Het is me opgevallen dat de eindredactie van Incognitief mij in toenemende mate zomaar mijn gang laat gaan. Voorheen kreeg ik nog wel eens tegengas als ik een epistel over afhaalchinezen schreef, maar ook al schrijf ik tegenwoordig vier keer per maand over porno, ze vinden het allemaal prima. Om die reden, beste lezer, gaan we vandaag eens de proef op de som nemen. U en ik. Het is ons geheimpje. Kan ons het schelen. We gaan het hebben over Dragon Ball Z. En The English Patient, die enorme kutfilm uit de jaren negentig. We zien wel waar het schip strandt en hoe lang dit artikel online staat. Drie, twee, één… Go!

Auteur: Martijn Kroese

Gedurende de feestdagen was ik voor het eerst sinds lange tijd weer op bezoek in mijn ouderlijk huis. Mijn ouders hadden kort daarvoor het huis laten schilderen, dus de vertrouwde geur van weleer had op abrupte wijze plaatsgemaakt voor een penetrante verflucht waar de honden geen brood van lustten. Mijn ouders waren al enkele weken bedwelmd en merkten er niets meer van, ik vatte echter wat minder gemakkelijk de slaap.

Iedereen die wel eens zijn huis heeft laten schilderen, weet dat dat een hel is. Iedere kamer moet worden leeggeruimd en de hele zooi moet met tape worden afgeplakt. Vervolgens jaagt één of andere boerenlul met een verfkwast – onder begeleiding van de meest afschuwelijke Duitse feestmuziek die je Dutroux nog niet zou gunnen als afscheidsdeuntje op zijn begrafenis – een paar blikken verf tegen je muur en moet je de hele boel een weekend lang laten drogen. Dat werk.

Ook mijn voormalige kinderkamer was aldus leeggeruimd. Mijn moeder had echter kort voor mijn aankomst gedaan wat iedere moeder zou doen: ze had de kamer weer exact zo ingericht zoals ik die op mijn achttiende had achtergelaten. Inclusief krakkemikkige bureaustoel, achterhaalde wekkerradio en een hopeloos verouderde beeldbuis-tv. Zo’n vierkant ding met een diameter van nog geen twintig centimeter.

The_English_Patient_PosterAls de penetrante verflucht je een uur of wat wakker houdt, groeit de wanhoop. Je lost enkele gecompliceerde wiskundige problemen op en schrijft eens een tractaat naar aanleiding van de toenemende individualisering in de hedendaagse maatschappij, maar rond een uur of drie des nachts zijn de ideeën wel zo ongeveer op. Zou die tv nog werken?

Die tv, daar moest u eens het één en ander van weten. Het laatste dat ik – voor zover ik me dat kon herinneren – ooit op die tv had bekeken, dat was een jaar of acht geleden een uitzending van de tenhemelschreiend trage film The English Patient uit 1996. The English Patient gaat over Ralph Fiennes die eerst twee uur in een hospitaal en daarna twee uur in een grot ligt te creperen. Ondertussen haalt hij zaaddodend saaie anekdotes uit zijn verleden op en pas tegen de tijd dat je daadwerkelijk uit verveling een complete stoomlocomotief door je oogkassen hebt gejaagd, rolt de aftiteling een keer.

Compleet met reclameblokken duurde The English Patient destijds voor mijn gevoel een uurtje of zestien. Maar ach, daar kon die tv natuurlijk ook niets aan doen. Want die tv, die heeft me er gedurende mijn tienerjaren toch maar mooi doorheen gesleept.

dbzDragon Ball Z was in die tijd de anime-serie die al het schoolgaande grut keek en wie de avond ervoor de jongste aflevering niet gezien had, tja, wilde die kneus alsjeblieft oprotten uit de kantine ja toch of niet dan optyfen dan. Probleem: Dragon Ball Z werd om tien over tien ’s avonds uitgezonden op Cartoon Network en dat vond mijn moeder – die van de verflucht – veel te laat. Compromis: ik mocht het opnemen en de volgende middag bij thuiskomst kijken. Maar daar had ik godnondeju niks aan als ik in die kantine stond, je weet toch?

Dus ja, ik moest om tien uur naar bed maar dan ging dus heel stilletjes die kneuterige tv aan. Volume op stand drie – want ik had empirisch bepaald dat standje vier en hoger hoorbaar was vanaf het trappengat – en dan stiekempjes koekeloeren naar de nieuwe belevenissen van Goku, Vegeta, Gohan, Tien, Krillin, Nappa, Yamcha, Bulma, Chiao-Zu oh mijn god ik ken dit nog allemaal uit mijn hoofd.

Mijn moeder nam tegelijkertijd dezelfde aflevering op, en als ik de volgende middag thuiskwam, moest ik net doen alsof ik die nog niet gezien had. Zo kwam het dat ik iedere aflevering van Dragon Ball Z twee keer heb gezien. Eén keer illegaal ’s avonds, en één keer voor de goede vrede ’s middags. Allemaal dankzij die hopeloos verouderde tv.

Ik werd achttien, ging op mezelf wonen, kocht een grotere tv en kuste Dragon Ball Z voorgoed vaarwel. Maar niet voordat ik nog één laatste keer probeerde of ik écht geen Kamehameha-wave kon doen. (Dat kon ik dus niet.)

(Nog steeds niet, trouwens.)

(Ja, ik heb het zonet geprobeerd.)

Terug naar die slaapkamer. Het is drie uur ’s nachts en ik lig wakker en ik denk: kan mij het verrekken, ik gooi die tv eens aan. Hij doet het nog. Ik schakel wat heen en weer tussen de kanalen, maar midden in de nacht worden er niet bijster veel interessante programma’s uitgezonden, zo blijkt. Ik blijf hangen op RTL7. Een meisje van een jaar of negentien verzoekt me nogal dringend om haar voor anderhalve euro per minuut op te bellen terwijl ik naar haar fictieve profiel kan kijken op een website waar ik geen fysieke afspraak met haar kan maken.

Dat was ik maar niet van plan. Ik doe de tv weer uit, draai me een laatste keer om, en vlak voordat ik eindelijk in slaap val, denk ik:

Dat was nog altijd beter dan The English Patient.