Beste Connie Palmen, wat zijn wij Incogniefjes toch blij met jou. Altijd ben jij daar om aan te kunnen refereren, of het gesprek nu gaat over serieuze onderwerpen als verslavingen of over drankmisbruik. Jij bent daar, en je stelt ons nooit teleur. Altijd valt er iets over jou te zeggen. Oh oh Connie, gij vrouwelijke Dionysus, vrouwe van het goede leven, hoogmoedige intellectueel die stiekem As The World Turns kijkt om stipt 17.00 en nooit te beroerd om bij DWDD aan tafel te schuiven om de rest van de gasten te laten verbleken door schlemiele saaiheid. En nu is er ook nog een boek geschreven dat over jou gaat. Het zou verdomme ook tijd worden.

Auteur: Sophie Dassen

De hoofdpersoon van Ica door Eva Posthuma de Boer mag dan Ica Metz heten in plaats van Connie Palmen, de lezer weet meteen dat het over een van ‘s Lands favoriete schrijvende drankorgels gaat. Nadine Sprenger, een schrijfster uit Amsterdam, is erg veel bezig met haar idool Ica Metz, één van de bekendste schrijfsters van het land. Al vanaf haar beginnende twintigersjaren leest Nadine gretig alles wat Ica voortbrengt. Op het Boekenbal, waar Nadine voor het eerst mocht komen als debubante, hebben ze elkaar zelfs ontmoet, wat Nadines obsessie alleen maar meer heeft gevoederd.

Op een gegeven moment krijgt Nadine een fantastisch idee voor een nieuwe roman: een roman met Ica als hoofdpersonage, want een fascinerender iemand kan ze niet bedenken (ik eigenlijk ook niet). Dat moet een wereldsucces worden in Nederland, want Ica is behalve beroemd vanwege haar reeks boeken met filosofische uitwijdingen, die doorspekt zijn met vreselijk schaamteloze uitzettingen van haar intiemste momentjes, een vrouw die twee keer weduwe is geworden van een twee Bekende Nederlanders. Daarnaast is ze ontzettend hedonistisch, verslaafd aan aandacht en in feite verslaafd aan alles: wijn, sigaretten, wijn, liefde, Sartre en sigaretten. Ze hekelt kleinburgerlijkheid, middelmatigheid en antirokers en mag regelmatig met haar wijnstem en zuiderlijk accent aanschuiven bij bepaalde tv-programma’s. Die Connie-pardon-Ica, dat is me er één.

Nadine op haar beurt is ook een bijzonder figuur. Nadat ze heeft besloten over Ica een roman te gaan schrijven, verandert haar eerst ietwat schattige bewondering naar een regelrechte ‘Fans!‘-waardige, allesverslindende obsessie. Alles wat over Ica bekend is, móet ze weten. Ze onderneemt zelfs stappen om Ica mee te nemen naar het Franse vakantiehuis van haar ouders onder het mom ‘twee schrijfsters in de natuur die lekker schrijven’, terwijl ze stiekem van plan is Ica wekenlang te observeren. Ica stemt hiermee in en Nadine haar wetenschappelijk onderzoek kan nu pas echt beginnen.

Ik had heel wat bedenkingen voordat ik dit boek ging lezen, maar Ica stáát als een huis vanwege de twee vrouwen en hun onderlinge verschillen. Nadine als vertelinstantie is constant bezig Ica te bekijken, naar haar te luisteren en haar te analyseren, terwijl Ica op haar beurt weinig loslaat en tegelijkertijd zo open is: het is duidelijk dat Ica bij lange na niet dezelfde gevoelens koestert voor Nadine, ze is vooral met zichzelf bezig waardoor de verhoudingen op scherp liggen. Voor Ica is Nadine slechts het zoveelste auteursvriendinnetje dat haar op een voetstuk zet.

Nadine daarentegen laat haar leven bijna volledig beheersen door Ica; ze staat in het vakantiehuisje letterlijk met haar op en dan begint haar ‘werkdag’: alles vastleggen en opzuigen wat Ica doet en zegt als materiaal voor haar roman. Ze heeft een kamertje bezaaid met knipsels, foto’s en aantekeningen. Ondertussen wordt ze steeds jaloerser als Ica aandacht zoekt bij iemand anders (dat gebeurt best vaak) en vreselijk onzeker als Ica wat tijd voor zichzelf nodig heeft. Met haar jonge gezin in Amsterdam zoekt Nadine daar diep in Frankrijk nauwelijks meer contact.

We mogen dan graag grappen maken over Connie-pardon-Ica, de echte vreemde eend in de bijt in dit boek is toch echt Nadine. Haar groeiende obsessie wordt subtiel en geloofwaardig beschreven door Posthuma de Boer, die Nadine aan het begin neerzet als een grote maar lieve fan. Connie Palmen blijft toch wel de grootste ster van het boek, al wordt haar naam nergens letterlijk genoemd. Maar Connie is nu eenmaal de stralende/benevelde ster zoals Ica dat is. Van het Boekenbal, van de tv, van de schrijfwereld, van alles.

Als oud-studente Nederlands weet ik als geen ander dat je nooit personages met de auteur mag verwarren, maar Posthuma de Boer maakt dat toch wel verdomd moeilijk. Ze heeft het voor elkaar, mijn Palmen-fascinatie is in ieder geval in rap tempo vergroot, of Posthuma de Boers obsessie nu ook een kern van waarheid bevat of puur in naam van fictie is opgevoerd, dat weet ik niet. Om met Connie Palmens woorden te spreken zoals ze staan in De Wetten: ”Tussen de waarheid en het schrijven botert het niet.” Laten we dat eerlijk gezegd maar hopen.

Bron afbeelding: Puur VPRO via youtube.com