Opmerkelijk nieuws uit Amsterdam deze week: dierentuin Artis gaat de namen van haar dieren niet langer bekend maken aan het publiek. Sterker nog: mogelijk krijgen nieuwe dieren helemaal geen naam meer. Ik vind dat een zorgwekkende onwikkeling. Het is onder dierenkenners algemeen bekend dat dieren zonder weloverwogen, zorgvuldig gekozen naam een versterkt risico op ernstige identiteitsstoornissen lopen, vaak met de dood tot gevolg.

Auteur: Martijn Kroese

Het nieuws is onder de dierenliefhebbers van Nederland als een bom ingeslagen, afgelopen week. Ieder dier dat vanaf nu zijn of haar intrede zal doen tot dierentuin Artis, moet naamloos door het leven. Dat is een nogal bot, simplistisch besluit van de directie van Artis. Op het moment dat we het oké gaan vinden dat dieren als nummertje in plaats van als unieke individuen behandeld worden, is het hek volkomen van de dam.

Neem bijvoorbeeld de jan-van-gent, die koddige, witte vogel met de karakteristieke zwarte pootjes. Nu zou u kunnen denken: jan-van-gent, dat klinkt verdorie al als een naam met toenaam. Het toeval wil dat jan-van-genten bovengemiddeld gebaat zijn bij een strikt persoonlijke benadering van de dagelijkse gang van zaken. Een individuele naamgeving voor iedere jan-van-gent is dan niet minder dan noodzakelijk. Wie alle jan-van-genten over één kam scheert, zal bedrogen uitkomen.

Ik heb dit zelf een aantal jaren geleden aan den lijve ondervonden met mijn woestijnwolf Adriaan. Ik dacht aanvankelijk: een woestijnwolf, zo’n eigenzinnig, eenzaam beest, die hoef je niks meer wijs te maken. Die kun je gewoon aanspreken met Wolf. Maar ik geef het u op een briefje: hoe langer je wacht met een woestijnwolf een eigen naam te geven, hoe schever ze je aan gaan zitten staren met die grijze bek vol tanden van ze. Na een week of drie ben ik overstag gegaan. Mijn woestijnwolf hing op dat moment dagelijks kwijlend in de gordijnen op zijn eigen staart te kauwen. Totaal losgeslagen. Geen idee wat hij met de wereld aan moest.

We hebben er best wel een dingetje van moeten maken, destijds, die naamgeving. Een avondje alle huizen langs, aanbellen, u weet hoe zoiets gaat. Mag ik u voorstellen, dit is Adriaan. Adriaan de woestijnwolf. Er werd gelukkig begripvol gereageerd door de buurt. Dat helpt zo’n beest dan toch op weg.

Dat Artis niet inziet – of gewoon glashard ontkent – dat dieren namen moeten krijgen, is eigenlijk onbegrijpelijk. Wat mij betreft zijn er weinig dingen mooier dan op een dag thuiskomen met een alpaca, ‘m uitpakken in de tuin en dan zeggen: “Welkom, Arie. Arie de alpaca, hoe gaat het met je? We gaan er een dolle alpacaboel van maken hier, Arie!” Je ziet zo’n diertje direct helemaal tot leven komen.

Mijn persoonlijke overtuiging is anno 2015 dat dieren het best gedijen bij een naam die past bij hun geografische afkomst. Zo sprak ik nog niet zo lang geleden een dwerggiraf die door zijn eigenaar Teun was genoemd. Zoiets vind ik bijna misdadig. Ik heb toen de naam M’Fufu voorgesteld. Dat beest knapte er direct zichtbaar van op. Binnen een uur of anderhalf had ik de eigenaar overtuigd en zo zie je maar: over één nacht ijs gaan, is ook niet altijd alles.

Momenteel zit ik met twee polderhamsters in mijn maag. Eigenlijk zou je die typisch Hollandse poldernamen willen geven. Ik speel met de gedachte ze daarom Dirk-Jan en Maurits te noemen, maar het probleem is dat die beesten zo verdomd veel op elkaar lijken, dat ik me moreel verplicht voel ze Frank en Ronald te noemen. Dat illustreert dan wel weer mooi: een goede naam verzin je niet in een zucht en een scheet. Je maakt eens een lijstje, streept wat dingen weg, heroverweegt wat namen die je misschien voorbarig hebt laten afvallen, en zodoende trek je eigenlijk, puur intuïtief, altijd wel aan het langste eind.

Maar als het aan de heren en dames van Artis ligt, komt er een bruut einde aan die vorm van kunst. Edelhert nummer 33, dames en heren, zoek het er maar mee uit. Nou, mij niet gezien.

Tot slot: ik heb afgelopen weekend in een opwelling drie gevlekte brulsalamanders aangeschaft en ben nog op zoek naar passende namen. Het oorspronkelijke leefgebied is de lage Amazone en de moerassen ten zuidoosten van het Titicaca-meer, dus ik zat zelf aan iets neo-Boliviaans te denken, maar ik sta open voor suggesties. Laat die vooral in de commentaren hieronder achter. De mooiste suggestie beloon ik met een sfeervol kiekje van mijn twee geelbuikschildpadden Nwankwo en Finidi.

De volgende keer gaan we het hebben over de pizza Hawaii en leg ik uit waarom het toendrazwijn zo’n onbetrouwbaar liegebeest is.