Na meer dan zes jaar getouwtrek lijkt het dan toch eindelijk zover: er komt op zeer afzienbare termijn een remake van de horrorklassieker It. U weet wel, die enigszins foute film uit de jaren negentig met die enge clown op de poster. In 1990 werkte het goed, het zal rond 2015 ook wel weer goed werken. Want de tijden dat clowns grappig werden gevonden, liggen inmiddels ver achter ons. Clowns zijn eng. Toch?

Auteur: Martijn Kroese

itHet is het jaar 1957 in het kleine, fictieve plaatsje Derry. Zeven schoolvrienden, onder wie Bill Denbrough, zijn er getuige van dat hun stadje wordt geteisterd door een verschrikkelijke serie kindermoorden. Onder meer Georgie, het broertje van Bill, valt ten prooi aan een onbekende moordenaar.

Door een samenloop van omstandigheden komen de zeven jeugdvrienden, die zichzelf ‘the Losers’ noemen – ze worden op school nogal buitengesloten en gepest – er langzaam maar zeker achter dat er geen persoon, maar een kwaadaardig, oeroud monster achter de seriemoorden schuilt. Zo ver als de stedelijke archieven van Derry het toelaten, vinden the Losers bewijsmateriaal dat eens in de 27 jaar een verschrikkelijk kwaad de kop opsteekt en begint te moorden. Al sinds de achttiende eeuw blijkt het stadje onderhevig aan de dodelijke cyclus, die zich nu, anno 1957, uit in een serie kindermoorden.

Bill en zijn vrienden weten door te dringen tot de diepste schuilplaats van het kwaad en slagen erin het bovennatuurlijke wezen te verwonden. Maar 27 jaar later ontwaakt het kwaad – dat inmiddels is omgedoopt tot It (Het) – wederom, klaar voor een nieuwe reeks moorden. The Losers, inmiddels volwassen mannen, komen 27 jaar na dato weer bij elkaar om ‘Het’ nu voor eens en altijd te verslaan.

Tussen de ijzingwekkende regels door is It een meeslepend verhaal over puberteit en opgroeien als verstoteling, maar bij het grote publiek wordt het verhaal voornamelijk herinnerd vanwege één kenmerk: Pennywise de clown. Als ‘Het’ zich laat zien aan the Losers, kiest hij er keer op keer voor om de vorm van een angstaanjagende clown aan te nemen. De makers van de film uit 1990 gooiden Bozo de clown en Ronald McDonald in een blender, zetten er een reeks scherpe tanden op, en het resultaat was Amerika’s collectieve nachtmerrie van de jaren negentig: Pennywise the Clown.

Pennywise, een creatie van auteur Stephen King (die in 1986 het boek It publiceerde waarop de latere film werd gebaseerd), was zo’n dertig jaar geleden de eerste uiting van een evil clown in de kunsten. Amerika had voor die tijd wel seriemoordenaars als John Wayne Gacy gezien, die zich verkleedde als clown en vervolgens kinderen ontvoerde en vermoordde (33 slachtoffers in de periode 1972 – 1978), maar nog nooit was dit nieuwe kwaad overgelopen naar de kunstzinnige wereld. Tot 1986.

Inmiddels is het een begrip, de killer clown. Coulrofobie, de angst voor clowns, is een medisch geaccepteerd verschijnsel. Het blijft me fascineren dat er een fobie bestaat voor een fenomeen dat mensen zelf verzonnen hebben. Angst voor spinnen begrijp ik. Of claustrofobie. Maar angst voor clowns? Dat kan niet aangeboren zijn.

jigsawToch bestaat het en lijden mensen eraan. Het onvoorspelbare gedrag van clowns wordt vaak als oorzaak voor de angst genoemd. Die angst zou dan gedurende de jonge kinderjaren ontstaan en later, met het ouder worden, nooit meer helemaal weggaan. Na 1990 speelden talloze filmmakers gretig op deze wetenschap in. Iedere keer werden de clowns enger, mysterieuzer of moorddadiger.

Misschien wel het meest zenuwslopende voorbeeld van de killer clown is de sprekende pop uit de Saw-serie. Wanneer je wakker werd in een puzzeltombe van de Jigsaw Killer en een televisiescherm zag met de mechanische clown, wist je voldoende: dit is de kamer waarin ik ga sterven.

Tot overmaat van ramp werden onze social media een jaar geleden overspoeld met beelden uit onderstaand filmpje: een serie hilarische (maar ietwat verontrustende) ‘killer clown pranks’. Een man, verkleed als clown, jaagt met een houten hamer en liters nepbloed nietsvermoedende voorbijgangers de stuipen op het lijf. Wie nog niet bang was voor clowns, was het nu wel.

En dus leven we langzaamaan in een tijdperk waarin clowns helemaal niet meer grappig of lollig zijn, maar vooral angstaanjagend. Je kunt als Amerikaanse ouder moeilijk nog met een clown aankomen op de verjaardag van je zoontje of dochtertje; dikke kans dat de aanwezige kindermeute in gillen uitbarst.

Zelf ben ik al sinds een jaar of vijf afgeknapt op clowns. In de lente van 2010 werd ik wakker in een smerige motelkamer ergens in het centrum van Los Angeles. Op zoek naar ontbijt, maar geremd door een hardnekkige kater, strandde ik in een restaurant van Jack in the Box aan Vermont Avenue, een paar blokken verderop. Jack in the Box, voor de goede orde, is met enige afstand de smerigste fastfoodketen die Amerika rijk is. Vergeleken bij Jack in the Box verdienen paupertenten als Arby’s en Taco Bell’s een Michelinster.

180px-jack-in-the-box-ceoHet ontbijtmenu bij Jack in the Box zit al sinds jaar en dag heel eenvoudig in elkaar: je pakt gewoon een doorsnee hamburgermenu en smijt een gebakken ei bij op de hamburger. Friet en cola ernaast, kartonnen doos eromheen en verder niet ouwehoeren. Je kunt er nog een muffin of kop koffie bij krijgen, maar daar moet je dan wel expliciet om vragen. Veel ranziger dan bij Jack in the Box kun je, waar dan ook ter wereld, niet ontbijten.

Nu moet u weten dat restaurants van Jack in the Box volhangen met portretten. Portretten van de mascotte van Jack in the Box. Een ‘jack in the box’ is een ouderwets kinderspeeltje – u kent ze, een clowntje dat uit een doosje komt springen zo gauw je het dekseltje optilt – en de mascotte van de restaurantketen is dan ook een clowntje. Maar niet zomaar een clowntje. Dit is de meest verontrustende clown die u zich zou kunnen voorstellen. Vergeet Jigsaw en Pennywise; de mascotte van Jack in the Box is een wandelende nachtmerrie. Hiervan schrik ik nog regelmatig ‘s nachts wakker.

jackintheboxEn daar zit je dan, met een bonkende kater op een snikhete ochtend in een met smog besmeurd Los Angeles, een ranzig nepontbijt van Jack in the Box in je mik te stouwen terwijl er een stuk of twintig killer clowns vanaf ijzingwekkende portretten naar je zitten te staren. Het is niet te doen.

En daarom ben ik bang voor clowns.