I just saw a guy on the subway watching Django Unchained on a phone,” zegt interviewer Lane Brown tegen regisseur Quentin Tarantino tegen het einde van het gesprek dat een uitgebreid interview in de nieuwe uitgave van New York Magazine moet worden. “The idea that somebody’s watching my movie on a phone, that’s very depressing to me. I can’t even make myself watch a movie on a laptop.” ‘Depressief’ vind ik een groot woord, maar het idee dat mensen continu op zoek zijn naar kleinere schermpjes om hun films op te kijken, dat begint inderdaad verbazingwekkend te worden. Wie zijn deze dwazen?

Auteur: Martijn Kroese

De kans is groot dat ik nu een aanzienlijk deel van het Incognitief-publiek tegen het zere been stoot, maar er moet me echt iets van het hart: mensen die vrijwillig op één van de achterste rijen in de bioscoopzaal gaan zitten terwijl er elders in de zaal genoeg plaats is, vind ik onbegrijpelijk. Je betaalt grof geld voor een kaartje, mag min of meer kiezen waar je wilt zitten, en besluit dan een plek te kiezen die ervoor zorgt dat je blikveld zo klein mogelijk wordt. Waar hebben deze figuren last van?

Je gaat naar de bioscoop om in alle rust op een groot scherm en met goed geluid naar een film te kunnen kijken. Die rust en dat goede geluid zijn anno 2015 prima thuis na te bootsen, maar ik ken maar weinig mensen die een daadwerkelijk bioscoopscherm in hun erker hebben hangen. Nu snap ik prima dat een 68” OLED-scherm best lekker kijkt, maar wat mij betreft gaat er niets boven een IMAX-doek waarvan de randen zo ongeveer buiten de bioscoopzaal liggen. En wat doen al die Hollandse boeren? Achterin de zaal zitten. Volkomen vrijwillig. Dan ben je toch gewoon een debiel?

Vaak beginnen ze te zeiken over pijn in je nek als je op één van de voorste rijen zit. Dat is een fabeltje dat wordt verspreid door mensen die nog nooit op de voorste rij hebben gezeten. Je hebt er beenruimte, goed geluid, geen last van mensen voor je en prima zicht op het scherm. Nekpijn heb ik er nog nooit van gekregen.

tarantinoWaar Quentin Tarantino zich aan stoort, dat gaat nog een stap verder: het kijken van films op je smartphone. Er was een tijd dat Amerikanen die zich geen bioscoopkaartjes konden veroorloven, op vrijdagavond naar de drive-in bioscoop reden om daar vanuit de auto, met de autoradio als geluidsbron, toch op een groot doek naar films te kunnen kijken. Na twee uur zit zo’n autostoel echt niet meer lekker en de geluidskwaliteit is natuurlijk naadje, maar ze deden het tóch: want je had tenminste een groter scherm dan thuis.

En nu kiezen diezelfde Amerikanen er weer voor om het kleinste schermpje dat ze bezitten in te zetten om diezelfde films op te kijken. Dat regisseurs daar depressief van worden, snap ik best: je maakt je film met een bioscoopdoek in je achterhoofd. Zo zou je willen dat jouw film bekeken wordt. Een muzikant heeft ook het liefst dat je zijn of haar muziek via een goede installatie (of nog liever: live) luistert in plaats van op een krakkemikkige discman met oordopjes uit 1994. Artiesten willen dat hun werk gewaardeerd wordt; de angst dat slechte omstandigheden afdoen aan de mate van kunstwaardering, is dermate groot dat een regisseur als Tarantino er depressief van wordt.

Mensen die Django Unchained in de metro op een smartphone kijken, zijn waarschijnlijk dezelfde mensen die tien dollar door een gleuf knallen voor een bioscoopkaartje en vervolgens op de achterste rij gaan zitten. ‘Want daar is het lekker rustig’. (Als het goed is, is het overal in de bioscoop lekker rustig; mits die debielen voornoemde smartphone uitzetten).

Ik kan u niet dwingen, ik kan u slechts adviseren. Kijk films niet op uw smartphone of laptop, maar op een goede televisie of liever nog: in de bioscoop. Een echte bioscoopervaring is namelijk niet na te bootsen (nee, irritante nerd, ook niet met jouw beamer die je in je woonkamer hebt opgehangen ‘want nu hoef ik nooit meer naar de bioscoop’. Flikker op.). Maar mijn echte advies luidt: ga bij uw eerstvolgende IMAX 3D-ervaring eens op de eerste rij zitten. Of de derde. Of desnoods de vierde.

Het scherm is groter dan uw blikveld. U bent zich niet meer bewust van uw omgeving. Alles wat u ziet, is de filmwereld. De randen van het scherm neemt u niet meer waar. Tuurlijk, in het begin is de lettergrootte van de ondertiteling even wennen, maar daar bent u binnen vijf minuten overheen. En daarna begint het: de bioscoopervaring van uw leven.

Blijf weg van de laatste rij. Neem plaats op de eerste. En laat u niet bang maken door een groot IMAX-scherm: dit is hoe de filmmakers het bedoeld hebben. Laat u onderdompelen. U zult niets anders meer willen.