Een handjevol concerten in Het Concertgebouw veranderden voorgoed mijn luistergedrag op Spotify. Wanneer ik opsta, zet ik ‘Jupiter’ uit ‘The Planets’ van Gustav Holst op om even goed wakker te knallen. Tijdens het studeren luister ik de ‘Pelléas et Mélisande suite’ van Gabriel Fauré. En met een rode wijn uit de bonus geniet ik ’s avonds op de bank van de sonate voor fluit, harp en altviool van Claude Debussy. What happened? Het Concertgebouw dus.

Door: Lotte van Rosmalen

Verwende import – zo word ik ook wel genoemd door geboren Amsterdammers. Ik ben één van die vervelende Brabanders die even naar de hoofdstad van Nederland verhuist om de beste woonruimtes van Amsterdam te veroveren. Ik woon op de Nieuwmarkt. Alles is voor mij dichtbij en daardoor lijkt alles ver weg. Het is zelfs zo erg dat ik de eerste paar weken in de veronderstelling was dat de zogenaamde ring, de A10 rond de stad, de grachtengordel was. Ik schaam me.

Op een maandagavond vroeg iemand me mee naar Het Concertgebouw, gelegen aan het Museumplein. Ik besloot de wereldreis (nog geen tien minuten fietsen) te maken en belandde op werkelijk de allermooiste plek van Amsterdam. Het Koninklijk Concertgebouw opende in 1888 en heeft vier zalen waarvan ik er twee heb mogen betreden: de kleine en de grote zaal. De imposante ruimtes worden geroemd vanwege hun akoestiek. Zelfs Paul McCartney zingt over het Concertgebouw in zijn nummer ‘Rock Show’.

Schermafdruk 2014-11-19 10.20.04

Mijn allereerste concert wordt verzorgd door het VU Orkest met Daan Admiraal als dirigent en operazangeres Deirdre Angenent, sopraan. De eerste helft horen we Liszt en Strauss. De tweede helft is me het best bijgebleven: ‘The Planets’ van Gustav Holst, en dan met name het stuk ‘Jupiter’. Ieder deel van de suite is vernoemd naar een planeet en krijgt een tweede naam, zoals ‘The bringer of jollity’. Het hele concert is een soort reis door het planetenstelsel waarbij je door een wervelstorm van emoties worstelt: woede, bedaardheid, blijheid en verdriet. Maar dan, na bijna drie kwartier, trekt het laatste deel je in een ontvreemdende, mystieke droom. De bombastische knallen maken plaats voor de huiveringwekkende geluiden van Neptunus.

Na een paar minuten denk ik ergens zang vandaan te horen komen. Ik bestudeer het orkest vanaf het balkon maar zie toch echt niemand zingen. Rillingen trekken over mijn rug. Dan tikt iemand me aan en wijst schuin naar achteren. De deur van de zaal staat open. Op de gang zingt een groep zangers en zangeressen monotoon met de magische muziek van het orkest mee. Het is mooi en tegelijkertijd een beetje griezelig. In de laatste maat worden de deuren heel langzaam gesloten. De compositie uit de jaren ’20 is één van de eerste stukken met een fade-out einde.

We blijven zitten tot ver na deze betoverende afsluiting, kijken hoe de muzikanten hun instrumenten inpakken en het personeel de muziekboeken opstapelt. In een lift van onder het podium worden andere grote instrumenten geladen. De zaal is zonder mensen nog mooier dan gevuld.

Neptune uit The Planets – Gustav Holst

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=PSJub1A1aIk&w=420&h=315]

Een paar maanden later weet iemand me te vertellen dat iedereen tot 30 jaar goedkopere tickets kan krijgen bij Het Concertgebouw. Zogenaamde sprinters kunnen drie kwartier voor aanvang van het concert bij de kassa vragen of er nog plekken over zijn en voor 12,50 euro naar binnen. (IEDEREEN: DOEN)

Met deze kennis sprinten we op een zondagmiddag binnen bij de kleine zaal. Altviolist Ken Hakii heeft een speciaal programma uitgezocht met een paar van zijn muzikale vrienden. De klassieke genres volgen elkaar onvoorspelbaar op, waaronder Schumann, Kurtág en Brahms. Het meest onder de indruk was ik van de sonate van Debussy, lieve muziek, alsof je Bambi met zijn tongetje ziet drinken uit een kabbelend beekje in de lente. Of het clichébeeld van een naakte, volslanke dame die tot halverwege haar perfect geronde billen in helderblauw water staat, terwijl ze haar lange, engelachtige haar vlecht en af en toe wat druppels over haar schouders sprenkelt.

De fluit en viool wisselen harmonisch af, vullen elkaar aan en vertellen een verhaal. Rond minuut 2’30 wordt het zo mogelijk nog vrediger en vrolijker: vlindertjes, bloemetjes, bijtjes – je wordt spontaan verliefd van deze sonate. Een beetje zoals Edward en Bella verliefd worden in Twilight op een andere compositie van Debussy, ‘Claire de Lune’ natuurlijk. Sorry voor het bruggetje naar Twilight.

Sonate for flute, viola and harp – Claude Debussy

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=Vn_0F239ljM&w=560&h=315]

Mijn laatste keer in Het Concertgebouw was afgelopen week op woensdagavond. Op ons allernetst gekleed zijn we zó naar twee eersteklas stoeltjes op het balkon gesprint, linksboven het Concertgebouworkest. Zij spelen vanavond een programma met Franse componisten: Fauré, Berlioz, Ravel en wederom Debussy. In het orkest ontdekken we al snel onze Ken Hakii, uit het vorige bezoek aan Het Concertgebouw, als eerste altviolist. Ik voel me thuis.

Beluister hieronder de ‘Pelléas et Mélisande suite’ in ieder geval vanaf minuut 10’00, daar begint het derde deel (van de vier), ‘Sicilienne’. Schijnbaar is de compositie gemaakt voor een gelijknamig drama en dit deel vertegenwoordigt het enige moment van geluk tussen Pelléas en Mélisande, al is het in een triest mineur.

Pelléas et Mélisande suite – Gabriel Fauré

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=jm-Iwi3zVWY&w=560&h=315]

Na twee welkomstdrankjes, de eerste helft en twee witte wijn in de pauze nemen we plaats voor de muziek van Maurice Ravel. Voordat het Concertgebouworkest begint, wordt er omgeroepen dat iemand zijn gehoorapparaat even uit moet doen omdat het een storende piep veroorzaakt in de opname. We zien vanaf het balkon hoe de witte bollen zich omdraaien naar elkaar en knikken beleefd naar de andere grijsaards naast ons. Zij hebben negentig euro voor hun kaartje betaald. Best vreemd eigenlijk, alsof we met een tweedeklas treinticket in de eersteklas coupé zijn gaan zitten.

Na de mededeling rust ik mijn hoofd soezerig op de schouder van mijn buurman en sluit mijn ogen. Die wijntjes hakken erin, maar hé, ze zijn gratis. Gelukkig zorgt Ravel er met de waltzige start van zijn ‘Valse nobles et sentimentales’ voor dat ik uit mijn wijnroes schrik. Met ‘La Mer’ van Debussy eindigt vervolgens het concert. We blijven weer zitten tot alle muzikanten weg zijn en er productiemensen beginnen met het opbouwen van een ander feest. Na elk concert wil ik blijven om nog even die magie van de grote zaal te voelen. Ik lees de namen van alle componisten die op borden aan het balkon hangen en probeer ze vast te houden. Net als de ornamenten in de architectuur. Ik wil blijven. De volgende keer neem ik mijn slaapzak mee.