Een 26-jarige Chinees heeft het Hulkbuster-pak uit Avengers: Age of Ultron nagebouwd. Een drie meter hoog robotpak en een exacte replica van het pak dat Robert Downey Jr. in de film draagt. Kijk, dat zijn de betere klusweekendjes, met een paar maten een kilo of honderdtwintig aan versterkt plastic in elkaar jassen en daarna doen alsof je Iron Man bent. In China kan het allemaal. Vaak maken dit soort filmfanaten de ingrijpende denkfout ervan uit te gaan dat eigen ervaringen net zo geweldig en inspirerend kunnen zijn als de films waaruit ze geleend worden. Die denkfout heb ik zelf namelijk ook ooit gemaakt.

Auteur: Martijn Kroese

Er is een reden dat mensen graag naar films en ook naar televisieprogramma’s kijken. Over het algemeen zijn de mensen die je in films of op tv ziet namelijk op dat moment interessantere dingen aan het doen dan jij zelf. Big Brother vormt wat dat betreft een eenzame uitzondering op die regel.

Berucht zijn de verhalen van Amerikaanse tieners die na het zien van een superheldenfilm zelf een Supermanpak in elkaar knutselen en van een wolkenkrabber afspringen omdat ze denken dat ze ermee kunnen vliegen. Die vallen natuurlijk hartstikke dood. Bij Amerikaanse superheldenkostuums zit inmiddels een waarschuwing die ons ervan verzekert dat de drager niet ineens over paranormale gaven beschikt (want voor je het weet, ben je aansprakelijk), maar de verstokte filmliefhebber moet het in het dagelijks leven zonder die weldoordachte waarschuwing rooien.

En daar zit je dan, thuis op je bankje, met de chipskruimels rond je mond, je haar door de war en één sok half uit. Op televisie zie je James Bond een martini wegklokken, twintig criminelen neerschieten en vervolgens met de lekkere actrice aanpappen en je denkt: misschien moet ik ook eens stoppen met bier zuipen en overschakelen op een charmanter drankje.

Terug naar die Chinees. Die wil waarschijnlijk geen superheld worden, maar vindt het gewoon geinig om een robotpak in elkaar te draaien. En daar is niets mis mee. In Amerika zijn er, vooral sinds het succes van films als Kick-Ass, inmiddels talloze real-life superheroes actief die daadwerkelijk denken dat ze in de voetsporen kunnen treden van de helden die we uit de films kennen.

220px-DazedConfusedMijn persoonlijke favoriet is Captain Oyster, een man uit New York die iedere nacht over de straten van Queens struint om criminaliteit te bestrijden door middel van ‘intimidation and intellectual discourse’. Ook noemenswaardig is The Viper: een twintigjarige inwoner van Columbia, Tennessee die zichzelf omschrijft als ‘a guy who’s trying to do what’s right in tights’.

Denken dat jouw eigen leven ooit zo enerverend wordt als dat van het modale filmpersonage, het is een gevaarlijke valkuil. Zelf ben ik ooit geïnspireerd door de film Dazed and Confused, het debuut van regisseur Richard Linklater én de eerste filmrol van Matthew McConaughey. Matthew organiseert in die film een – mag ik dat zeggen? – epische keg party zoals ze alleen in Amerikaanse college movies voorkomen. Een stuk of vijftig dronken twintigers op een broeierige zomeravond rond een enorm vat ijskoud bier. En dan Lynyrd Skynyrd draaien. Dat werk.

Ik studeerde een tijdje in Amerika en tijdens het eerste zomerse weekend zag ik mijn kans schoon. Met drie debielen reden we naar de lokale liquor store en kochten we, tegen een schandalige betaling, een ordinaire keg bier. Uit de kelder van ons studentenhuis visten we een grote ketel die we volgooiden met zakken ijs. Vervolgens hoefden we alleen maar op Facebook rond te bazuinen dat we een keg party organiseerden en nog voor acht uur die avond stond de woonkamer vol met dorstige studentjes.

Gaandeweg de uitvoering van het plan vergaten we helaas dat de minimumleeftijd voor het drinken van alcohol in de Verenigde Staten op 21 ligt. De avond vorderde, het huis stroomde vol met achttien-, negentien- en twintigjarigen en zo kwam het dat ik die avond rond middernacht aan de lokale politie mocht uitleggen dat ik niet schuldig was aan het aanbieden van alcoholische drank aan minderjarigen. Ik kon me niet herinneren dat Matthew McConaughey zoiets overkwam in Dazed and Confused.

Enkele beschonken tegenargumenten ten spijt, smeerde ome agent me een peperdure, twee uur durende meeting bij het lokale kantoor van de Alcoholics Anonymous (AA) aan. Of ik daar maandagochtend om tien uur paraat wilde staan om eens te babbelen over dat schandalige drankmisbruik van me. Protesteren leek me een slecht idee.

De eerste minuut van het intake-gesprek verliep nog prettig. Wie ik was, waar ik vandaan kwam en goh wat leuk hoe komt dat zo toch allemaal. Maar al te gauw viel het eerste bommetje: dronk ik veel? Achja, wat is veel? Vaak stop ik na de dertiende met tellen. Ik bedoel, na het ongeluksgetal kan het alleen nog maar beter worden, is het niet? Wie houdt de score op dat soort avonden nog precies bij?

Mijn humor viel niet in de smaak en de sfeer werd wat grimmig. Op welke leeftijd was ik dan begonnen met drinken? Tipje van de sluier: in Amerika wordt het niet op prijs gesteld om dan te vertellen dat ze in Nederland op hun zestiende al laveloos in keten en morsige kroegen liggen te krioelen in de restanten van wat ooit baco’s en whiskey-cola’s waren.

Na een uur of twee was het advies kraakhelder: ik moest maar eens gaan deelnemen aan zo’n cursus. Zelfbetaald, dat dan weer wel. Voor niets komt immers de zon op en voor de rest stuurt Uncle Sam na afloop wel een factuur met btw, want zonder btw geen zesbaans asfalt. En daar zijn ze in Amerika goed in, banen naast elkaar asfalteren.

Ik bedankte vriendelijk, schudde wat handen en veerde kwiek op uit mijn stoel. Met de hartelijke groeten aan ome agent die me weer wat tientjes afhandig had gemaakt voor een schijtlollige wanvertoning op een troosteloze maandagochtend.

Achteraf had ik die cursus natuurlijk gewoon moeten gaan volgen. ‘Ik ben Martijn en ik ben een alcoholist’ roepen voor een zaal vol daadwerkelijke drankverslaafden, en dan maar anekdotes tappen. Het was goud waard geweest. En het had me een handvol mooie artikelen voor deze weblog opgeleverd.

Helaas. Ik was nooit een alcoholist. En ik was ook nooit Matthew McConaughey. De realiteit is vaak zo enerverend nog niet.