Gisteravond zag ik ergens in een hoekje van de Volkskrant een zeer treurig bericht: de autoslaaptrein stopt. Voor mij heeft de autoslaaptrein enkele malen het begin van de zomervakantie ingeluid, vandaar dat ik het zo sneu vind. Sommige dingen verdwijnen nu eenmaal, door de crisis of gewoon in de loop der tijd. Vandaag: vijf dingen die niet meer bestaan en waar we vaker om moeten treuren.

Auteur: Sophie Dassen

  1. De autoslaaptrein

Voor wie nog nooit het genot heeft mogen ervaren van reizen met de autoslaaptrein, hier een korte uitleg. Met de autoslaaptrein kon je reizen naar onder andere Frankrijk en nam je de auto mee, terwijl je zelf in een coupé ging zitten waar je tevens sliep. Een lange treinreis, maar eentje waarbij je op de plaats van bestemming gewoon met de auto weg kon rijden. Makkelijk zat. Ondanks enkele nare ervaringen – zo is er ooit een inbreker onze coupé binnengeslopen die een mobiele telefoon formaat Amerikaanse koelkast en 1000 Franse Franken had gestolen – was de autoslaaptrein een veelbelovend begin van de vakantie: ongestoord stapels Asterix lezen zonder dat je wagenziek werd, geen over de plattegrond ruziënde ouders en geen warm geworden chocomel hoeven drinken.

  1. MSN

MSN had de eer verbasterd te mogen worden tot een officieel werkwoord (msn’en) lang voordat ‘appen’ dat werd. Mijn tienerjaren (vooruit, tot mijn 21e) waren onlosmakelijk verbonden met msn. Thuiskomen uit school en msn’en met klasgenoten. Over huiswerk, over de stomme jongens die we stiekem leuk vonden, over helemaal niets, elkaar liedjes doorsturen (wat een dag duurde), honderden extra smileys opslaan op mijn vaders computer, constant offline en weer online gaan omdat je crush online kwam en je zijn aandacht wilde trekken, kleurtjes en tekentjes in je naam: *#*$0pH!€*#* was een van mijn vele uitvindingen, passief-agressieve songteksten in je naam, ongure types uit Albanië of Kazachstan die ineens in je lijst stonden en om foto’s begonnen te bedelen, op vage websites ‘controleren’ wie jou geblokt had, je oma blokken omdat ze altijd een gesprek begon met ‘Hallo! Dit is oma Elly, ben je nu al thuis van school?’, duizend keer enter indrukken zodra je ouders de kamer binnenliepen, zwoele webcamfoto’s maken met overdreven veel daglicht en constant je avatar veranderen in iets stoerders. En uiteraard een gesprek of negen tegelijkertijd voeren. Geen wonder dat generatie Y moeite heeft met zich concentreren op één ding; MSN heeft de structuur van onze hersenen voorgoed verpest.

  1. De Chill Out van De Bijenkorf

Op iedere school liep een groepje rond dat er altijd ‘cool’ uitzag met spijkerbroeken van Indian Rose, echte Uggs en grote (ook neon) plastic oorbellen. En dan had je de mensen die er nog stoerder uitzagen en die winkelden bij Chill Out, de jongerenafdeling van De Bijenkorf. De echte hipsters van toen, dus niet de regenboogalto’s, maar dan zonder het biologische en zonder het retro-gedeelte. Ik kocht er bijna nooit iets want het was zo hip dat het pijnlijk prijzig werd. Toen Paul Frank dus nog leuk en overdreven duur was en niet door de Primark en Xenos werd aangeprezen (serieus, 2003 heeft zojuist gebeld, ze willen die aap terug). Helaas werd in 2010 de stekker eruit getrokken omdat De Bijenkorf het assortiment ging verspreiden over andere afdelingen.

  1. De regenboogalto

Ik weet niet of ze nog bestaan, maar aangezien ik tussen twee middelbare scholen in woon, durf ik best te stellen dat de regenboogalto morsdood is. Ze zijn vervangen door hipsters en een incidentele gothic of emo. De echte regenboogalto met onflatteuze broeken van Overzeas, dreads, heel veel felgekleurde kettingen en sieraden, piercings en skateschoenen. Ik was geen regenboogalto, maar had licht alternatieve trekjes. Ik bewonderde de echte alto’s maar keek soms lichtelijk op ze neer (sorry). Ik vond mezelf namelijk een véél betere muzieksmaak hebben dan menig zuurstokroze geval. ”Ga toch verdorie op de stoeprand zitten”, dacht ik destijds geërgerd omdat ik het vaak aanstellerij vond. Toch heb ik ook al mijn broeken tussen 2001 en 2004 drie maten te groot gedragen. Vaak gecombineerd met teensokken, een riem met studs en een strak shirtje met een band (had ik van Sonic Youth, maar nooit naar school gedragen) en zwarte eyeliner. Vergeet niet de trend om je haar zwart of rood te verven, dat heb ik beide gedaan.

  1. De Drop-Inn in Uden

Mensenkinderen, zoetekauwen, vergeet de Jamin. Vergeet de fancy chocolaterieën en vergeet de uitdroogde bacteriebakken in de gemiddelde drogist. De Drop-Inn was dé winkel die eind jaren 90 alle Udense kids in zijn greep hield. Een knus winkeltje op de hoek van de Sacramentsweg, met een muur met alleen maar snoep. Om zelf je mandje mee te vullen, waarvan de inhoud vervolgens zorgvuldig door de eigenaar werd geteld, die alles in een zwart-wit gestreept papieren (wat zeg ik: iconisch) zakje gooide. Redactiesommen maken heb ik geleerd bij de Drop-Inn; zo waren de kikkertjes 5 cent (gulden!), de muizen en salmiaklolly’s 10 cent en de snoepspenen 15 cent. Als ik één gulden zakgeld over had, wist ik niet hoe snel ik naar de Drop-Inn moest om de gulden meteen uit te geven. De aardige eigenaar ‘vergat’ soms een kikkertje te tellen, waardoor je er nog eentje mocht pakken, maar dat mocht ik aan niemand vertellen natuurlijk.

De Drop-Inn is nog steeds een begrip, ook al is deze al ruim een jaar of twaalf weg. Hoe vaak ik wel niet tegen iemand heb gezegd: ‘ja, daar waar vroeger de Drop-Inn zat.’ Of: ‘wat voor nieuwe winkel zit er nu weer in de Drop-Inn?’

Aangezien alle andere winkeltjes na de Drop-Inn in dat kleine pandje op de Sacramentsweg zijn geflopt, stel ik voor dat we dat pand gewoon het Drop-Inn-pand blijven noemen. Gewoon, omdat het zo had moeten blijven.

Bron foto: flickr.com/peters452002