Het WK is slechts een dag oud. Op het moment van schrijven moet het eerste balcontact in São Paulo zelfs nog plaatsvinden. Laten we, voordat iedereen definitief voetbalgek wordt, even wat kritische noten kraken. Het wordt namelijk tijd dat de FIFA ingrijpt. Ik heb het natuurlijk over de superslowmotion.

Auteur: Nils Hermans

Slowmotion hoort bij sport. Als ik aan de befaamde goal van Dennis Bergkamp tegen Argentinië denk, dan denk ik niet aan zijn loopactie naar de hoek van het zestienmetergebied van Carlos Roa. Ik denk niet aan die lange crosspass van Frank de Boer.  Ik denk dan natuurlijk aan het hysterische geschreeuw van Jack van Gelder. Maar meer nog zie ik dan Dennis Bergkamp een halve meter in de lucht hangen,  met zijn rechtervoet omhoog om een ogenblik daarna de bal op te kunnen vangen. Ik zie dat slowmotionshot, genomen door de camera naast het doel.

Een goede slowmotion van een doelpunt blijft je bij, soms nog meer dan het doelpunt zelf. Helaas zijn er onder regisseurs van voetbalwedstrijden ook enkelen die denken dat ze de sporteditie van The Matrix regisseren, en ik vrees dat het tijdens het komende WK weer helemaal losgaat.

Tijdens dit WK worden er liefst 34 camera’s gebruikt om een wedstrijd in beeld te brengen. Drie daarvan registreren het merendeel van de actie: twee camera’s voor close-ups en één overzichtscamera. De 31 andere camera’s zijn voor speciale beelden: zo zijn er bijvoorbeeld de cornercamera’s, de ‘beautycamera’ voor een sfeervol overzichtsbeeld van in het stadion, er zijn twee camera’s die constant de sterspelers volgen, er is een op afstand bestuurde camera die de spelers filmt terwijl ze in de tunnel staan, er is een helicoptercamera.

En er zijn dus twee superslowmotioncamera’s.

De ene superslowmotioncamera is voor de wedstrijd zelf. De beelden van die camera krijg je te zien als er spelers buitenspel staan of als Jasper Cillessen zijn handjes buiten zijn zestienmetergebied heeft gebruikt. Er is niks mis met die superslowmotioncamera. De andere superslowmotioncamera staat gericht op de gezichten van de spelers. En ik heb nu al geen zin in beelden van die camera.

Met die camera gaan we duimpjes zien. Het duimpje van Arjen Robben als hij een te harde steekpass van Jordy Clasie krijgt. Dan zien we Arjen in belachelijk traag tempo badinerend knikken, zijn linkeroog langzaam dichtgaan en zijn duimpje rechts in beeld omhoog komen. We gaan het duimpje van Howard Webb zien als een assistent-scheidsrechter correct buitenspel geseind heeft.

Met die camera gaan we ook héél, héél veel met spijt vertrokken gezichten zien. Als Cristiano Ronaldo weer eens gaat aanleggen van 35 meter en huizenhoog overschiet. Dan krijgt de regisseur van dienst het warm en dan worden we 10 seconden lang getrakteerd op Ronaldo’s verongelijkte kop. Een kop die hij in het echt maar twee seconden trekt, maar omdat de regisseur toch maar even aan honderden miljoenen kijkers wil meegeven dat Cristiano enorm baalt van die gemiste kans, zien we het tien seconden.

Iedere sportliefhebber ter wereld weet dat voetbal emotie is. We kunnen in Nederland duizend gesponsorde praatprogramma’s vullen met gezwam over systemen en het psychische welbevinden van Louis van Gaal, uiteindelijk hopen we allemaal op dat ene geniale Bergkampmoment. En dat moment zal dan genoeg zijn om decennia lang tot de verbeelding te spreken. Daar is geen superslowmotion voor nodig.

Beste Braziliaanse regisseur, ik begrijp je wel. Je hoopt met dat slowmotionmoment hét beeld van het toernooi te pakken. De frustratie van een gemiste opgelegde kans of de vervoering van een speler die diep in blessuretijd de winnende goal maakt. Maar hoe het er uiteindelijk uitziet, komt waarschijnlijk iets meer in de buurt van dit: