Afgelopen vrijdag moest ik afscheid nemen van mijn vriend J., die zich een week eerder op genadeloze wijze doodreed op de Belgische snelweg. Het ene moment drink je samen een biertje in je favoriete Nijmeegse kroeg, niet veel later loop je een aula binnen waar een houten lijkkist je kil staat aan te kijken. 33 jaar was hij nog maar, en hij had zojuist ontslag genomen omdat hij op wereldreis wilde. Verre continenten zien. Ervaringen opdoen. Echt aan het leven beginnen. En een week voordat hij definitief van zijn klotebaantje verlost zou zijn, doemt er vanuit het niets een vrachtwagen op een afrit op. Vrijdagmiddag in die aula wist ik één ding heel zeker: God bestaat niet.

Auteur: Martijn Kroese

Mijn huis is gevuld met dozen. Er ligt geen vloer meer in. Kleding ligt op de grond en ik kan niet meer op mijn bank zitten omdat er negen pakketten ondervloerpanelen op liggen. Over een aantal dagen betrekken mijn vriendin en ik ons nieuwe huis en de aanloop naar zo’n verhuizing toe is allesbehalve ontspannend. We kennen inmiddels alle cassières van de plaatselijke Gamma en ’s ochtends na het opstaan een koude betonvloer onder je voeten voelen, het gaat allemaal vervelen. Als ik om me heen kijk, voel ik me eenzaam in mijn eigen appartement. Dit altijd zo gezellige appartement waar ik jaren met plezier gewoond heb.

Tijdens het klussen en inpakken draaien we muziek. Uiteraard is mijn muzieksmaak vele malen beter dan die van mijn vriendin. Het enige probleem is dat haar mening inzake die kwestie haaks op die van mij staat. Zo komt het dat tijdens iedere autorit 50% van de aanwezigen naar muziek moet luisteren die hij of zij vreselijk vindt. Het zijn de offers die je brengt om samen gelukkig te worden.

“Heb je al eens over een uitvaartverzekering nagedacht?” vroeg een collega me onlangs. Nee, dat had ik niet. Ik ben 27. Ik ben nog niet van plan om uit te varen. Ik heb geen testament. Ik heb geen antwoord op de vraag of ik begraven, gecremeerd of naar de maan afgeschoten wil worden. Ik denk daar niet over na.

Mijn vriend J., hij had er wel over nagedacht. Zijn afscheidsceremonie in die aula deed in ieder opzicht aan zijn karakter denken. Alle belangstellenden mochten naar believen in en uit lopen. Je kon er bier halen. Iedereen die de behoefte voelde, mocht iets zeggen. Of zingen. Of muziek maken. Een vriend van J. haalde zijn gitaar tevoorschijn en speelde Leaving on a Jetplane. John Denver. Een artiest die ik allang vergeten was. Als slotnummer van de middag speelde hij Always Look on the Bright Side of Life. Monty Python. Daar had J. altijd smakelijk om kunnen lachen.

Een aula vol mensen die het refreintje van Always Look on the Bright Side of Life staan te fluiten, het is niet je meest gangbare afscheidsceremonie. Maar het was perfect. Het had niet anders moeten zijn.

Bij thuiskomst moesten we klussen. Laminaat verwijderen, een rotklus. Het leven gaat door, voor ons. En de rotklusjes ook. Mijn vriendin merkte op dat ze de muziek daar in die aula mooi had gevonden. Ik zocht een verzamelalbum van John Denver op in de Spotify-bibliotheek. Als sneeuw voor de zon verdween onze muzikale Koude Oorlog. John Denver werd, zonder dat we dat hoefden uit te spreken, definitief onze gezamenlijke klusmuziek.

De zus van J. zong, als afscheid van haar broertje, tijdens die afscheidsceremonie het nummer Annie’s Song. Ook van John Denver. Hij schreef het ooit voor zijn vrouw. Het is het liefste nummer ooit. Het is één van de eerste nummers die ik leerde spelen op mijn orgel, toen ik een jaar of tien was. Het werd gedraaid tijdens de uitvaart van mijn oma Annie. Het bewoog mijn ogen tot tranen tijdens de afscheidsceremonie van J. En het is nu het gezamenlijke lievelingsnummer van mijn vriendin en mij.

Ik heb nog nooit nagedacht over mijn eigen uitvaart, maar mocht iemand tegen die tijd dit artikeltje tegen het lijf lopen: draait u maar Annie’s Song en laat verder de boel de boel. Hoe ik het ook wend of keer, ik lijk altijd weer bij Annie’s Song uit te komen.

Soms moet je daar dan maar het beste van zien te maken.

Bedankt voor alles, J. En rust zacht.