spartacusHet reguliere televisieseizoen is nu zo’n beetje voorbij. Een mooi moment om de hele maand de tipgever uit te hangen: welke series zijn nog niet aangekocht door Nederlandse zenders maar zeker wel de moeite waard? In dit laatste deel: het onlangs geëindigde Spartacus, dat begon met gemiddeld vier greenscreenseksscènes per aflevering, maar gaandeweg met beperkte middelen een groots visueel spektakel werd.

Auteur: Nils Hermans

Spartacus is zo’n typische serie die een aflevering of vijf nodig heeft gehad om zichzelf te vinden. Na het succes van de film 300, waarin de slag om Thermopylae ondergeschikt gemaakt werd aan het nodige rondspattende digitaal bloed en hier en daar (om niet te zeggen: om de haverklap) een slowmotionshot van met zwaarden zwaaiende mannen, vertoonde vier jaar later de kleine zender Starz de eerste aflevering van Spartacus. Vier jaar is best een lange tijd voor een film die uiteindelijk niet zo gedenkwaardig is geweest, maar de visuele stijl van Spartacus deed nog steeds aan 300 denken: veel flair maar weinig inhoud. Voor veel kijkers was het dan ook afhaken geblazen na de eerste aflevering.

Dat is jammer, want na ongeveer een derde van het eerste seizoen veranderde Spartacus van een omhooggevallen softpornoserie in een meeslepend verhaal over macht. Hoe ver wil je gaan om macht te verwerven en wat doe je met die macht wanneer je hem verkregen hebt?

Het titelpersonage wordt, althans in het eerste seizoen, gespeeld door de Australiër Andy Whitfield. Spartacus is geen Spartaan, maar een Thraciër die samen met de mannen van zijn dorp gedwongen wordt in de legers van de praetor Marcus Claudius Glaber te vechten. In de tussentijd vermoordt Glaber Spartacus’ vrouw ook nog even op brute wijze, en een intense haat voor al wat Romeins is, is geboren.

In de korte levensspanne van de serie (Spartacus kent drie seizoenen plus nog een prequelserie, waarover later meer) zien we Spartacus van Romeins soldaat, via de gladiatorenschool van Lentulus Batiatus, uitgroeien tot slavenleider. Dit gebeurt in een compleet eigen stijl: na de eerste paar zwakke afleveringen vindt het schrijversteam onder leiding van Steven S. DeKnight een ritme dat werkt. Spartacus heeft zwaar gestileerde dialogen (“You seek to tear heart from chest and expect gratitude it no longer beats”) en gebruikt digitale achtergronden en liters digitaal bloed tijdens vechtscènes in de gladiatorenarena. Dat trekt natuurlijk kijkers, maar hoe verder Spartacus in zijn rol van slavenleider komt, hoe meer het – naast de spectaculaire strijdscènes, die blijven – over vrijheid, macht en broederschap gaat.

Tussen het eerste en het tweede seizoen, in maart 2010, werd bij hoofdrolspeler Whitfield lymfeklierkanker vastgesteld. Om Whitfield de tijd te gunnen om de ziekte te overwinnen, zond Starz in de tussentijd de prequelserie Spartacus: Gods of the Arena uit. Toen in september 2010 bleek dat Whitfield de ziekte niet zou overleven, werd de rol van Spartacus overgedragen aan Liam McIntyre, die de zegen van Whitfield zelf kreeg. Andy Whitfield overleed op 11 september 2011.

Voor een gebalanceerde mix tussen bruut (maar zorgvuldig geënsceneerd) geweld en aansprekende ideeën over de aard van macht en vrijheid, is Spartacus een meer dan formidabele serie. Daarnaast bestaat de cast uit acteurs die weliswaar geen hoogvliegers, maar wel de juiste persoon voor de rol zijn. Ook benadert het wat budget betreft zeer bescheiden Spartacus in de spaarzame veldslagscènes angstvallig dicht bij de veel grotere broer Game of Thrones: iedereen die zegt dat de Blackwater-aflevering van die serie het hoogtepunt is van wat er op televisie aan actie mogelijk is, moet de allerlaatste aflevering van Spartacus eens zien.