Tussen het kijken van Boer zoekt vrouw, Say yes to the dress, Superfans, The Graham Norton Show en 19 kids and counting door doe ik ook nog wel eens wat cultureel verantwoords. Toegegeven, het staat in schril contrast met de uren die ik doorbreng met The Duggars, de dames van Kleinfeld Bridal en Ewout Genemans, maar afijn, beter weinig dan nooit, nietwaar. En afgelopen vrijdag was het weer zover. Met vriendin M. naar het Noord Nederlands Orkest in het Concertgebouw.

Auteur: Judith Bosch

Lieve M. was nog nooit in het Concertgebouw geweest. Sterker nog: ze was nog nooit bij een klassiek concert geweest. Nu is ze niet de enige van de Patatgeneratie (of zijn we nu generatie X?) die wel eens een Matthäus Passion overslaat, dus tot zover niets bijzonders. Maar dankzij haar vielen me wel een paar dingen op. Daarom: 10 dingen die je niet weet als je voor het eerst naar een klassiek concert gaat.

  1. De beste plekken zijn niet helemaal vooraan

Althans, niet in het Concertgebouw. Iedere bezette stoel levert centen op en dus staat de Grote Zaal helemaal vol met roodfluwelen klapstoeltjes. Als je vooraan zit, kun je je voeten bijna bij de tweede violen op schoot leggen. Tenzij je netjes opgevoed bent natuurlijk. In ieder geval gluur je de dirigent onder de flappen van zijn jas (of je dat nu wilt of niet) en kun je ook zijn neusvleugels aandachtig bestuderen. Buiten het feit dat je nek het na vijf minuten wel gehad heeft met standje 45 graden, zie je het orkest ook amper. Kies dus liever voor een plekje in het midden of aan de zijkant.

  1. De vino mag niet mee

Het orkest mag zoveel lawaai maken als het wil, maar het publiek dient stil te zijn. Doodstil. Dus geen gelurk aan een blikje cola en laat die voordeelverpakking M&M’s ook maar thuis. Eten en drinken kan vooraf, in de pauze of na het concert.

  1. Die mensen vooraan spelen niet allemaal viool

De instrumenten vooraan lijken op elkaar, maar de classificering is niet ‘hele grote viool – grote viool – iets kleinere viool – miniviool’. Helemaal links zitten de eerste violen, daarnaast de tweede violen, vervolgens de altviolen, daarnaast (helemaal rechts) de cello’s en daarachter de contrabassen. En van links naar rechts worden de instrumenten steeds iets groter.

  1. Die man vooraan is niet jarig

De dirigent zal, na opkomst, de violist die uiterst links van hem zit een hand geven. En dat is niet omdat die toevallig jarig is of omdat ze elkaar al een paar maanden niet hebben gezien. Die violist is namelijk de aanvoerder van de eerste violisten en de vertegenwoordiger van de muzikanten van het orkest: de concertmeester.

  1. Dirigententaal is universeel

Stefan Asbury, de dirigent van het Noord Nederlands Orkest, is nogal een expressieve dirigent. Zo expressief, dat M. zich naar mij toe boog en vroeg “Is er nog nooit iemand van dat podium gedonderd?”. Dat antwoord moest ik haar schuldig blijven, maar de vraag “snappen al die muzikanten nu wat hij bedoelt met dat gezwaai?” kon ik wel beantwoorden. Als het goed is slaat de dirigent met zijn rechterhand de maat en geeft hij met zijn linkerhand (/linkerarm/de rest van zijn lijf) aan hoe hard of hoe zacht er gespeeld moet worden, wanneer een solo moet starten, dat een instrumentengroep wat indringender zou mogen spelen, et cetera.

  1. Klapetiquette

Bij klassieke concerten is het vrij essentieel dat je op de hoogte bent van de klapetiquette. Ben je dat niet, doe dan maar gewoon je buurman na. Want wee je gebeente als je applaudisseert na het eerste deel van een celloconcert: dat doe je pas na het laatste gedeelte, in verband met de concentratie van de muzikanten en dirigent. Nog een misser: een nanoseconde na de slotmaat al beginnen met klappen. Dat wordt geïnterpreteerd als ‘jaja, mooi hoor, door naar het volgende nummer want over een half uur gaat m’n trein en ik moet trouwens ook plassen’. Tsjah, ik heb het ook niet bedacht. Maar het bespaart je de hoon van Willem-Jan van Hoesthoogte tot Duivensteijn met z’n rode broek.

  1. Houd je hoest in

Als je blafaids hebt (in gewone mensentaal ook wel ‘verkouden’ genoemd), kun je dat avondje Beethoven beter overslaan. Hoesten wordt namelijk alleen gewaardeerd tussen de stukken door of in de pauze. We komen hier voor onze rust, ja. Vooral Willem-Jan van Hoesthoogte tot Duivensteijn, die de hele week eigendomsverklaringen en andere notariële aktes heeft opgesteld.

  1. Je mag met je ogen dicht luisteren

Het is, in tegenstelling tot een concert van Beyoncé, vrij normaal om een klassiek concert (gedeeltelijk) met gesloten ogen te ondergaan. Dan komt het goed binnen. En raak je niet afgeleid door de neusvleugels van de dirigent.

  1. Opkomst, afkomst, opkomst, afkomst

Na afloop van het concert gaat de dirigent af en komt hij direct weer op. Daarna krijgt hij bloemen, gaat hij weer af en komt hij, mits het applaus nog aanhoudt, nog een keer op. Een applaus kan minutenlang duren, dus train je klapspieren maar vast.

  1. Geen selfiesticks please

Kinda obvious: laat je selfiestick maar thuis. Tenzij je hem wilt gebruiken om die blaffende bejaarde twee rijen verder een corrigerende tik te geven. Of om Willem-Jan van Hoesthoogte tot Duivensteijn wakker te porren. Dan mag het.