“Bent u tegen dierenmishandeling?” Tsjah. Dat lijkt mij een vrij retorische vraag. Iedereen die vóór dierenmishandeling is, mag nu opstaan. Dat is net zoiets als vragen wie er tegen een belastingverhoging van twintig procent is. De vraag over dierenmishandeling komt van de website van Stichting Dierenlot. Zij zenden momenteel een reclame uit waarin zij betogen dat veel Nederlandse dieren ‘een verschrikkelijk bestaan leiden en zeer dringend hulp nodig hebben’. Op hun Facebookpagina is te lezen: Help deze zielige diertjes! Het kan al vanaf 1,85 per maand!. Zucht. Zielige diertjes, ik ben er helemaal klaar mee.

Auteur: Judith Bosch

Over de rol die dieren tegenwoordig in het gezin spelen, schreef ik laatst het artikel Testikelimplantaat voor Fikkie. We slaan een beetje door en zien viervoeters als onze gelijken. Dit was tot en met de jaren zestig wel anders: je had een hond om het erf te bewaken en een kat om de muizen te vangen. Door de jaren heen zijn we steeds meer gehecht geraakt aan Bello en Minoes. Ze slapen bij ons in bed, krijgen luxe brokjes en gaan naar de dierenarts voor een ingegroeide teennagel. Hartstikke gezellig en wat mij betreft geen enkel probleem. We hebben in Nederland toch geld genoeg voor dit soort praktijken.

zwerfhondenIn het buitenland wordt veelal anders aangekeken tegen onze geliefde viervoeters. In Oost-Europa, maar ook in een land als Spanje, leven honden in grote roedels op straat en wordt er amper naar ze omgekeken. De lokale bevolking geeft er niet om. In Arabische en Aziatische landen worden honden als onhygiënisch beschouwd en is het ongebruikelijk om een hond als huisdier te hebben. Buitenlanders schijnen grappen te maken over de reddingszucht van de Hollanders en snappen niet waarom wij hun straatschooiers willen helpen. Vergelijk het met een leger Indiërs dat massaal opvanghuizen voor zielige koeien opent in Nederland. Daar zouden wij toch ook vreemd van opkijken.

Het is bijna onmogelijk om als Nederlander een bloedende puppy niet zielig te vinden. Een mager paard dat helemaal onder de wonden zit is ook geen prettig gezicht. Andere wereldbewoners zullen zich hier amper aan storen. Die laten beren met honden vechten, of gaan met het gezin een middagje naar het stierenvechten. Allemaal dingen waar wij Nederlanders niet van houden. Maar wie zijn wij om andere bevolkingsgroepen op te leggen wat zij wel en niet als vermaak mogen zien? En wie zijn wij om te bepalen wat er met hun dieren moet gebeuren? Wellicht heeft het een reden dat er elders weinig aandacht is voor dierenwelzijn.

Een voorbeeld.

SurabayaSoerabaja is de hoofdstad van Oost-Java en qua inwoneraantal de tweede stad van Indonesië. In heel Indonesië zijn er grote verschillen in welvaart. Dit zie je goed in de grote steden, waar luxueuze gebouwen worden afgewisseld met gammele hutjes. Op Java, waar de politieke en economische centra van Indonesië te vinden zijn, zijn de verschillen het grootst. Recente cijfers zijn er niet, maar naar schatting (en cijfers van voorgaande jaren) behoort dertig procent van de Javanen tot de allerarmsten. Zij eten doorgaans slechts eenmaal per dag, hebben één setje kleren en geen toegang tot medische zorg. Deze Javanen wonen veelal in de sloppenwijken van Jakarta en Soerabaja.

In Soerabaja heeft een derde van de inwoners dus niet genoeg te eten. Al het voedsel dat voorhanden is, wordt verdeeld onder de hongerige mondjes van pa, ma en de kinderen. En nee, dan blijft er dus niets over voor de beesten die tussen de hutjes zwerven. Sterker nog, die dragen doorgaans een vrachtlading aan ziektes mee, dus die jaag je met een stok zo ver mogelijk weg. Maar niet getreurd, straathonden van Soerbaja: gelukkig is er altijd nog de Surabaya Animal Care Community. Volgens hun website redt en beschermt de SACC gedumpte en achtergelaten dieren. Hoewel het nergens vermeld wordt, lijkt de SACC opgericht door niet-Indonesiërs, gezien de logo’s van internationale westerse organisaties op de site.

De SACC vangt de dieren op, verzorgt, voedt en castreert ze, om vervolgens een nieuw baasje voor ze te zoeken. Wat er met de dieren die geen nieuw baasje vinden gebeurt, vermeldt de website niet. Naar alle verwachting krijgen die een spuitje, maar dat staat natuurlijk niet zo gezellig op de roze site. Een site die volledig in het Indonesisch is, maar wel Engelstalige advertenties heeft. Dit doet vermoeden dat de ‘adoptieouders’ rijke Javanen en buitenlanders zijn.

Elderly_woman_indonesiaEr is echter een groep in Soerbaja die zo mogelijk nog armer is dan de zwerfhonden: de bejaarden. Ze ontvangen geen pensioen en hebben daarom geen geld voor onderdak en voedsel. De meesten zijn te oud om te werken en zijn afhankelijk van familieleden en omwonenden. Maar die hebben doorgaans nog geen nagel om hun gat te krabben, laat staan dat ze een maaltijd voor de buurvrouw over hebben. Deze bejaarden wonen onder erbarmelijke omstandigheden, hebben een slechte gezondheid en niets te eten.*

Ziet u waar ik naar toe wil?

Ik vind het verschrikkelijk dat er geld wordt gedoneerd aan de SACC, terwijl in de sloppenwijken bejaarden sterven aan simpele kwaaltjes en honger. Begrijp me goed, ik vind piepende hondjes die onder de wondjes zitten óók zielig. Ik zou graag een mooi opvanghuis voor ze neerzetten, waar ze kunnen genezen, te eten krijgen en lekker kunnen spelen met andere voormalig piepende hondjes. Maar niet voordat alle ménsen fatsoenlijk te eten hebben, wonen in een acceptabel onderkomen en beroep kunnen doen op de gezondheidszorg.

Ik weet dat het een bijna onmogelijk streven is. Maar laat je alsjeblieft niet verleiden door die zielige hondenogen in reclames. Of, als je het echt niet kunt laten, maak geld over naar de hondenopvang én de bejaardenzorg.

*Gelukkig wordt er wel af en toe een actie voor zielige bejaarden in Soerbaja op touw gezet, zoals door Omroep MAX vorig jaar.