Nederland doet het vrij goed op het EK atletiek, met medailles voor sprintster Dafne Schippers, langeafstandsloopster Sifan Hassan en meerkampster Nadine Broersen. De dames redden de eer van Nederland, bij de heren vinden we louter een onderpresterende Churandy Martina en teleurstellende marathonmannen. De media-aandacht is niet van de lucht. Schippers en Hassan worden al Olympische medaillekansen toegedicht. Dat is complete onzin.

Auteur: Ricardo Walinski

Het EK atletiek is namelijk vergelijkbaar met het Aziatisch kampioenschap rugby, het Afrikaans kampioenschap skiën en de Braziliaanse kampioenschappen fierljeppen. Het is allemaal leuk en aardig, er zullen er vast een paar een finale halen op een WK, maar de toppers doen niet mee. Geen Kenianen op de marathon, geen Jamaicanen en Amerikanen op de sprintnummers. Goed voor de aandacht voor atletiek, een van de mooiste Olympische sporten, maar niet de real deal.

Dafne Schippers liep de 100m afgelopen week in 11.12 seconden, negenhonderdste boven haar PR. In Londen was 10.81 genoeg voor een medaille. Dat is drie tienden verschil, enorm op 100m. Vooruit, Schippers is nog jong, maar er moet heel veel gebeuren voordat ze met de wereldtop mee kan. Voor Sifan Hassan lijkt er wel hoop, ze is zelfs vijf seconden sneller dan de goudenmedaillewinnares in Londen twee jaar geleden was. Minpuntje: tijden zeggen op de 1500m niet zoveel. Dezelfde winnares, de Turkse Asli Alptekin, liep op het EK twee jaar geleden vijftien seconden sneller dan op haar gouden race. Ook Hassan is dus nog verre van wereldtop.

Dat betekent overigens niet dat we niet trots mogen zijn op deze prestaties. Je moet ergens beginnen met winnen en een heel continent verslaan is al een prima prestatie. We dienen alleen iets terughoudender te zijn met de prognose van toekomstige resultaten en bekroningen. Op Twitter waren er al enkele oproepen om Schippers tot Sportvrouw van het Jaar te benoemen. Want ja, een dubbelzege op de 100m en 200m, dat kwam al sinds Fanny Blankers-Koen niet meer voor in de Nederlandse sporthistorie. Jurriaan van Wessem riep op Twitter zelfs “Sportmoment van het Jaar”.

Opzienbarend, dat het collectieve geheugen blijkbaar wel terugreikt naar Blankers-Koens prestatie in 1950, maar dat februari 2014 zover weg lijkt. Toen won Ireen Wüst namelijk twee gouden en drie zilveren medailles op de Olympische Winterspelen, een prestatie die volgens mij nog nooit eerder gezien is. Schaatsen is weliswaar geen mondiaal gedragen topsport, maar toch: het zijn in ieder geval mondiale titels, geen Europese.

Schippers wordt volledig ten onrechte nu al op eenzelfde hoogte geplaatst als grootheden als Ranomi Kromowidjojo, Marianne Vos en eerdergenoemde Wüst. Daar kan ze gerust komen, met nog wat jaren training, specialisatie (laat die meerkamp schieten!) en vooral directe confrontaties tegen de Jamaicaanse en Amerikaanse topsprintsters. Laten we voorlopig een ding afspreken met zijn allen: Dafne Schippers is nog lang, lang niet op het niveau van Francina Elsje Blankers-Koen, die maar liefst viermaal Olympisch goud won.