Gisteren overleed Thé Lau op 62-jarige leeftijd. Met Thé Lau is er weer een stukje van mijn jeugd gestorven, iets wat je als twintiger steeds vaker meemaakt. Ik weet niet of ik er ooit aan zal wennen, dit type verandering. Zelfs als midden-twintiger heb ik het gevoel dat het langzamerhand allemaal begint te verdwijnen, de onbezorgdheid en onbezonnenheid die ik nu nog tentoon mag spreiden. Het noopt mezelf tot een necrologie als deze, terwijl ik normaal gruwel van de RIP-berichten. Voor Thé Lau maak ik een uitzondering.

Auteur: Ricardo Walinski

Er zullen vast mensen zijn die Thé Lau alleen kennen van zijn ietwat ongelukkige collaboratie met Lange Frans (“Zing een liedje voor me Frans, ook al is het in het Frans.” Really?) of van de televisie, met interviews over zijn dood. Hoewel ook in deze niet-muzikale setting Lau indruk op mij maakte, door zijn nuchtere houding ten opzichte van de aanstaande dood en zijn mooie levensvisie, moet ik die mensen mee terugnemen in de tijd. Houd je vast, opa vertelt. Op naar de vroege jaren negentig.

Eerder schreef ik al een keer over de invloed die mijn vader op mijn sportsmaak heeft gehad, maar ook mijn eerste muziekvoorkeuren werden door hem met de paplepel ingegoten. Natuurlijk, de plek in mijn hart die ik bewaar voor Kanye West is bij hem gevuld met de Zillertaler Schürzenjäger, maar we hebben een grote groep rockbands die we gezamenlijk waarderen. De Stones, Bruce Springsteen, Muse, Foo Fighters, Triggerfinger, zo kan ik nog wel uren doorgaan.

Op het gebied van Nederlandstalige muziek is er echter weinig dat ons bindt. De Dijk misschien, al is mijn vader groter fan dan ik. The Scene was echter een uitzondering. Ik kan me, buiten de oneindige stapel Hitzone’s die we als gezin verzameld hadden, twee cd’s nog goed herinneren uit mijn jeugd: Greatest Hits van Bruce Springsteen en Open van The Scene. Zuster, Open, Samen, Maan, noem ze maar op en ik kan ze nog mee neurieën. Ik had geen topsmaak in mijn jongste jaren (hallo, smurfenhouse, Backstreet Boys en Toy Box), maar dat dit goede muziek was, dat had ik al snel in de gaten.

Pas veel later ontdekte ik de rest van The Scene. Tijdens mijn studententijd raakte ik verliefd op Blauw, niet zozeer het hele album als wel het gelijknamige nummer. Niet omdat ik constant dronken was (al was ik vaak zat ‘blauw’ op die manier), maar omdat het zo vreselijk hoopvol is in al zijn rauwheid. Frases als “blauw, blauw, blauw, keer ik terug naar jou” staan op papier als hopeloze clichés, maar kwamen tot leven en inspireerden op het moment dat Lau ze zong.

Gegrepen werd ik vooral door de stuwende, opgewekte melodie voor het eerste couplet en de tekst van datzelfde eerste couplet:

Ik heb vannacht gedronken en gezien

hoe geen vrouw ooit krijgt wat ze verdient

Het zien duurt een seconde, de gedachte blijft voor altijd

Ik heb vannacht gedronken en gezien

Het sentiment dat vrouwen beter verdienen dan mannen ze geven, keert voortdurend terug in het nummer en paste perfect bij mijn ontluikende feminisme. Maar dat was het niet, de charme. Het was die derde zin: “Het zien duurt een seconde, de gedachte blijft voor altijd”. Het ontbreken van het woordje ‘maar’, dat je in je hoofd in wil vullen, maar dat verboden wordt door Lau. Het is geen tegenstelling. Het leven trekt voorbij, maar je herinneringen blijven voor altijd. De stem van Lau horen, dat is voor mij terugkeren naar een tijd waarin de wereld nog van iedereen was, een onbezonnen periode waarin ik me niet druk hoefde te maken over mijn ouders die uit elkaar gingen, relaties die misliepen, familieleden van naasten die ziek werden en overleden.

Laat dat een troost zijn, voor het verlies van Thé Lau. De man die zelf over zijn ziekte durfde te zeggen dat deze hem meer had gegeven dan afgenomen, die man heeft datzelfde voor ons gedaan. Ook al sterft er weer een stukje van mijn jeugd, de gedachte eraan blijft voor altijd. 

http://www.youtube.com/watch?v=UPJhBiKOwcc