Afgelopen weekend overleed Eusebio da Silva Ferreira op 71-jarige leeftijd in Lissabon, de stad waar hij groot werd. De dood van de oudvoetballer, met prachtige bijnamen als De zwarte parel en De koning, kwam uit het niets. Natuurlijk, de man schuifelde waar hij eerst voortschreed, maar van een ziekbed was geen sprake. Het is een grote klap voor het voetbal. Niet omdat de man onmisbaar was, neen, omdat Eusebio de eerste pretendent voor de titel ’beste voetballer ooit’ is, die overlijdt.

Auteur: Ricardo Walinski

Voetbal bestaat al vele eeuwen, waarvan grofweg de laatste 150 jaar in de huidige vorm. Lang was voetbal een regionaal gedoe, waarbij de Britse eilanden en hooguit wat Europese ploegen enig bestaansrecht hadden. Pas in de jaren dertig van vorige eeuw ontstond het WK. De mondialisering van het voetbal kwam pas na de Tweede Wereldoorlog op gang en is tot op heden nog bezig. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond dus ook pas de bekendheid voor voetballers, die kon leiden tot een sterrenstatus.

Voor de jaren vijftig, grofweg, was er niet genoeg media-aandacht om een voetballer tot wereldster te maken. In mijn optiek zijn er slechts enkele spelers uit de categorie Eusebio: Pele, Diego Maradona, Johan Cruijff, Alfredo di Stefano en in het heden Lionel Messi en Cristiano Ronaldo. Spelers die hun stempel op vrijwel iedere wedstrijd drukken. Allen leven nog, Eusebio is de eerste die overlijdt.

Ik tel bewust de Hongaar Ferenc Puskas, die in 2006 al overleed, niet mee. Puskas speelde in dezelfde tijd als Alfredo di Stefano en Eusebio en betwistte de eerste zeven edities van de Europa Cup 1 met deze heren. Het probleem van Puskas, als we naar zijn nalatenschap kijken, ligt echter bij de iconiciteit: Eusebio en Di Stefano groeiden uit tot grootste spelers van hun clubs, respectievelijk Benfica en Real Madrid. Puskas speelde naast Di Stefano en kon nooit buiten Alfredo’s schaduw stappen, mede doordat hij na zijn actieve loopbaan niet in Spanje bleef hangen.

Maar goed, Eusebio dus. Ik ken hem louter van de verhalen, uit de jaren zestig is weinig beeldmateriaal bewaard gebleven, althans, weinig beeldmateriaal dat geregeld wordt uitgezonden. De statistieken zijn wel bewaard gebleven: Eusebio scoorde 733 keer in 745 wedstrijden, voor Benfica waren dit zelfs 638 goals in 614 wedstrijden. Zelfs in de aanvallende spelstijlen die indertijd welig tierden, is dit een knap gemiddelde.

Eusebio heeft daarnaast nog een aantal zaken die meewerken aan zijn legendarische status. Hij bezorgde Benfica, geen misselijk clubje, de enige twee Europa Cup 1-titels in de historie. In 1966 speelde hij met Portugal een van de meest legendarische wedstrijden op een WK, tegen Noord-Korea.

Eusebio3

De Noord-Koreanen waren beter dan nu en kwamen zelfs op 3-0 voorsprong, na 25 minuten al. De overwinning leek binnen, maar toen kwam Eusebio. Hij scoorde vier keer op rij en zorgde vrijwel eigenhandig voor de 5-3 overwinning die Portugal uit het vuur sleepte.

Belangrijker nog was zijn afkomst. Eusebio was namelijk geen Portugees, althans, hij werd niet geboren op het Europese vasteland. Tot zijn achttiende woonde Eusebio in de Portugese kolonie Mozambique; pas nadat Benfica hem kocht, verhuisde hij. Hij bleef echter de trots van Afrika en groeide uit tot de eerste Afrikaanse topvoetballer. Nog steeds is hij de enige voetballer van wereldfaam, afkomstig uit het donkere continent. Opvolgers als Abedi Pele en George Weah konden niet aan hem tippen.

Vandaag wil ik dan ook mijn spreekwoordelijke hoed afnemen voor O Rei, voor Eusebio da Silva Ferreira, de eerste, maar helaas zeker niet de laatste, wereldster die ons is ontvallen. Portugal en de rode helft van Lissabon zullen hem nooit vergeten. Het is een trieste constatering, maar de dood zal onmiskenbaar in het voetbal blijven wroeten, nu oud-sterren oud genoeg zijn om van ouderdom te sterven. De dood hoort bij volwassenheid, het voetbal is eindelijk volwassen.