… dat stond deze week in een krant. Er stonden achttien telefoonnummers en e-mailadressen bij. Ik belde een van de nummers en kreeg een schorre stem aan de lijn, die mij vertelde dat ze zangers zochten voor het hoge gedeelte van het koor. Impulsief als ik ben, vertelde ik de stem dat ik wel interesse heb bij het koor te komen, waarop de strot mij uitnodigt voor een repetitie. Ik zou de muziekpartijen thuisgestuurd krijgen.

 Auteur: Paul Aerts

Vol verwachting open ik een paar dagen later het pakketje met bladmuziek. Na een eerste blik was ik in de veronderstelling dat de muzieknoot ‘la’ veel voorkwam, maar dat woord bleek een groot deel van de songteksten te beslaan. Veel variatie was er niet, maar als koorknaap in spe moet je toch ergens beginnen. Bij die gedachte verscheen er een glimlach op mijn gezicht. Wie (L)A zegt moet ook B zeggen, dacht ik.

Op zaterdag is er meteen een generale repetitie. Ik had de schorre stem gevraagd of het eerste optreden (de volgende dag) niet te vroeg voor me zou komen, maar hij garandeerde me dat ‘het wel los zal lopen’ en dat ‘de rest van ’t volk der niet veul bijzonders uut kriegt’. Met deze zalvende woorden en het motto ‘Samen zingen is zo fijn’, fiets ik naar het repetitielokaal. Hoewel ik dacht dat we, zoals elk koor, met de klapper in de hand en de neus in de lucht zouden moeten staan, nemen ik en vele anderen plaats in plastic stoeltjes.

Mijn eerste verkeerde inzet wordt mij niet in dank afgenomen door mijn nieuwe vocale collega’s. ”Vechten ten alle tijden, Nec wordt kampioen”, zing ik vol overgave. Nek zit hier, wijst een boze kale man, N…. E…. C zit hier, zegt hij tikkend op zijn hart, waarop ik antwoord dat ‘Nec’ toch echt beter in het ritme van het refrein past. Een woeste blik maakt een eind aan de discussie. Inmiddels is de rest van de supporters alweer bij het laatste couplet: “…denk steeds aan de sportieve kant, zowel in daad als woord.”

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=gEK_uKpvjmQ]

Conclusie van de dirigerende schorre stem is dat we Weer trekken wij ten strijde morgen niet zouden doen. Het stuk is te moeilijk, zo oordeelt de stem. Ook het nummer ‘Mel-vin Platje, lala-lalala-lala’ wordt geschrapt van het repertoire omdat Melvin deze zomer vertrokken is naar Neftçi Bakoe in Azerbeidzjan. Naast mij hoor ik een nostalgische zucht van de kale man, het was zo’n lekker liedje.

De schorre stem behandelt vervolgens een aantal suggesties van koorleden als ‘Blom die is dom, olé olé’, ‘Gö-zü-bü-yük, die trema’s in je reet’ en voor de rust: ‘Hi ha Higler, ga toch aan de T’. Laatstgenoemde haalt het, helaas voor alweer de kale man, niet. Gegiechel gonst door het stadion, men lijkt de treurnis om de liedjesgenieke Melvin Platje weer vergeten te zijn. De Goffert ontpopt zich tot een gezellig café waarin echte mannen zeemansliederen zingen die meedeinen op de wave.

Na de repetitie keer ik huiswaarts waar ik mij toch besluit af te melden voor het spreekkoor. Als de schorre stem vraagt waarom, antwoord ik dat de moeilijkheidsgraad misschien toch iets te laag ligt. Ik voeg daaraan toe dat ik toch een fijne avond heb gehad, maar dat ik het aanbod uit Azerbeidzjan helaas niet af kan slaan. Ze zoeken een voorzanger voor ‘Mel-vin Platje’… voor de hoge la, wel te verstaan.