Op een mooie zaterdag eind september bezocht ik het Kröller-Müller museum op de Veluwe. Ik moet bekennen dat ik geen gigantische museumfan ben. Een tijdelijke expositie kan me nog weleens bekoren, maar als ik door zalen vol werken uit de vaste collectie loop, ben ik er vaak na een uurtje wel weer klaar mee. Misschien zegt dat iets over de musea die ik tot nu toe heb bezocht, misschien zegt dat iets over mij, misschien beide. Maar deze bewuste middag werden mij de ogen geopend. Toen ik het museum na ruim 3 uur moest verlaten, had ik er nog geen genoeg van. De architectuur, de inrichting van de zalen en bepaalde kunstwerken zorgden ervoor dat ik wel de hele dag had willen blijven.

Auteur: Lisa van Rens

Sint Hubertus‘Maar Lisa, waarom deed je dat dan niet?’ hoor ik je zeggen. Wel, ik had nog een andere afspraak. In hetzelfde nationale park ligt namelijk Sint Hubertus. De Kröller-Müllers gebruikten dit Gesamtkunstwerk van architect Hendrik Petrus Berlage als jachthuis. Berlage ontwierp niet alleen het gebouw, maar ook de inrichting. Van vloer en tapijten tot meubilair en servies; Berlage ontwierp alles. Vrijwel dagelijks geven bevlogen vrijwilligers rondleidingen in het jachthuis. Hoewel die rondleiding tot de benedenverdieping beperkt blijft, geeft het een goed beeld van de manier waarop de Kröller-Müllers hier leefden en het belang dat ze hechtten aan moderne kunst.

Het bezoek aan Sint Hubertus was een mooie aanvulling op het museumbezoek. Een kijkje in de keuken van het buitenhuis van de stichters van het museum. Het riep echter ook de nodige vragen op: hoe konden de Kröller-Müllers zich dit alles veroorloven? Hoe hielden ze alles bij elkaar? Hoe kan één persoon zo’n grote verzameling bij elkaar krijgen? Mijn nieuwsgierigheid werd enigszins bevredigd door de gids van Sint Hubertus, die uitgebreid vertelde over het leven van het echtpaar. De informatie die we in de drie kwartier kregen, zorgde er echter voor dat ik nog nieuwsgieriger werd. Hoe kon het dat de Kröller-Müllers aan het eind van hun leven vrijwel al hun geld kwijtraakten? En waarom stelde ik mijzelf Helene Kröller-Müller al de hele dag voor als een vrouw zonder kinderen, terwijl de gids aan het eind van de rondleiding vertelde dat ze vier kinderen had? Zaak om dat eens nader te onderzoeken.

De eeuwigheid verzameldEerlijk is eerlijk: ik heb de biografie van Helene Kröller-Müller, De eeuwigheid verzameld geschreven door Eva Rovers, vaak in handen gehad. In de boekhandel waar ik een aantal jaren heb gewerkt, verkochten we die regelmatig. Ik had ook de positieve recensies gelezen, maar als het onderwerp je niet genoeg interesseert, ga je geen biografie lezen en zeker geen biografie van 483 pagina’s zonder noten. Nu had ik een reden.

Rovers beschrijft het leven van Helene Kröller-Müller langs chronologische lijnen, te beginnen met het huwelijk van Helenes grootouders in 1837. Na een korte familiegeschiedenis begint het festijn pas echt zodra Helene trouwt met de Rotterdamse Anton Kröller (1888). Nog geen jaar daarna wordt hij directeur van het bedrijf van Helene’s vader: Wm. H. Müller & Co. De passages over Müller & Co zijn niet de interessantste passages van het boek, maar ze zijn noodzakelijk om te verklaren hoe Helene het geld bij elkaar kreeg voor haar imposante verzameling.

Het is opvallend dat Helene Kröller-Müller zich pas in 1905, op haar 36e, verdiept in kunst. Via haar dochter Helene jr. komt ze in aanraking met kunstpedagoog H.P. Bremmer die een grote rol zal spelen in de samenstelling van haar collectie. Helene volgt bij Bremmer kunstlessen en stelde hem al snel aan als adviseur. Haar kunstaankopen gebeurden grotendeels op basis van zijn oordeel. En die aankopen waren groots in kwaliteit en kwantiteit. Zo kocht Helene in één jaar (1913) maar liefst 30 Van Goghs.

Interessant is dat het Helene altijd al om het grote geheel te doen was. Ze was geen verzamelaar die aasde op één stuk en dat per se aan haar collectie toe wilde voegen. Haar doel was een monument van cultuur na te laten waarin de ontwikkeling van de moderne kunst inzichtelijk werd gemaakt. Dat betekende dat ze na verloop van tijd vooral op grote schaal collecties overnam en nauwelijks individuele werken kocht. Ook steunde ze kunstenaars uit Bremmers kring, door hen een vaste toelage te geven. In ruil daarvoor kreeg ze van hen schilderijen. Voor die toelage verwachte ze overigens wel iets terug, want ‘wie betaalt, bepaalt’.

Die houding zorgde voor de nodige conflicten met kunstenaars en architecten. Het moest en zou gaan op de manier die Helene voor ogen had. Dat ze mensen daarbij af en toe tegen zichzelf in het harnas joeg, lijkt haar niet gedeerd te hebben. Van kunstaankopen en ruzie met architect Berlage tot mislukte bouwprojecten en financiële debacles, alles is te lezen in De eeuwigheid verzameld.

Econoom Ariëtte Dekker werkt momenteel aan een biografie over Anton Kröller. Logischerwijs zal deze biografie, die in het voorjaar van 2015 zal verschijnen, meer over zijn bedrijfsvoering gaan dan over de kunstcollectie. Dat maakt het niet minder interessant. Iedereen die De eeuwigheid verzameld heeft gelezen, zou ook Antons biografie moeten lezen. Zonder zijn snelle rijkdom en uiteindelijke ‘ondergang’ waren de Kröller-Müllercollectie en het museum zoals we dat nu kennen er waarschijnlijk nooit geweest.

En wat betreft die kinderen: die waren er. Vier stuks. Ze waren volgens Helene allemaal niet leergierig en diepzinnig genoeg. Sloeg die voorstelling van mij van Helene Kröller-Müller als kinderloze vrouw de plank toch niet helemaal mis.