Frankrijk is het nieuwe Duitsland om te haten. Ik ben een uiterst vrolijk mens dat barst van de tolerantie, maar daar ten zuiden van de Ardennen maken ze het me al jaren te bont. Die overtuiging heb ik al sinds ik als klein kind op een Franse camping een week lang mijn behoefte moest doen in een gat in de grond. Nu kun je hurk-wc’s best zien als een op zichzelf staand incident, maar in Frankrijk zit er structureel iets mis. Afgelopen week publiceerde het belangrijkste Franse filmblad bijvoorbeeld zijn Top 10 films van 2013. Ik verwacht binnenkort de overige drie ruiters van de Apocalyps.

Auteur: Martijn Kroese

In de zomer van 2004 stond ik op een warme zaterdagmiddag in de Kentucky Fried Chicken in het centrum van Parijs, de eerste stad waar ik op vrijwel iedere straathoek de heroïnespuiten langs dezelfde stoepranden zag liggen waar later de uitgebrande auto’s en doodgeslagen zwervers zich zouden opstapelen met een tempo waarvan de Thalys slechts kan dromen. We hebben het dus over de stad van de liefde.

Ik had net drie jaar Frans op het VWO achter de rug en met het volste vertrouwen bestelde ik een bucket, of een bouquet, het is maar hoe je het bekijkt. Het maakte me niet zo veel uit, als er maar gekruide kip inzat. De dame achter de kassa – die net als letterlijk AL haar collega’s in het filiaal van Afrikaanse afkomst was, want de beste baantjes bewaren ze in Frankrijk wel voor de blanke übermensch, zo ruimdenkend zijn ze – deed net of ze mij geheel niet begreep. Mijn Frans zal niet foutloos zijn geweest, maar de onwil leek me op dat moment groter dan het onbegrip.

Na minutenlang gezwoeg schoot een zichtbaar geïrriteerde Fransoos me te hulp en gaf in zijn oh zo perfecte Frans mijn bestelling door aan het tegenwerkend personeel. De dame griste mijn euro’s uit mijn handen, knalde wat wisselgeld terug over de balie en kwakte een emmer klamme kip op een plastic dienblad. Het was niet te vreten.

Ik was van plan om ze voor altijd te haten, die Fransen. Met hun chansons, en die lelijke stalen toren, en eindeloos gedram over rosé, maar als de nood een keer aan de man is, als er geknokt en gestreden moet worden, nee dan geven we ons over. Er gebeurde echter iets: ik ontwikkelde een passie voor film. En het is alsof de duvel ermee speelt, maar enig talent voor de filmkunst kan ik de Fransen niet ontzeggen.

The_Famous_Final_Frame_of_-Les_Quatre_Cents_Coups-
Het beroemde laatste shot uit “Les quatre cents coups”

Dat begon in 1959. Robert Bresson maakte met Pickpocket één van de beste dievenfilms aller tijden en François Truffaut was met Les quatre cents coups (The 400 Blows) verantwoordelijk voor het mooiste final frame (zie hiernaast) dat ik ken. De jaren zestig begonnen met Jean-Luc Godard die met À bout de souffle (Breathless) de Amerikaanse film-noir doodverklaarde, en dat vergeef ik hem nog altijd niet. Later brachten de Fransen ons geweldige drama’s als La haine, beeldschone familiefilms als La cité des enfants perdus (The City of Lost Children), en sinds de eeuwwisseling zijn ze ook nog eens de absolute meesters van de horror: Martyrs, Ils en À l’intérieur zijn de betere voorbeelden.

Maar vorige week heeft mijn waardering weer eens plaatsgemaakt voor irritatie. Ik zal dat uitleggen.

Cahiers du Cinema, het toonaangevende Franse filmblad (en één van de belangrijkste filmbladen ter wereld), publiceerde zoals altijd de Top 10 van het afgelopen jaar. Nu zijn Franse filmcritici een wat opmerkelijk slag volk. Ze likken en leuren zich overal bij succes naar binnen en zijn nog altijd niet uitgepraat over de nouvelle vague-beweging uit de jaren vijftig (waar Godard en Truffaut ook toe behoorden). Ze prefereren drie uur durende onbegrijpelijke liefdesfilms principieel boven de nieuwe Tarantino, en dat vind ik altijd wat storend. Wanneer Godard – die wonderbaarlijk genoeg nog altijd leeft en nog altijd films maakt, echt tenhemelschreiend slechte films die nergens buiten Frankrijk ook maar door iemand worden bekeken, het mag werkelijk een schande heten – een scheet laat, schrijven ze daar een coverstory over. Dat werk.

Welnu, die lijst. Die ga ik u tonen. U gaat vol onbegrip uw wenkbrauwen fronsen. Komt ie.

    1. L’inconnu du lac
    2. Spring Breakers
    3. La vie d’Adèle
    4. Gravity
    5. A Touch of Sin
    6. Lincoln
    7. La jalousie
    8. Nobody’s Daughter Haewon
    9. Les rencontres d’après minuit
    10. La bataille de Solférino

L’inconnu du lac is een homo-erotische liefdesfilm – niets mis mee – die hoge ogen gooide op Cannes. Spring Breakers kan u niet ontgaan zijn: voormalige Disney-sterretjes als Selena Gomez en Vanessa Hudgens dartelen anderhalf uur in bikini rond en moorden en zuipen zich door de lente heen. La vie d’Adele is een drie uur durende lesbisch-erotische liefdesfilm – niets mis mee – die hoge ogen gooide op Cannes. Gravity is briljant, A Touch of Sin degelijk, Lincoln degelijk, La jalousie vol-ko-men onbekend (de plot summary op IMDb.com luidt zelfs “The plot is unknown at this time”), Nobody’s Daughter Haewon degelijk, La bataille de Solférino vol-ko-men onbekend en datzelfde geldt voor nummer 9, Les rencontres d’après minuit, die volgens hetzelfde IMDb.com gaat over:

A young couple and their transvestite maid prepare for an orgy. Their guests will be The Slut, The Star, The Stud and The Teen.

Waar het mij vandaag om gaat, en wat ik u als trouwe Incognitief-lezer vandaag wil meegeven, is dat ik een beetje klaar ben met dit kinderachtige gedoe. Als zelfingenomen Franse critici werkelijk denken dat vijf van de tien beste films van 2013 toevallig uit hun landje komen, dan verdienen ze een geweldige draai om hun oren. In drie van die vijf films zien we meer mannelijke en vrouwelijke genitaliën dan in de modale pornofilm, en ik weet nu al zeker dat diezelfde critici binnenkort Lars von Triers nieuwe film Nymphomaniac gaan verketteren omdat het te expliciet seksueel is.

Over een paar weken zal hier op Incognitief een Top 10 films van 2013 verschijnen. Ik stel voor dat we die met z’n allen een keertje of vierduizend naar de redactie van Cahiers du Cinema sturen. Want dit kan zo niet langer.

Gekke Fransen.