Midden op het heuveltje in het park zaten ze. In een kringetje op het gras. Met hun rug tegen hun schooltas of in kleermakerszit. Blikjes energiedrank en sigaretjes die moeders niet mag vinden voor zich op de grond. Soms had er eentje een campingstoeltje bij zich. Als een koning zat hij op zijn troon en draaide een joint die hij als een scepter in zijn hand hield. Midden in het zicht, maar toch net zo ver weg dat ze dachten dat het voorbijfietsende volk niet door zou hebben wat ze aan het doen waren. Ze waren anders dan de rest, want ze droegen shirts van rockbands, hadden halflang haar dat net niet lang genoeg is om in een staart te dragen en ze hadden hun arm vol verlepte festivalbandjes. Maar nu zijn ze weg.

 Auteur: Niels Beerkens

Vroeger was ik ook zo en dacht ik dat ik nooit zou veranderen. De kans dat er muziek geschreven zou worden die cooler is dan Limp Bizkit’s Nookie of dat er een reden zou zijn om je wilde haardos te reduceren tot normale proporties was immers nihil. Al je zuurverdiende centen gingen op aan festivalkaarten en cd’s en de Large-catalogus was je modebijbel. Wat er ook speelde in je lokale jeugdhonk, zolang er gitaren in het spel waren, toog je er op vrijdag of zaterdagavond naar toe. Support your local scene. Jij was ‘gewoon jezelf’ en al die anderen waren meelopers of mensen die het gewoon niet snapten. Never change!

largeInmiddels zijn we een dikke tien jaar verder en moeten we concluderen dat de alto een uitstervend ras is. Natuurlijk kun je het zelf zien aankomen. Zodra je eens een plaat uit de 60’s opzet besef je dat er al lang voor Nookie goede – of zelfs betere – muziek werd gemaakt. Het jeugdhonk is al een aantal jaren dicht. De conclusie dat de haargenen in onze familiegenenpoel niet de beste zijn is ook al een tijdje terug getrokken en het aantal bandshirts in mijn kledingkast heeft ook niet meer de overhand. Natuurlijk ga ik nog wel eens naar een concertje of naar een festival, maar niet meer zo veel als vroeger. Er zijn nu iets meer factoren om rekening mee te houden, zoals de wensen van je vriendin, de huur die betaald moet worden en af en toe moet er ook gewoon lekker burgerlijk tijd gemaakt worden om de badkamer te poetsen. Wakker worden met een kater en toeterende oren is bovendien een stuk minder aangenaam als je de volgende morgen weer moet gaan werken, in plaats van voor aardrijkskunde en Nederlands huiswerk maken in de openbare leeromgeving, met stiekem de oortjes van je muziekspeler in.

Een lange tijd leek het echter goed te gaan. Onze opvolgers dienden zich aan en de Large leek ook na onze klandizie nog bestaansrecht te hebben. Op de concerten waar ik nog acte de presence gaf, tierden de vette, lange haren en de zwarte bandshirts nog welig. Toch is het ergens mis gegaan. Misschien heb ik even niet opgelet. Of misschien is het proces zo natuurlijk verlopen dat het me gewoon niet is opgevallen. De langharige stoners op Lowlands werden steeds meer vervangen door mensen die voor ‘die DJ’ kwamen en ‘liever een pilletje deden’ in plaats van een biertje te drinken. De bandshirts bij concerten werden langzaam vervangen door bloesjes en filmende smartphones. De jeugd van tegenwoordig denkt bij ‘feestjes’ niet langer aan evenementen met een bandje, maar iets waar een DJ draait. Chillen in het park is nu voor semi-criminele hangjeugd of mensen die denken dat scooters en bontkraagjes de shit zijn.

2015_RiP_Motoerhead_-_Lemmy_Kilmister_by_2eight_-_DSC6369 Het besef kwam dit weekend pas, toen ik beelden zag van de herdenkingsdienst van de onlangs overleden Ian ‘Lemmy’ Kilmister. Lemmy was niet alleen de zanger van Motörhead, maar ook een soort patroonheilige voor alto’s everywhere. Ook al had je Lemmy nog nooit ontmoet of hield je niet van Motörhead, je had toch het idee dat hij een beetje de festivalopa van iedereen was. Welk festival je ook aandeed, Lemmy trad er vast wel een keertje op of zijn cd werd in ieder geval ergens in een standje gedraaid. Lemmy had overal schijt aan, maar was tegelijkertijd een verstandige vent, al zouden de fles Jack Daniels per dag en zijn voorkeur voor speed anders doen vermoeden. Op Lemmy’s herdenkingsdienst kwamen allerlei mensen uit de muziekscene een woordje doen over de beste man. Het was een vervreemdend gezicht, omdat je mensen als Dave Grohl en Slash eigenlijk alleen kent als de podiumbeesten of die dude die zelfs in interviews tof is. Menselijker dan nu had ik ze nog nooit gezien.

Toen ik Dave met een traantje in de ogen naar het altaartje voor de overleden legende (inclusief fles Jack Daniels en lijntje speed, neergelegd door zijn bandmakkers) zag kijken, besefte ik me dat ik de alto-koning uit het park ook al lang niet meer had gezien. Weg? Oud en verstandig geworden? Wilde haren afgeknipt en gestopt met roken? Wie zal het zeggen. Misschien is het heengaan van Lemmy wel een teken. Dat hij niet meer nodig is. Ook alto’s worden groot. Wilde haren af en thuis met de vrouw op de bank. Het tijdperk is voorbij en Lemmy gaat uitrusten.

Ik hoop van harte van niet. Ik hoop dat ergens in een parkje, bovenop een heuveltje, omringd door zijn in het zwart gestoken discipelen een alto-koning in zijn campingstoel een joint draait. Dat hij zijn geloof verspreidt en dat ooit, net als de Jedi, de alto terug zal keren. Ik zal nog eens een Large bestellen.

En nog een keer, omdat het kan:

Image credit:

Header – tumbler.com, Large: catawiki.com, Lemmy: wikipedia.com