Drie weken lang word je op NPO 1 doodgegooid met iele mannetjes in maillots op fietsjes met kromme stuurtjes. Voor sommige mensen hét sportevenement van het jaar, voor anderen alleen een vreemd circus dat maar zo snel mogelijk over moet zijn. Maar zelfs als het je niet interesseert kun je er bijna niet aan ontkomen en vang je wel ergens een glimp op van het grootste fietsevenement ter wereld. Zelf ben ik een liefhebber, maar velen om mij heen delen deze liefde niet. Vaak krijg ik dan de vraag ‘Wat is daar nou leuk aan?’ Speciaal voor deze mensen, hier enkele redenen waarom de Tour ook vet is als je wielrennen geen reet aan vindt.

Auteur: Niels Beerkens

Nederland is de underdog

In tegenstelling tot veel andere sporten zijn de verwachtingen voor de Nederlanders nu eens niet te hoog gespannen. Welke sport Nederlanders ook beoefenen, of het nou voetbal of beachvolleybal of spijkerpoepen is, iedereen gaat er vanuit dat de eerste plaats wordt behaald. Zelfs de pers is realistisch en weet dat een Bauke Mollema of Robert Gesink waarschijnlijk niet op het podium zullen staan in Parijs. Natuurlijk wordt er wel gehoopt op leuk resultaat van de Nederlandse renners, maar een mooie overwinning van elke willekeurige andere renner wordt met evenveel enthousiasme bejubeld door de commentatoren. Het afgelopen WK voetbal heeft laten zien wat er gebeurt als de verwachtingen lager liggen: stiekem krijg je uiteindelijk het meest memorabele toernooi sinds tijden.

De Tour is net zo onvoorspelbaar als Game of Thrones

Net als elke andere sport is wielrennen een beetje voorspelbaar. Net zoals je van tevoren al kunt zeggen dat de Nederlandse voetbalclub in de Champions League de poulefase niet zal overleven, kun je van tevoren wel een paar favorieten voor elke race aanwijzen. Natuurlijk kun je niet met 100% voorspellen hoe alles gaat verlopen, maar er zijn scenario’s waar je met een redelijk gerust gevoel op zou durven wedden. In de Tour is echter alles anders. Omdat dit dé wedstrijd van het jaar is, wil iedereen presteren en kan het onrustig zijn in het peloton. Voor je het weet ligt de gedoodverfde favoriet in de berm te kijken met een gebroken sleutelbeen en is het abandon, exit Tour. Zo verlieten favorieten voor de eindoverwinning Christopher Froome en Alberto Contador vorig jaar het strijdtoneel door blessures door valpartijen. Net als een goede Game of Thrones aflevering (Red Wedding…) zit je aan het eind van de etappe met een what the fuck blik op je gezicht te kijken naar de update van het klassement waar de man die jij in Parijs op het podium zag staan uit is geschrapt. Bovendien heb je ook nog de dopingzondaars. Ze zijn schaars tegenwoordig, maar het is een niveau van verraad en bedrog waar menig verachtelijk persoon in the Realm (ja jij, rooie heks) trots op zou zijn. You know nothing, Jon Snow! rusten-wielrenner

( Foto credit: wielertips.nl)

 Het ideale middagdutje

De echte Tourkijkers kunnen het beamen: er gaat niets boven een lekkere power nap tijdens een Tour etappe. Op een ideale Tour middag schakel je om half 3 in en kijk je hoe de zaken ervoor staan voor die dag. Wie is er in de aanval, wie gaat er voor de overwinning, wie moet er opzouten vanwege zijn afwijkende bloedwaarden, enzovoorts. Tegen drieën is het een en ander opgehelderd en volgen er nog twee en een half tot drie uurtjes koers. Gaap. Terwijl de renners rustig voortrazen door het Franse landschap en de commentatoren doorkeuvelen over die renner die het aardig deed in Gent-Wevelgem of Parijs-Roubaix, doe jij lekker even de oogjes dicht. Als het spannend wordt verheffen de commentatoren vanzelf hun stem en kun je weer recht op de bank gaan zitten. Een uur tot een half uurtje voor het einde word je wakker en kijk je de finale en de finish. Ideaal.

Herbert en Maarten

De Tour de France staat bol van de tradities en gebruiken en met het verdwijnen van Mart Smeets zijn Herbert en Maarten de belangrijkste overgebleven hoeksteen. Voor de onwetenden: Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot zijn de commentatoren die van elke etappe verslag doen op de NOS. Elke eerste zondag van de Tour is als een weerzien met oude vrienden als ik de tv aanzet en ik hoor hoe Maarten en Herbert weer oneindig doorbeppen over kasteeltjes, ouwe ploegmaats, de laatste roddels in het wielercircuit, memoires en af en toe ook nog eens iets zeggen over wat er daadwerkelijk op dit moment aan de hand is in beeld. Herbert en Maarten maken het (tot ergernis van de die hard wielerfans) zo gezellig dat ze zelf geen idee hebben wie er opeens ontsnapt uit het peloton of waar de belangrijkste Nederlandse klassementsrenners uithangen. “Is dat Thomas de Gendt?” “Nee, dat is Tony Gallopin!” “Oh nee, het is toch De Gendt…”

Samen met Mart Smeets zijn ze bovendien verantwoordelijk voor een hele hoop uitspraken die de Nederlandse taal verrijken op manieren zoals verder alleen Johan Cruijff dat kan. Net zoals je met je vrienden bepaalde stopwoordjes en gezegdes hebt die alleen jullie begrijpen, slingeren Herbert en Maarten van alles de ether in wat je alleen kunt waarderen als je al een tijdje met ze hebt doorgebracht. Eerst begreep ik er ook geen hol van, maar tegenwoordig is het elke keer genieten als de mannen het hebben over zaken als ‘harken op het buitenblad’, ‘aan het elastiek zitten’ of ‘treintjes uitroken’. Heerlijk. Voor de echte liefhebbers is er zelfs de -inmiddels enigszins verouderde, maar niettemin geniale- Herbert en Maarten Tourbingo.

Hiermee laat ik jullie, hopelijk enigszins geënthousiasmeerd, achter. Ik ga de volgende etappe kijken en een dutje doen. A Demain!