De kogel is door de kerk: van Harper Lee’s ‘nieuwe’ boek Go set a watchman komt een Nederlandse vertaling. De opvolger van To kill a mockingbird, een van de belangrijkste Amerikaanse romans uit de 20e eeuw, wordt alsnog uitgegeven. Daarnaast worden er van de Amerikaanse schrijver John Fante, overleden in 1983, dit jaar nieuwe Nederlandse vertalingen uitgebracht. Af en toe duikt er dus ineens een ontzettend oud werk op van een bekende schrijver of wordt een oude schrijver ineens volledig herontdekt en de hemel in geprezen. Wat is dat toch?

Auteur: Sophie Dassen

Jarenlang heeft schrijfster Harper Lee beweerd dat het manuscript van Go set a watchman ‘verloren’ was gegaan, totdat haar advocaat een kopie ontdekte en het onmiddelijk naar de uitgeverij bracht. Groot nieuws in literair Noord-Amerika, want Lee’s To kill a mockingbird is een der grote Amerikaanse klassiekers sinds het verschijnen in 1960. Behalve nieuwsgierigheid en optimisme, klonken er boosaardige geluiden van ‘vrienden’ en ‘buurtgenoten’ van de schrijfster, die The New York Times belden. De inmiddels 88-jarige Lee zou niet meer alles goed op een rijtje hebben en moest alles door haar advocaat laten bepalen. Zelf had ze helemaal niet gewild dat het manuscript alsnog werd uitgegeven en had ze het zelfs expres verstopt. Dit alles heeft als resultaat dat Lee op haar oude dag nog meer energie heeft moeten stoppen in het melden dat ze was vernederd door de kritieken en écht nog heel kwiek was, dan in het promoten van haar nieuwe boek. Of was het een promotiestunt?

Zo af en toe duikt er ineens een volledig nieuw (of nieuw, nooit uitgegeven dus) manuscript op van óf een heel bekende schrijver zoals Harper Lee, of een oude, vergeten of voorheen ondergewaarde schrijver wordt ineens volledig herontdekt en omarmd door een modern literair milieu. Dat gebeurde een paar jaar terug met de Duits-Nederlandse Hans Keilson, wiens In de ban van de tegenstander uit 1959, ineens terechtkwam in The New York Times (daar zijn ze weer!). Uiteraard dook de Nederlandse markt er direct bovenop en verschenen er ook in de vaderlandse kranten lovende recensies. Want als The New York Times iets goedkeurt, móet de rest van de wereld dat natuurlijk ook doen.

Keilson, op dat moment 100 jaar oud, werd zelfs door Matthijs van Nieuwkerk bij hem aan tafel getrokken, die meermaals in het oor van de inmiddels stokdove schrijver brulde ‘dat hij dit nog mee mocht maken!’. Van Nieuwkerk informeerde naar de gevoelens van de schrijver; was het niet verschrikkelijk onrechtvaardig dat hij vijftig later pas was ontdekt? De nog opmerkelijk frisse Keilson snoerde hem de mond door te stellen dat dit slechts een ‘literair probleempje’ betrof: ”mijn ouders zijn naar Auschwitz getransporteerd”. Matthijs rondde maar snel het item af met een halfmeewarige ‘die had ik niet verwacht’-blik.

Toegegeven, Keilson heeft zeker prachtige boeken geschreven maar een ietwat kritische blik was destijds vér te zoeken in literatuurland. Keilson was OVERAL. De man werd met veel bombarie ‘een van de beste schrijvers ooit’ genoemd en moest ineens media te woord staan en ordinaire liefdesverklaringen (of excuses?) van critici in ontvangst nemen. Lang heeft Keilson niet van zijn verse roem kunnen genieten, in 2011 stierf hij alsnog op 101-jarige leeftijd.

Uitgeverij Lebowski heeft sinds kort zelfs een boekenclub opgericht die in het teken staat van het ‘herontdekte boek’. Na de knalromans Stoner en Alleen in Berlijn hebben Nederland en Vlaanderen de smaak blijkbaar te pakken. De literaire herontdekking is zelfs uitgeroepen tot een geheel nieuw genre. Lebowski geeft eenmaal per maand een oude klassieker uit die in een select aantal boekwinkels komt te liggen. Een nobele zet, al ben ik benieuwd hoeveel échte gouwe ouwe nu naar voren worden geduwd.

Het ‘probleem’ en tegelijkertijd de zege waar veel herontdekte schrijvers tegenaan lopen is dat ze veel lijken op andere, wel heel bekende auteurs. Zo ook de Amerikaanse John Fante, die voornamelijk ná zijn overlijden door critici wordt bejubeld. Zijn werk wordt vergeleken met Salinger, Hemingway en nog meer groten der aarde. De Russen Agejev en Gazdnanov waren nooit herontdekt na de val van de Sovjet-Unie als iemand ze niet had geassocieerd met Vladimir Nabokov. Keilson werd door de Amerikanen ook geassocieerd met andere naoorologse Europese schrijvers, maar hem werd wel originaliteit en volop likeability toegedicht. Het is voor herontdekte schrijvers lastig om (als ze nog leven) zichzelf door een wirwar aan vergelijkingen te moeten vechten, want ze hebben aan die vergelijkingen vaak hun succes te danken. Daarnaast lopen herontdekte schrijvers tegen een ‘probleem’ aan dat iedereen ze ongelofelijk ophemelt, lastig als je nog een boek wilt schrijven. Voor iemand als Lee is de spanning omtrent haar nieuwe boek wel héél hoog, want of iedereen vindt het fantastisch, of het is een fikse tegenvaller.

Fante is daarentegen een typische writers writer, een schrijver die vooral door andere schrijvers en critici wordt omarmd (in Nederland is Arnon Grunberg bijvoorbeeld een fervent evangelist), maar die nooit een literaire prijs van betekenis heeft gewonnen of een redelijk publiek heeft weten te bereiken. Komt het dan nu wel goed met de nieuwe vertalingen? Of is het, zoals Muus het stelt, weer een kwestie van wachten op het lyrische stuk over Fante in 2016? En 2017? En waarom blijven critici het toch maar steeds proberen? Als de massa iets niet oppikt, dan toch lekker niet.

Terug naar Harper Lee. Zij heeft zichzelf al ruimschoots bewezen, maar loopt nu het risico dat haar nieuwste roman ineens vies tegenvalt na haar droomdebuut. Iets van haar glans is ze sowieso al verloren, omdat het nodig was zichzelf op haar oude dag nog te moeten verdedigen tegenover die dekselse ‘vrienden’ en The New York Times (gaan jullie eens wat anders doen dan bejaarden lastigvallen!). Haar nieuwste boek schijnt namelijk een directe opvolger te zijn van haar  vorige en haar bloedeigen biograaf twijfelt nu al aan de originaliteit ervan. Auw. Nee, geef mij dan maar een oude dag als Hans Keilson: 50 jaar lang in de vergetelheid wonen en werken en voor je overlijden nog snel herontdekt en overláden worden met complimenten, maar gelukkig niemand die je nog dwingt op een podium te oreren (behalve Van Nieuwkerk dan) of nóg een boek te schrijven. Wat moet dat lekker rustig zijn.

Bron afbeelding: flickr/sewtechnicolor/