Nicolas Cage heeft er een eigen term voor verzonnen: mega-acting. Iemand die mega-acteert, kiest er bewust voor om zichzelf volledig voor gek te zetten voor een camera. Dit natuurlijk in tegenstelling tot over-acting, dat ingezet wordt om slecht acteren te verbloemen (dat ziet Cage zelf althans zo). Nu is mega-acting een kunst die niet iedere acteur beheerst. Wie wel? Michael fucking Shannon, die wel.

Auteur: Nils Hermans

De enige juiste Nederlandse vertaling voor mega-acting is natuurlijk ‘megadrijven’. Al Pacino is, vooral in zijn latere, kan-mij-het-allemaal-verdommen-jaren, erg goed geworden in het megadrijven van scènes. Zo is daar natuurlijk zijn legendarische lofzang op het vrouwelijke achterwerk in misdaadthriller Heat:

Nu is Al Pacino een zeer verdienstelijk acteur. Een slimme man, ook. Ongetwijfeld heeft Pacino er in deze scène bewust voor gekozen om volledig over-the-top, ik corrigeer, mega-the-top te gaan. Ik zou overigens niet weten waarom, maar wie ben ik om te twijfelen aan de acteerkeuzes van Al Pacino?

Een bekwame acteur weet hoe hij een geestelijk gestoord personage moet spelen, zonder als een overacterende schuimbekkende hansworst over te komen: langzaam opbouwen. Begin met wat tics en vreemde reacties en laat daarna je personage helemaal tot uitbarsting komen. En voor zo’n rol is een acteur uitermate geschikt: Michael Shannon.

Michael Shannon in 'Boardwalk Empire'.
Michael Shannon in ‘Boardwalk Empire’.

Helaas kent het grote publiek Shannon alleen van Man of Steel, waarin hij als Generaal Zod vanaf het eerste moment een extremistische fanaat moest spelen. Daar is Shannon overigens prima in. Hij heeft, net als bijvoorbeeld Jack Nicholson, de mazzel om over een gezicht te bezitten waarvan je meteen denkt: er is iets raars met die gozer. En het mooie is: dat weet Michael Shannon maar al te goed.

Ik ken Michael Shannon vooral als een acteur die gespecialiseerd is in het langzaam, maar met uiterste precisie uitdiepen van bijzonder geschifte personages. In 2011 kreeg hij een Oscarnominatie voor zijn rol in Take Shelter, waarin hij een in zichzelf gekeerde man speelt die denkt langzaam maar zeker schizofreen te worden: hij hoort en ziet dingen die er niet zijn, dingen die wijzen op een apocalyptische storm. Hij begint dwangmatig aan het uitbreiden van zijn schuilkelder in de tuin, waardoor hij zijn baan en de toekomst van zijn gezin op het spel zet.

Gaandeweg worden de visioenen sterker, terwijl zijn vrouw hem ervan probeert te overtuigen dat zijn waanideeën alleen in zijn hoofd zitten. Tijdens een bijzonder openbaar etentje, ten overstaande van vrienden uit de kleine dorpsgemeenschap waar hij met zijn familie woont, flipt Shannons personage volledig:

Het mooiste voorbeeld van een megadrijvende Michael Shannon is te vinden in de gangsterserie Boardwalk Empire, waarin Shannon droogleggingsagent Nelson van Alden speelt. De hardcore christen Van Alden ziet het als zijn goddelijke missie om Atlantic City te ontdoen van alcohol en gaat daarin nogal ver. Zo ver dat hij zichzelf in het derde seizoen genoodzaakt ziet om Atlantic City te ontvluchten en in een andere staat, onder de naam George Mueller, strijkijzers te verkopen. ‘George Mueller’ blijkt een waardeloze verkoper te zijn, en wanneer hij door zijn collega’s voor de zoveelste keer voor schut gezet wordt, barst wederom de bom.

https://www.youtube.com/watch?v=51B-sXtV_6g

Of het dus traag, tijdens het verloop van een film moet gebeuren of binnen één scène, Michael Shannon is iemand die het megadrijven geperfectioneerd heeft. Hij begint niet met hysterisch gillen over bijen of het alfabet. Hij vertrouwt op zijn gezicht en gooit er af en toe een nerveuze tic in. Megadrijven begint klein.