Vorige week woensdag overleed de Nieuw-Zeelandse rugbylegende Jonah Lomu totaal onverwacht op veel te jonge leeftijd. Deze (in iedere zin van het woord) enorme atleet stierf na een in principe negentien jaar durend ziektebed aan de nieraandoening die hem tijdens zijn rugbycarrière dwars zat en die zijn hele verdere leven beïnvloed heeft.

Auteur: Coen van Rossum

Jonah Lomu was 1 meter 95 en de top van zijn kunnen woog hij 120 kilo. Met zo’n figuur speel je over het algemeen bij de voorwaartsen, maar Lomu was een winger – de spelers aan de buitenkanten van het veld die belast zijn met het scoren van try’s – een positie die normaal bezet wordt door lichtere jongens, die ieder klein gat in de verdediging genadeloos uitbuiten. Lomu was anders. Hij was ongeveer 35 kilo zwaarder dan de gemiddelde winger in zijn tijd, maar minstens zo snel (hij liep de 100 meter in 10.9 seconden). Lomu was dan ook niet van het zigzaggend tegenstanders ontwijken, zoals zijn tijdgenoten op de wing veelal deden. Vergeleken met hen was Lomu eerder een olifant in een porseleinwinkel: bikkelhard, oersterk en, zodra hij eenmaal op snelheid was, niet meer af te stoppen. Het zorgde voor angstaanjagende taferelen zodra Lomu aan de bal kwam.

Een compilatie van alle try’s die Lomu voor de All Blacks scoorde

Het hoogtepunt van zijn carrière was ook meteen zijn doorbraak: het WK rugby van 1995, het laatste WK van het amateurtijdperk in rugby union. Lomu was een afschrikwekkende gedaante. De meeste teams waren ook niet voorbereid op wat hen te wachten stond en Lomu maakte er dankbaar gebruik van. Tijdens dat WK werd Lomu topscorer, maar het is vooral zijn optreden in de halve finale tegen Engeland dat altijd opgehaald wordt. En terecht. Lomu scoorde vier try’s (in bovenstaand filmpje zijn dat try’s 4 tot en met 7) en het verschil tussen de grote Nieuw-Zeelander en de relatief kleine Engelse spelers werd pijnlijk blootgelegd toen Lomu letterlijk over de onfortuinlijke fullback Mike Catt heen liep.

Nieuw-Zeeland ging door naar de finale, waarin het verloor van thuisland Zuid-Afrika. Het maakte voor de carrière van Lomu weinig uit. Hij was in één klap een superster. In de jaren daarna steeg zijn roem alleen maar verder: er kwam zelfs een PlayStation-spel uit met zijn naam. Toch was Lomu huiverig om zich als een ster te gedragen en legde vele mogelijkheden om zijn bekendheid te vergroten naast zich neer. Zo wees hij een aanbod om American Football te gaan spelen naast zich neer en hij weigerde zelfs een rol als de schurk Gabor in de  James Bond-film The world is not enough toen hij daarvoor gepolst werd. Hij had maar één passie: rugby.

Juist toen alles hem voor de wind leek te gaan, kreeg hij het verschrikkelijke nieuws te horen dat de rest van zijn leven zou domineren. Lomu was ziek. Heel ziek. Hij had een zeldzame nieraandoening, die er voor zorgde dat hij iedere dag een uur of acht aan een dialyseapparaat moest. Hierin schuilt ook het grootste verschil tussen Lomu en sportmannen als Schumacher, Federer, Ronaldo, Messi, Bolt, Kramer of net welke sportman die in zijn hoogtijdagen een dominante factor was in zijn sport: toen zij hun grootste prestaties neerzetten, waren zij op de toppen van hun fysieke welzijn, terwijl Lomu de rugbywereld domineerde terwijl hij in feite doodziek was.

Lomu hield het nog lang vol, maar in 2003 was zijn tijd als All Black toch echt voorbij. In 2004 onderging hij een niertransplantatie, die zo succesvol was dat Lomu nog een bescheiden comeback maakte op de rugbyvelden voordat hij in 2007 zijn schoenen definitief aan de wilgen hing. De koek was op. Lomu’s gezondheid stond een langere rugbycarrière niet toe. Hij ging zich meer op zijn familie richten en werd vader van twee zoons. In de tussentijd bleef hij het rugby promoten, zoals in de onderstaande Heineken-reclame, die voor het afgelopen WK rugby in Engeland werd gemaakt.

Toen Lomu’s getransplanteerde nier in 2011 door zijn lichaam alsnog werd afgestoten, werd de kans dat Lomu zijn kinderen oud zou zien worden aanzienlijk kleiner. Weer moest hij met grotere regelmaat aan de dialyses. Tot vorige week woensdag, toen hij eigenlijk volkomen onverwacht overleed, nadat hij tijdens het gehele WK in Engeland was verbleven en juist terugkwam van een vakantie met zijn gezin. De dood van Lomu ging als een schok door Nieuw-Zeeland heen, waar hij werd gezien als een nationale held, en wellicht de beste rugbyer die ooit voor de All Blacks had gespeeld.

FB_IMG_1447921978461

De veelzeggende voorpagina van The Irish Examiner, een Nieuw-Zeelandse krant, van 19 november

Het overlijden van Jonah is een treurig verhaal en voor de meeste rugbyers voelt het alsof ze een goede vriend hebben verloren. Lomu belichaamde alles wat rugby hoort te zijn: hij was groot en sterk, snel, behendig, liep tegenstanders omver alsof het dominostenen waren, maar buiten het veld was hij nederig, bescheiden, praatte hij altijd over het team en nooit over zichzelf. Vriendelijk en toegankelijk buiten het veld, een monster erbinnen.

Lomu is weliswaar overleden, maar de impact die hij op het rugby heeft gemaakt leeft voort. Na hem zouden er nog vele enorme wingers komen, die niet alleen snel en behendig waren, maar zelf ook tegenstanders omver kunnen beuken. Tijdens dit WK werden Nadolo van Fiji en met name Savea van Nieuw-Zeeland regelmatig met Lomu vergeleken, maar ook zij komen niet in de buurt van de nalatenschap van het originele freak beast dat in ’95 de rugbywereld versteld deed staan.

Lomu liet een vrouw en twee kinderen na (vijf en zes jaar oud). Hij is veertig jaar geworden.

FB_IMG_1448009670524

Een foto van een Jonah Lomu op dertienjarige leeftijd