Catenaccio-redacteur Nikos Overheul zei het gisteren zeer terecht op Twitter: ondanks dat Barcelona zeer waarschijnlijk een triple gaat winnen (Champions League, Primera Division en Copa del Rey) is het een teringbende in Catalonië. Dit seizoen is meer een laatste stuiptrekking van de Messi/Guardiola-dynastie dan een start van een nieuwe bloeiperiode.

Auteur: Ricardo Walinski

Het lijkt allemaal koek en ei in Barcelona. Na vorig seizoen, waarin Tata Martino (lees: Lionel Messi) aan de macht was en het eerste elftal het minst sprankelende voetbal sinds lang aan het publiek liet zien, lijkt oud-speler Luis Enrique het op de rails te hebben. Barcelona werd gisteren kampioen, uit bij Atletico Madrid, dat vorig jaar de titel wegkaapte uit Camp Nou. Op 30 mei speelt Barcelona tegen Athletic de Bilbao de finale van de Copa del Rey, als opwarmertje voor de CL-finale tegen Juventus. In beide potjes is Barça veruit de favoriet.

Een triple dus, dezelfde prestatie als Guardiola in zijn eerste seizoen voor elkaar bokste. Toch staat de club er slechter voor: er mogen geen spelers gekocht worden tot januari 2016, omdat men zich bezondigde aan iets te dubieuze jeugdtransfers. Huidige voorzitter Josep Bartomeu en vorige voorzitter Sandro Rosell voeren een wanstaltig beleid. Barcelona B, het vlaggenschip van de opleiding en het voorportaal naar het mythische eerste elftal, staat op het punt te degraderen uit de Segunda Division. De doorstroom van talent stokt.

Het beste Barcelona was dat uit 2008-2010, de eerste twee seizoenen van Guardiola. Victor Valdes was een prima goalie, maar Bravo en Ter Steegen doen niet ver onder voor de Catalaan. Als we verder gaan kijken, zien we echter stagnatie of achteruitgang. Achterin spelen Gerard Pique en Dani Alves nog steeds de meeste wedstrijden, maar vooral Alves is geen schim meer van de hofleverancier die hij altijd voor Messi was. Pique lijdt aan het gebrek aan stabiliteit naast hem. Waar in 2008-2010 nog Carles Puyol, Eric Abidal en Maxwell verdedigende toppers waren, moet hij het nu vaak met Jordi Alba, middenvelder Javier Mascharano, houten klaas Jeremy Mathieu of Marc Bartra doen.

Op het middenveld spelen nog steeds Xavi, Sergio Busquets en Andres Iniesta, maar alleen Busquets heeft nog hetzelfde niveau. Ivan Rakitic is daarnaast de enige volwaardige middenvelder, in tegenstelling tot Yaya Toure en Seydou Keita in 2008-2010. Voorin lijkt de enige positie waar vooruitgang is geboekt. Messi is nog altijd Messi, maar Pedro en Ibrahimovic zijn ingewisseld voor Neymar en Luis Suarez.

Die laatste twee zijn weliswaar wereldtop, maar geven wel weer waarom de goodwill richting Barcelona telkens minder wordt. Waar Guardiola spelers als Pedro, Thiago en Tello het eerste in katapulteerde, doet Enrique dat minder. In het begin van het seizoen kregen Sandro Ramirez en Munir El Haddadi nog wel veel kansen, maar dat had vooral met de fitheid van Neymar en schorsing van Suarez te maken. De talenten spelen inmiddels weer bij Barça B, in de kelder van de tweede divisie.

Dit heeft natuurlijk alles met het beleid te maken. Barcelona kreeg altijd de credits dat men met eigen jeugd speelde, maar de transfers zijn sinds 2008 altijd een dure hobby geweest en worden met het jaar ridiculer. Neymar kostte 97 miljoen euro, Suarez bijna hetzelfde: 94 miljoen. Real Madrid wordt gezien als koopclub en daardoor gehaat, maar Barcelona is geen haar beter. Schimmige zaakjes worden niet geschuwd. De transfersom van Neymar was namelijk officieel 57 miljoen, maar er verdween een miljoentje of veertig in Neymars zakken via schaduwkanalen.

De laatste transfer voor het verbod was geen jonge verdediger, die Barcelona hard nodig heeft, maar Douglas, een bijzonder matige 24-jarige Braziliaan die volgens de overlevering als rechtsback kan spelen. Dat doet hij soms in de beker, maar telkens doet hij vermoeden dat Sao Paulo FC haar materiaalman heeft verkocht, met het verkeerde bonnetje erbij. Later bleek dat een bestuurslid van Barcelona, vriendje van technisch directeur Andoni Zubizarreta, de transfer erdoor gedrukt heeft. Douglas speelde dit seizoen een minuutje of zeventig. Au.

Het grote Barcelona, waar we hier in Nederland zo naar opkijken en dat onze harten jarenlang verwarmd heeft met wereldklasse spelers uit eigen jeugd, is een ordinaire maffiose koopclub geworden. Een voor een vallen de grote (reserve-)Catalanen af: Puyol en Valdes zijn al weg, Xavi is bijna weg, Iniesta en zelfs Messi beginnen in de nadagen van hun carriere terecht te komen.

Het huidige Barcelona is geen fris, nieuw geheel, het is een afbrokkelend keizerrijk. Het blijft hooguit nog overeind zolang die kleine Argentijnse keizer voorin ronddanst. Laten we daar nog maar van genieten, zolang het kan. Het duurt niet meer lang.