Het is een fenomeen dat blijft terugkeren in de muziek: samenwerking tussen twee topartiesten of groepen. Er zijn zelfs artiesten die op elk album minstens één keertje de hulp van collegae inroepen om de boel een beetje meer cachet te geven. Meestal komt de hulp uit dezelfde hoek waar de betreffende artiest uit komt. Gitaristen soleren mee op een rockplaat van een ander, popartiesten nemen samen een duetje op, heel Volendam zingt elkanders cd vol en ga zo maar door. Het wordt echter gevaarlijk als artiesten buiten de platgetreden paden in hun genre op zoek gaan naar iets ‘spannends’. Zeker als er rappers bij komen kijken.

Auteur: Niels Beerkens

Als twee artiesten hun krachten bundelen, hoe onwaarschijnlijk de combinatie ook moge zijn, kunnen er hele mooie dingen ontstaan, zelfs als het artiesten uit ons eigen landje betreft. Neem bijvoorbeeld de overbekende Nederpopduo’s Acda en de Munnik en Nick en Simon. Ze hebben niet 100% hetzelfde publiek, dus besloten ze een swingerparty te organiseren en met elkanders muziekpartner de studio in te duiken. Je kunt de muziek van een of beide originele koppeltjes geen reet aan vinden, maar het resultaat is twee degelijke solide Nederpop platen. (‘Sterker nu dan ooit’ van Nick & Thomas en ‘Kijk me na’ van Keizer & De Munnik.) Geslaagd experimentje.

Tegenwoordig hebben veel artiesten echter de neiging om buiten hun eigen wereldje te kijken en eens te gaan shoppen bij andere genres voor wat leuke artiesten om een nummer mee op te leuken. Een mooi initiatief natuurlijk, alleen is het spijtig dat veel artiesten in Nederland dan kiezen om samen te werken met rappers. Daar is op zich niets mis mee, behalve het feit dat dit vaak Nederlandstalige ritmepraters zijn die denken dat ze kunnen rappen. Ze hebben geen mooie zangstem (daar zijn weinig rappers mee gezegend), maar ook geen lekkere flow waar je op kunt bouncen. Ze praten met horten en stoten wat hakkelende rhymes of proberen door veelvuldig nasaal te brabbelen over yolo en chicks de grote Amerikaanse voorbeelden te imiteren.

Types als Lange Frans en Gers Pardoel staan overal met de neus vooraan om weer een nummer op te breken met hun ritmische spraakoefeningen die meer doen vermoeden dat ze aan het bijkomen zijn van vijf etages trappen op rennen dan enige affiniteit met het volledig beheersen van je snelspraak op een leipe beat. Een goed voorbeeld is het Koningslied. Het nummer was al een sentimentele draak die meer clichés bevat dan een weerbericht van Piet Paulusma, maar de druppel is het zwaar geforceerde intermezzo met de crème de la crème van B-garnituur ritmepraters (sorry ik kan het echt geen rappers noemen) die er in Nederland te vinden zijn. Dat een al jaren uitgebrand groepje als Doe Maar een tijdje terug besloot om een nieuw versie van ‘Liever dan lief’ op te nemen is tot daar aan toe, maar zodra Gers Pardoel er met zijn yoloswag doorheen komt geritmepraat haak ik nog harder af dan eerst.

Elke artiest denkt dat het een verrijking van zijn song en zijn oeuvre is om een keertje iets met een rapper op te nemen, maar tenzij je als rapmetal band een extra rapper toevoegt aan een band of artiestensemble loopt het bijna altijd uit op een drama. Als ik het aantal goede invalbeurten van rappers in popsongs moet tellen heb ik aan één hand genoeg. Dat wil niet zeggen dat deze samenwerkingen altijd uitlopen op een drama. Als de rollen zijn omgedraaid pakken de songs vaak een stuk beter uit. Als de rappers het voor het zeggen hebben en een popartiest uitnodigen (of samplen) klinkt het minder geforceerd en past het hele nummer beter in elkaar. Rappers (of hun producers) hebben blijkbaar betere skills in het toevoegen van elementen uit andere genres in hun muziek dan de artiesten (of hun producers) van popmuziek.

Zelfs buiten Nederland is dit het geval. Ik vind het nog steeds tenenkrommend hoe een nummer als Katy Perry’s Dark Horse wordt opgebroken door een of andere rapper die de hele flow uit het nummer haalt. (Al heeft deze meneer duidelijk meer affiniteit in het ritmisch spreekzingen dan veel van zijn Nederlandse evenknieën.) Hoewel hiphop, rap en popmuziek steeds meer met elkaar versmelten kunnen zelfs niet alle Amerikaanse topproducers en altijd een lekker lopend geheel van maken dat natuurlijk aanvoelt. Gelukkig zijn er ook pogingen die zeer succesvol zijn en vooral altijd in mijn geheugen gegrift zullen staan. Als mijn kennismaking met een goede rapper. Als mijn eerste kennismaking met een goede zangeres. En met, zoals ik nu besef, een goede muzikant die weet hoe je twee genres samen moet brengen.