In het kader van het boekenweekthema van dit jaar, ‘Waanzin’, is het eens tijd om te kletsen over een auteur die van ‘waanzin’ haar literaire handelsmerk heeft gemaakt. Namelijk Esther Gerritsen, die met haar nieuwste roman Roxy tevens is genomineerd voor de Libris Literatuurprijs van dit jaar.

Auteur: Sophie Dassen

Puur de naam Esther Gerritsen zou zo in het vaderlandse rijtje van thrillers-met-hoge-hakken passen, maar daar kun je haar bepaald niet onder scharen. Gerritsens romans gaan over conflicten en ongemakkelijkheden in menselijke relaties en menselijke onmacht in het algemeen, waarbij menig hoofdpersonage lijdt aan diverse psychische problemen. En dus ook over waanzin, een onderwerp dat in haar laatste roman flink in de spotlights staat. Wat mij betreft had Gerritsen dit jaar beter het boekenweekgeschenk kunnen schrijven.

In 2011 las ik voor het eerst een novelle van Gerritsen, Tussen een persoon.  In dit verhaal blikt een vrouw terug op haar relatie en waar het mis is gegaan. Het verhaal begint als haar vriend wil verhuizen, maar zij bindt hem vast op zolder en begint het relaas af steken terwijl ze hem in feite gijzelt. Later las ik Dorst (2013), Superduif (2010) en Jij hebt iets leuks over je (2011: bundel van columns uit de VPRO-gids). Dorst en Superduif hebben tevens vrouwelijke hoofdpersonages die worstelen met hun zelfbeeld en met de mensen om hen heen. Met name Superduif had perfect bij dit boekenweekweekthema gepast. Deze roman gaat over een 11-jarig meisje, Bonnie genaamd, dat denkt dat ze in een grote duif kan veranderen en een superheld wordt. Als ze gaat puberen, worden haar waanbeelden vaak alleen maar sterker en wordt haar leven er steeds meer door beïnvloed.

Haar laatste roman, Roxy, gaat over een jonge vrouw van 27 die ineens weduwe wordt. Haar steenrijke, dertig jaar oudere echtgenoot is samen met zijn minnares verongelukt. Na zijn overlijden staat de altijd zeer afhankelijke en solitaire Roxy er alleen voor, al krijgt ze veel steun van de oppas, haar ouders, de assistente van haar overleden man en haar driejarige dochtertje. Roxy ziet echter overal vijanden en wordt heel wantrouwig tegenover anderen. Hoe meer anderen zich over haar ontfermen, hoe vaker Roxy zich afwendt. Om haar man rouwt ze nauwelijks, of ze beseft zijn overlijden nog niet. Het hoogtepunt wordt bereikt als Roxy samen met het volledig vrouwelijke en bonte gezelschap een spontane vakantie boekt. Roxy keert zich tegen iedereen en draait door, om in een zeer kinderlijke modus terecht te komen.

Roxy is een typisch Gerritsen-boek waarin ongemakkelijke dialogen en menselijke onmacht de boventoon voeren binnen een huiselijk milieu. Geen grote stappen of knallende mega-acties maar twintig keer opnieuw ‘lust je nog koffie?’-tafereeltjes, zoals het ook in het echte leven gaat. In het normale leven stoeien mensen nu eenmaal met een ingewikkeld koffiezetapparaat (zou ik doen met mijn Blokker-filterkoffie), ook als ze zojuist vreselijk nieuws hebben gekregen. Roxy is en blijft het gehele boek door ultiem ongemakkelijk; bijna alles wat het hoofdpersonage denkt, doet of zegt hangt aan elkaar van de akwardness. De bijpersonages zijn allemaal ongelofelijk lief, weldenkend en meegaand, terwijl zij iedereen wegduwt omdat ze geen idee heeft wat ze met al die aandacht moet.

Ook staat bij Gerritsen altijd de persoonlijke belevenis centraal, dus hoe mensen iets meemaken terwijl dat wellicht helemaal niet de waarheid is. Waanzin dus. Ook bij Roxy viert de waanzin hoogtij en ze haalt steeds meer acties uit die ver buiten haar comfortzone liggen, waarbij ik als lezer soms begon te twijfelen of dit misschien de fantasie van Roxy was, bijvoorbeeld de vele mannen die ze zeer gemakkelijk naar haar bank of hotelkamer meeneemt.

Ondanks dat Gerritsen meesterlijk is in het beschrijven van moeilijkheden tussen mensen, zijn bepaalde zaken aan Roxy toch best storend. Waarom moet Arthur, Roxy’s man, per se dertig jaar ouder zijn? Daarnaast vind ik het niet heel geloofwaardig dat Roxy, een toch wel erg afhankelijke en kinderachtige vrouw, al op haar zeventiende uit huis is gegaan om met een veel oudere man samen te gaan wonen. Ook is het enigszins vreemd dat Roxy op haar 27e niets heeft gestudeerd en geen baan heeft gehad, maar nog steeds kan teren op een ooit heel succesvol boek dat ze heeft geschreven toen ze nog een puber was. Al strookt dat wel weer met haar drang om zich altijd onzichtbaar te maken. Het blijft opmerkelijk dat Roxy als bange, Brabantse, initiatiefloze jonge vrouw enorme aantrekkingskracht heeft uitgeoefend op een brallerige, Hilversumse businessman als Arthur, en vice versa. Ook al had Arthur een minnares, dat de combinatie van hem en Roxy het toch tien jaar uit heeft gehouden is opmerkelijk.

Misschien mijn gebrek aan fantasie, maar aangezien de rest van de roman heel realistisch is opgezet met ‘echte’ mensen, lag dit er erg dik bovenop. Ook het feit dat Arthur een BN’er is, terwijl Roxy zich compleet afzijdig houdt van alles. Ondanks dat is Roxy een intrigerend boek met een steeds beklemmenderende sfeer. Wellicht weet Esther Gerritsen met dit boek haar inmiddels vierde Librisnominatie te verzilveren.