Ondanks dat dit weekend de Eredivisie aftrapte voor een nieuw seizoen, is het komkommertijd in de sport. De motorsporten hebben zomerstop, de grote voetbalcompetities zijn nog niet begonnen. Het wielrennen heeft alleen de Ronde van Polen gehad, waarbij wel Pieter Weening won, de tweede Nederlandse zege in een wedstrijd van de World Tour dit jaar. Ik wil het vandaag gaan hebben over het enige dat me dit weekend geraakt heeft: het beste verhaal ooit.

Auteur: Ricardo Walinski

Weet je wat pas echt een topsport is? 3,5 uur optreden per concert. Bruce Springsteen gaat richting de zeventig, maar levert nog altijd topprestaties. Hij is in fantastische conditie, geeft alles bij ieder concert en zingt nog altijd krachtig en helder. Zijn E Street Band is fenomenaal, presteren iedere keer op de toppen van hun kunnen en laten zich nauwelijks tegenhouden door slecht weer of niet meewerkende autoriteiten.

Springsteen levert al ruim veertig jaar topkwaliteit. Zijn albums Born to Run komt uit 1975 en is tijdloos. Zijn blue collar arbeidersuitstraling en –instelling zorgt nog steeds voor maatschappelijk relevante albums, zoals Wrecking Ball uit 2012. Springsteens bijnaam The Boss is treffend gekozen, want hé, hij is echt een baas.

Even een zijsprongetje. Een andere topsport is het vertellen van verhalen. Niet iedereen kan dit, maar iedereen doet het. Dat levert op feestjes nog wel eens frustraties op, als je voor de drieduizendste keer naar ome Henk staat te luisteren die je iedere keer weer met een grotere anticlimax verrast. Eindeloos gezwets zonder doel, zonder spanningsboog, vreselijk.

Een goed verhaal heeft een paar kenmerken. Het heeft een spanningsboog, verzorgd door een goede opbouw van het verhaal. Het introduceert een overzichtelijk aantal karakters (bij korte verhalen maximaal drie). Bij voorkeur roept het verhaal tevens een glimlach en melancholie op. Janken van het lachen mag ook, er zijn meerdere genres in de verhalenbranche.

In de sportjournalistiek (toch even wat sport, sorry dames) zitten erg goede verhalenvertellers. We hebben Wilfried de Jong, nu in de spotlights bij Zomergasten, en Michiel van Egmond, van VI en Gijp. Beiden zijn goed in het melancholische, met een glimlach. Marcel van Roosmalen is de derde van de grote drie en die blinkt dan weer uit in het “janken van het lachen”-genre.

In de muziekwereld, en nu komen we terug bij het eerste gedeelte van deze tekst, zijn verhalen ook belangrijk. In de journalistiek, maar ook op het podium, tussen nummers in. Publiekinteractie, heet dat met een mooi woord. De meeste artiesten kunnen dit niet. Ze doen het gewoonweg niet, zoals The Vaccines. Ze doen het heel slecht, zoals Jared Leto, of ze doen het door hun fans domme koosnaampjes te geven, zoals het clichébrakende vrouwtje Lady Gaga.

In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister, zei Goethe al, en dus moet men ingetogen een goed verhaal vertellen. Seasick Steve deed dit fantastisch op Pinkpop, maar na Live 1975-85 van Bruce Springsteen en zijn E Street Band geluisterd te hebben, weet ik wie voornoemde Meister is. De versie van zijn hit The River, op zich al een prachtig melancholisch nummer over zijn jeugd, duurt liefst elf minuten, mede door een verhaal van vier minuten voorafgaand aan de eerste tonen van zijn mondharmonica.

Het verhaal voldoet aan alle kenmerken. Het gaat over twee personen, Springsteen en zijn vader. De timing van het verhaal is perfect, met het publiek dat op de goede momenten de tijd krijgt om te lachen en te juichen. Want dat doen ze, iedereen hangt aan zijn lippen. Ook ik, zaterdag, in de trein tussen Weert en Roermond. Waar ik lange nummers vaak doorklik, op zoek naar goede versies, luisterde ik met open mond naar Bruce, naar het verhaal dat hij vertelde op 30 september 1985 in het LA Coliseum.

Toen na viereneenhalve minuut het daadwerkelijke nummer begon (fenomenaal getimed, maar dat moet je zelf maar even beluisteren) was ik ervan overtuigd. Na dit mag nooit meer iemand een verhaal op een podium vertellen. Als je vijf minuten over hebt, Springsteen-fan of niet: beluister deze track via de link hieronder. Spijt zal er niet zijn. Het beste verhaal ooit. Afzetten mag pas ruim nadat de muziek gestart is. Om met Nils’ woorden te spreken: het kan stoffig worden in de kamer.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=Y7tNovx_Ah0]