‘Konijnen kunnen binnenkort naar school’, kopte RTL Nieuws vorige week. Konijnenfluisteraar Bernice Muntz opent in september de eerste konijnenschool van het land en stond voor de gelegenheid de nieuwsredactie van RTL te woord. Volgens Muntz hebben veel konijnen gedragsproblemen en zijn ze onhandelbaar, ‘waardoor je natuurlijk geen band opbouwt met je konijn’. Om deze ellende te voorkomen organiseert Muntz opvoedingscursussen voor langoren. Naast de vakken ‘Hygiëne in het hok’ en ‘Het hoe en waarom van kabels doorknagen’ leren de konijnen ook kunstjes, zoals een high five of een dansje. Is Muntz op haar achterhoofd gevallen? Het schijnt van niet. Dierenwelzijn is helemaal 2013, getuigt ook het boek Het dier is mens geworden/Het dier is ding geworden van Marijke Verduyn.

Auteur: Judith Bosch

Dieren spelen een steeds grotere rol in het gezinsleven. Vroeger deed Fikkie dienst als waakhond en werd Minoes gerekruteerd als muizenvanger. Gingen ze dood? Jammer dan. Even een nieuwe halen. Uiteraard waren er uitzonderingen. Koning Christian VII van Denemarken (1749 – 1808) scheen meer van zijn hond te houden dan van zijn vrouw. Nu had Christian VII sowieso een tik van de molen gehad: hij was paranoïde, verwondde zichzelf en had hallucinaties. Aan het hof werd hij amper serieus genomen, zoals ook in de (overigens prachtige) film A Royal Affair te zien is. Alleen zijn hond oordeelde niet en stond altijd voor hem klaar. De twee schijnen onafscheidelijk te zijn geweest. Vroeger werd dat op zijn zachtst gezegd een beetje vreemd gevonden; tegenwoordig kijken we van dierenliefde niet meer op. We slaan zelfs een beetje door en zien viervoeters als onze gelijken. Wij op vakantie? Dan Bello naar het hondenhotel. Feestje? De waterbak wordt gevuld met hondenbier. Winterse temperaturen? Haal de hondenslofjes maar van zolder. De hond die ’s avonds naar buiten wordt gebonjourd en simpele brokjes in zijn voerbak vindt, is een uitzondering geworden.

Over dit bijzondere verschijnsel, dat zijn oorsprong (hoe kan het ook anders) in de Verenigde Staten vindt, schreef Marijke Verduyn Het dier is mens geworden/Het dier is ding geworden. Een vermakelijk boek dat je tevens laat nadenken over de manier waarop wij met onze geliefde huisdieren omgaan. In Het dier is mens geworden laat Verduyn zien hoe huisdieren de afgelopen vijftig jaar een prominente plaats in het gezin hebben verworven. In de jaren zestig was het nog not done om met je huisdier een dierenarts te bezoeken. Dierenartsen waren er vooral om kalveren ter wereld te brengen en paardenbenen uit het prikkeldraad te halen; die viel je niet lastig met een koortsige kat.

Tegenwoordig kan een ziek dier behandeld worden met chemotherapie en bestralingen, een pacemaker krijgen, stamcelbehandelingen ondergaan en – jawel – een testikelimplantaat ontvangen. Ik citeer: “Invoelende eigenaren vragen deze ingreep omdat zij denken dat hun hond door zijn sterilisatie zijn eigenwaarde heeft verloren en met een boonvormig implantaat in zijn ballen weer trots de straat op kan.” Juist.

Draai je het boek om, dan begin je in Het dier is ding geworden. In dit gedeelte staat het welzijn van landbouwdieren centraal. Waar huisdieren steeds langer leven, worden koeien en varkens steeds jonger geslacht. Ook vind je ze niet meer op het erf, maar in een megastal in Oost-Groningen. Om deze dieren lijkt bijna niemand zich meer te bekommeren. Met uitzondering van het Koeienrusthuis, waar Clara en Bertha kunnen genieten van een vredige oude dag. Wat dan toch ook wel weer mooi is.

Verduyn legt de vinger op de zere plek: hoe ver mag en kun je gaan als het om dieren gaat? In hoeverre kun je menselijke eigenschappen, emoties en verlangens toeschrijven aan dieren? Getuigt 3500 euro uitgeven aan een operatie van waanzin of van liefde, wanneer je daarmee de levensduur van een dier met een half jaar verlengt? Razend interessante vragen. Wel jammer dat Verduyn er geen fotoboek van heeft gemaakt, want ik had terriër Tanja graag in haar bruidsjurk gezien. Met bijpassende sluier. Maar wat niet is, kan nog komen.