Zo. Dat is eruit. Doodgemoedereerd zat ik gisterochtend in de trein op weg naar kantoor, en hoewel het buiten regende scheen het zonnetje in mijn hoofd. Omdat ik wat later was opgestaan dan normaal, was ik er thuis nog niet aan toegekomen om mijn dagelijkse teletekstroutine te doorlopen. Die routine bestaat uit het lezen van pagina 104 tot en met de laatste nieuwspagina, en het vervolgens raadplegen van 601 en 801 en dan doorklikken naar alle berichten die mij boeien. Dat doe ik overigens niet alleen ’s ochtends maar zeker drie keer per dag. Hoe dan ook. Aangekomen bij pagina 601 begon zich een minder vrolijk gevoel van mij meester te maken, en na het lezen van pagina 666 (ik verzin het niet) begon irritatie in mij op te borrelen. Wat heet: boosheid, woede. Nee, zelfs furie. En wel hierom.

Auteur: Ivo Habets

Ik ben het grootste deel van mijn leven een zeer fanatiek liefhebber van wielrennen geweest. Wat een mooie sport! Wat een dramatiek, wat een heroïek, wat een historie! Eén van mijn oudste jeugdherinneringen is hoe ik Hennie Kuiper zag smeken om een nieuw wiel, om de overwinning in Parijs – Roubaix niet aan zijn Twentse neus voorbij te zien gaan. Ik zal nooit vergeten hoe ik samen met mijn vader en een horde besnorde Spanjaarden op een Catalaanse camping via een piepklein tv-tje Gert-Jan Theunisse een unieke solo zag bekronen met een zege op Alpe d’Huez. Toen Laurent Jalabert in Armentières tegen een fotograferende politieagent opbotste was ik minstens een week depressief. En zo kan ik pagina’s vullen met dierbare herinneringen.

Voor niet-ingewijden is het kijken naar een peloton ongeveer vergelijkbaar met het immer boeiende kijken naar het groeien van gras. Voor de echte liefhebber daarentegen is er altijd wat te zien. En als de beelden dan ook nog begeleid worden door de klanken van de stem van José de Cauwer is het helemaal feest. Jarenlang probeerde ik elke snipper wielrennen die op tv te zien was te consumeren. Mijn eerste aankoop toen ik op kamers ging wonen om te studeren was een videorecorder, zodat ik ’s avonds alsnog de volle twee en een half uur van de Brabantse Pijl kon kijken.

De videorecorder werd in de loop der jaren vervangen door een harddiskrecorder en het kamertje uiteindelijk door een huis van vier verdiepingen, maar het obsessieve gedrag bleef. Sterker nog, we hebben een huis van vier verdiepingen zodat ik op een eigen verdieping met die onzin bezig kan zijn en mijn vriendin er geen last van heeft. Maar het is over. Ik doe het niet meer. En dat komt niet door doping maar door de organisatie die het wielrennen juist zou moeten promoten, de UCI.

Het nieuws van gisteren was dat de Eneco-Tour vanaf 2015 zou worden gedegradeerd naar een B-status, en dat de rondes van Polen en Catalonië hetzelfde lot beschoren zouden zijn. De Ronde van Peking en de Tour Down Under daarentegen zouden de A-status behouden. Dit alles om straks met minder ploegen en minder renners minder wedstrijden te rijden. Daarmee wordt dus weer een mooie klassieke wedstrijd (Catalonië) richting de afgrond geduwd. Of dat gerucht nou waar is of niet doet er eigenlijk niet zoveel toe, het past namelijk in een patroon dat al jaren zichtbaar is.

Onder de bezielende leiding van Hein Verbruggen, de man die verstand heeft van het verkopen van Marsen (de candybar, niet de muziekstukken van De Sousa) heeft de UCI al een hele tijd geleden een beleid ingezet dat moet leiden tot de mondialisering van het wielrennen. Bij een globaliserende economie hoort blijkbaar een mondialiserend wielrennen, of zoiets. Het resultaat is dat in Spanje amper nog de helft van de wedstrijden van twintig jaar geleden over is, dat in Italië en België (semi-)klassiekers van de agenda zijn verdwenen en de agenda op een onbegrijpelijke manier door elkaar wordt gehusseld, en dat prachtige historische wedstrijden als Parijs – Tours zijn verworden tot B-wedstrijden waarvan je je kunt afvragen of ze over tien jaar nog bestaan.

Gelukkig hebben we er heel wat voor teruggekregen! De Tour Down Under, een nutteloze etappewedstrijd in een land met een prachtige baanwielrennencultuur en de meest-onsympathieke Tourwinnaar aller tijden (nou ja misschien de op-één-na). De ronde van Peking pardon Beijing, waar niemand langs de weg staat, niemand naar kijkt en waar de namen van Coppi, Merckx, Hinault laat staan die van Lapize op de erelijst staan en uiteraard nooit zullen komen. Twee wedstrijden in Quebec waarvan niemand de naam kan onthouden (maar waar Robert Gesink wel blij mee is). Vijfentwintig jaar geleden hadden we ook de Grand Prix Téléglobe de Montréal, prachtige naam natuurlijk maar het enige wat ervan over is, is de herinnering aan het feit dat Federico Echave Musatadi daar zijn eerste en waarschijnlijk enige overwinning in een ééndaagse wedstrijd heeft geboekt.

Beste UCI, dit heeft allemaal geen zin. Wielrennen is een Europese sport, en door de sport te vervreemden van zijn basis maak je deze uiteindelijk niet sterker maar alleen maar zwakker. Misschien dat er nu geld te halen valt in China, de VS en Australië maar tenzij de sport daar ooit tot de cultuur gaat behoren zal dat niet duurzaam zijn. En de sport gaat daar niet tot de cultuur behoren, die voorspelling durf ik wel aan. Ondertussen wordt de sport in zijn eigen bakermat volledig uitgehold. In Italië en Spanje is er nog één volwaardige ploeg over (tegen een stuk of tien respectievelijk vijf twintig jaar geleden), in Frankrijk is wielrennen een sport geworden die alleen nog op nationaal niveau succesvol wordt beoefend en zelfs in het ultrawielergekke Vlaanderen begint de klad erin te komen. En nee, dat komt niet door de economische crisis want de tendens begon duidelijk voor september 2008, en twintig jaar geleden was Spanje nog niet eens begonnen aan de vastgoedbubbel waar het zijn tijdelijke welvaart aan te danken had. Toen was de werkloosheid ook twintig procent in de Iberische parel.

Meer dan welke andere sport dan ook bestaat wielrennen bij de gratie van traditie. Zelfs in Nederland waar je toch niet echt van een wielercultuur kunt spreken liggen in boekhandels meer boeken over de historie van het wielrennen dan over voetbal, en waar NuSport en Sportweek zich als multisportblad niet kunnen handhaven doet het tijdschrift De Muur het al lange tijd uitstekend.

Beste mensen van de UCI, koester die traditie! Ik wil de Tre Valli Varesine zien, niet de HEW Cyclassics Cup. Geef me Bordeaux – Parijs terug en stop je Ronde van Hainan waar het pijn doet. Zorg dat er een nieuwe Laurent Fignon opstaat in plaats van K3-blij te doen over een Japanner in de Tour.