Slechts 15% van alle Amerikanen die zichzelf als Republikeins beschouwen, is het eens met de keuze voor 12 Years a Slave voor de Oscar voor beste film van het jaar. Bij de Democratische gemeenschap ligt dat percentage significant hoger: 53%. Een groot deel van de 85% nay-sayers onder de Republikeinen draagt het overdreven realisme van de film aan als belangrijkste reden om de film af te wijzen voor de grootste filmprijs ter wereld. Toen dit nieuws afgelopen week bekend werd, was mijn eerste reactie waarschijnlijk gelijk aan die van een groot deel van de Nederlanders: daar heb je die vervelende Republikeinen weer met hun luchtledige gelul. Of hebben ze toch een punt? Worden films langzamerhand niet veel te realistisch?

Auteur: Martijn Kroese

In januari 1896 schrok een groep nietsvermoedende Franse burgers zich een ongeluk. Zij waren getuige toen twee van hun landgenoten, de genieën Auguste en Louis Lumière, voor het eerst hun vijftig seconden durende film Arrival of a Train at La Ciotat publiekelijk vertoonden. De gebroeders Lumière, filmpioniers van het eerste uur, waren als eerste filmmakers ter wereld op het idee gekomen om een camera dusdanig dichtbij een bewegend object te plaatsen, dat het object buiten de grenzen van het frame zou verdwijnen wanneer het dichterbij zou komen. Het object in kwestie was een bewegende trein, en de legende wil ons doen geloven dat een deel van het publiek zelfs flauwviel bij de gedachte dat de trein daadwerkelijk vanuit het filmdoek de zaal in zou denderen.

Dat gebeurde gelukkig niet en de fortuinlijke Fransen bleven ongedeerd. Maar de gebroeders Lumière hadden iets belangrijks aangetoond: maak een film te realistisch, en de uitwerking op het menselijk gestel kan ingrijpend zijn. Anders gezegd: waar de suspension of disbelief ophoudt, daar begint de mentale onrust.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=1dgLEDdFddk]

In honderd jaar filmgeschiedenis is een hoop veranderd en we komen heden ten dage niet meer bij van het lachen als we ons bedenken dat mensen anno 1896 daadwerkelijk angstig werden van bovenstaand fragment. Nee, er is wel meer nodig om de filmkijker van de 21e eeuw in een staat van mentale shock te brengen. Met 12 Years a Slave is het regisseur Steve McQueen gelukt, blijkens de resultaten van bovengenoemd onderzoek.

Eerlijk is eerlijk, 12 Years a Slave bevat enkele buitengewoon aangrijpende scènes die inderdaad bijzonder realistisch van aard zijn. McQueen heeft zijn kijkers genadeloos met de neus op de feiten van het Amerikaanse slavernijverleden willen drukken, en is glansrijk geslaagd. Maar een groot deel van Republikeins Amerika draait de zaak nu om: was het nu echt nodig om ons tergend lang naar een aan een galg bungelende Chiwetel Ejiofor te laten staren? En was het nodig om ons minutenlang te laten aanzien hoe Lupita Nyong’o met een zweep afgeranseld wordt? Is iedere vorm van extreem realisme zomaar goed te praten?

intimacyIn 2001 zette regisseur Patrice Chéreau – één van de grondleggers van het Nieuw Frans Extremisme – buitensporig realisme in om zijn film Intimacy kracht bij te zetten. Intimacy gaat over een man en een vrouw die er een affaire op nahouden bestaande uit korte, wekelijkse ontmoetingen waarbij niet gepraat, maar louter gesekst wordt. Het aangrijpende aan Intimacy was dat de seks echt was: geen hulpstukken, geen stand-ins, geen voorbindmateriaal. Alles wat we zagen, was 100% echt. En we zagen alles.

De liefdesscènes in Intimacy zijn niet mooi. Ze zijn lelijk. Ze zijn kil, rauw, vlak belicht en de personages liggen op koude vloeren. Het zijn lelijke mensen die elkaar geen lieve woordjes toefluisteren maar alleen maar stoten. En er zit geen rustig soul-liedje achter gemonteerd. Chéreau toonde ons dat er niets moois is aan affaires, dat het trieste gebeurtenissen zijn die met liefde weinig te maken hebben. En dat kon hij alleen doen door de seks lelijk en echt te laten zijn.

Onlangs verscheen in The Guardian een artikel over het aanstootgevende realisme in films als Nymphomaniac, Stranger by the Lake en Blue is the Warmest Colour. Laatstgenoemde bevat een zeven minuten durende seksscène die tien dagen op de set in beslag heeft genomen. En ook in deze drie films zien we meer – véél meer – dan we eigenlijk willen. Stel u voor: u zit in een volle bioscoopzaal en moet zeven minuten lang naar een buitengewoon expliciete seksscène kijken. Dat zijn de langste zeven minuten uit uw leven.

En dat moeten ze ook zijn. De regisseurs van al deze films willen u uit uw knusse comfort zone sleuren. Alleen dan kunnen ze u iets zinnigs vertellen. Extreem realisme is het wapen van hun keuze, en dat is ze gegund. Realisme is uw vijand. Het maakt u ongemakkelijk en kwetsbaar, en dat heeft u liever niet. En Republikeins Amerika al helemaal niet.

Het is geen toeval dat recentelijk de film Fruitvale Station, over de waargebeurde moord op Oscar Grant, begint met authentieke amateurbeelden van die moord. Het is geen toeval dat binnenkort de film Boyhood uitkomt, waarin we een jongen zien opgroeien van zijn vijfde tot zijn achttiende levensjaar, en dat regisseur Richard Linklater daadwerkelijk veertien jaar over die film heeft gedaan. Sinds 2001 riep hij jaarlijks dezelfde acteurs bij elkaar om weer nieuwe scènes op te nemen.

Het is, tot slot, geen toeval dat er films in 3D en in hogere frame rates (zoals The Hobbit) verschijnen. De gebroeders Lumière experimenteerden in 1895 al met 3D-films en wilden de trein bij La Ciotat aanvankelijk driedimensionaal filmen en projecteren. Maar daarvoor waren dubbel zoveel camera’s nodig, en dat geld was er niet. De 2D-film werd groot, en de 3D-techniek zou pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw weer uit de kast worden getrokken.

En dan zitten we nog met die miljoenen Amerikanen die 12 Years a Slave te realistisch vonden. Het lijkt me het grootste compliment dat Steve McQueen had kunnen krijgen, en nog een extra reden om de Oscar voor zijn film wel degelijk terecht te noemen.