“Bakknikkers? Wat mag dat dan weer wezen?” Verward kijkt mijn broertje op uit de Blokker-folder. “Weet je dat niet?!” roepen zijn vriendin en ik in koor. Wij weten dat wel. Want wij kijken Heel Holland Bakt. Net zoals ruim 1,7 miljoen andere Nederlanders. Gisteravond stemden we weer massaal af op NPO 1 en mede dankzij Jacques hadden we weer een mooie avond.

Auteur: Judith Bosch

Even voor iedereen die nu in hevige onzekerheid verkeert: bakknikkers zijn knikkers die je gebruikt voor het afbakken van een holle taartbodem. Ze zorgen ervoor dat de bodem niet omhoog komt en je een mooie taartvorm krijgt, die je kunt vullen met een ‘koude’ vulling (zoals room en fruit). Zo. En dan nu verder naar echt belangrijke zaken: de Heel Holland Bakt-aflevering van gisteravond.

Martine Bijl staat klappertandend met een parapluutje voor de baktent. Ze tracht een vraag te beantwoorden die al sinds seizoen een op ieders lippen ligt: waarom wordt er eigenlijk gebakken in een tent die voor een kasteel staat? Tsjah… sommige dingen zijn nu gewoon eenmaal zo. Ondertussen regent het dat het giet, dus wat Martine betreft is dit niet het moment om het over dergelijke zaken het hebben. Hup, de tent in.

In die tent staan de overgebleven zes bakkers: Anouk, Menno, Beth, Karin, Corina en Jacques. Het thema van de week is konijnenmoppen herfst. De eerste opdracht: bak een worteltaart. De ogen van Martine beginnen te glimmen. “Kennen jullie die mop?” Corina wel. Haar taart krijgt dan ook de titel ‘Komt een konijn bij de bakker’ mee. Jacques geeft toe niet zoveel met worteltaart te hebben. “Wortels, daar maak je hutspot mee. Maar toch geen taart?” Desondanks weet hij binnen de tijd nog een heel aardig taartje in elkaar te draaien. “Wel lekker als je een keer geen tijdstress hebt”, zegt de Wijchenaar tevreden. Dat levert hem een vuile blik van Karin op, die een ongaar baksel uit de oven trekt.

Hoera, Karin heeft haar baksel toch op tijd klaar.
Hoera, Karin heeft haar baksel toch op tijd klaar.

Dan is het tijd om te proeven. “Vief hè”, zegt Martine als Janny een hap van Menno’s taart neemt. Janny’s hapje vliegt bijna weer naar buiten. Gelukkig voor Menno was de taart helemaal niet vief. Die van Karin wel een beetje. Haar baksel is te nat en te zwaar. Dat levert Karin, die qua stresslevel Corina voorbij schiet, een paar extra grijze haren op.

Dan opdracht twee: eikenblaadjes. Dat zijn koekjes in de vorm van een eikenblaadje. Hoe moeilijk kan het zijn? Nou, best moeilijk, als je je oven niet aanzet. Vraag maar aan Karin. De meeste bakproblemen betreffen de dikte van het beslag, maar Jacques heeft problemen van een hele andere orde: hoe ziet een eikenblaadje er in vredesnaam uit? Helaas voor Jacques mislukken zijn koekjes. Hij durft niet eens toe te geven dat de wittige vierkanten van hem zijn.

HAH! Nu weten we het toch, Jacques.
HAH! Nu weten we het toch, Jacques.

Voor de derde opdracht mogen de bakkers een herfstspektakel maken. Er wordt gerold, gekneed, geroerd, gemixt, getemperd en gerommeld. Anouk en Menno gaan voor groen en maken een boomstammetje. Ook de anderen laten zich inspireren door de natuur. Her en der verschijnen pompoentjes, eikeltjes, blaadjes en paddestoeltjes. Karin doet daar echter niet aan mee en maakt ‘pakketjes met appel en peren, gevuld met lekkere dingetjes’. Je voelt aan je water dat dit wel weer eens verkeerd zou kunnen gaan. En inderdaad: Karins baksels zijn niet gaar. Ze moet het strijdtoneel verlaten. Jacques denkt het minder erg te maken door ‘het is maar een spelletje’ te roepen. Dan is de maat vol: Karin laat haar tranen in de vrije loop.

Euh Jacques, wat doe je nu? Met je spelletjes.
Euh Jacques, wat doe je nu? Met je spelletjes.

Het thema volgende week: brood. Of was het nou brand? We gaan het zien.