenvatten.

Laat ik beginnen een song die doet denken aan Barbie Girl van Aqua. Echter, Krista uit Finland heeft een geheel andere bedoeling met het nummer Marry Me, namelijk een vrolijk protest tegen de afwijzing van het homohuwelijk in haar thuisland. Objectief gezien is het een verschrikkelijk nummer, met Mariah Carey-achtige kerstklokken, de outfit van Baby Spice en een matige Engelse uitspraak waardoor het lijkt alsof ze ‘fuck you’ zegt in plaats van ‘for you’ zegt. Maar dat maakt allemaal niet uit, want Krista heeft een hoger doel, een ideologie, en die komt het beste naar voren in een plat nummer dat mensen een spiegel voorhoudt. Ik hoop dat ze in Finland nog eens na gaan denken over de pijnlijke uitslag… van de strijd voor het homohuwelijk.

Dit jaar stikt het jammer genoeg van de rip offs van Euphoria, het winnende nummer van vorig jaar dat een regelrechte hit werd. Toch werd er ook goede dance gebracht dit jaar, door Margaret Berger die een ander Scandinavisch land, Noorwegen, vertegenwoordigde. Feed You My Love is een nummer waarop je lekker kunt spacen, waarop je ingetogen uit je plaat kunt gaan. Met een live drummer die vast niet live speelt ziet het er gelikt maar erg gaaf uit. Bovendien bedient het nummer zich, net als Birds, van verschillende emoties. Het is niet per definitie vrolijk of treurig, maar alles in een. Tel daar een mooie mystieke nimf bij op en je hebt een geloofwaardig songfestivalnummer dat het aankan zonder slechts de empathie van buurlanden.

Het laatste lied waaraan ik aandacht wil schenken is It’s my life. Nee, niet van Bon Jovi, al heeft de zanger zichzelf wel net zo verheven als het betreffende rockicoon. Hoewel ik het eigenlijk helemaal niet zo’n slecht nummer vind, erger ik me aan Cezar uit Roemenië. Hij zingt met kopstem, en dat is volgens Jan Smit erg knap. Ik zal je vertellen, wat Jan Smit doet is in ieder geval niet knap, dat kon ‘mijn lieve oma waar ik van hou’ ook ten tijde van het geloofwáárdige Bombardement. Met een beetje kopstem zing ik dat nummer zo mee. Een kopstem maakt dit soort liedjes juist gemakkelijker, een aanhoudende kopstem is voor mensen die niet kunnen zingen. Ik zou het juist fantastisch vinden als Cezar deze toonhoogte met zijn gewone stem wist te behalen. Nu versta je Cezar voor geen meter, en is zijn stem niet meer dan welk ander instrument dan ook.

Ondanks alles wat ik in bovenstaande alinea vermeld, vind ik het een prima liedje. Toch ben ik verbijsterd over de manier waarop Cezar zich verlaagt tot het niveau van popzanger. Hij is namelijk een gerenommeerde countertenor die prachtige vertolkingen van klassieke werken ten gehore brengt. Maar in Malmö denkt meneer het zo simplistisch mogelijk te houden voor het domme songfestivalvolk? Waar Anouk een nummer maakt dat in klassieke stijl ook overweldigend mooi klinkt, kiest Cezar de gemakkelijke weg om te scoren. Zo zien we maar weer dat de belangen van artiesten erg van elkaar kunnen verschillen. Iedereen wilde op de foto met Anouk, maar Cezar liep daar rond met een air van hier tot in de ‘Weense School’.

Omdat ik zo aardig ben, wil ik Cezar toch even een ander podium geven, het podium waar hij thuis hoort… en blijf daar!