Toen je zes was, dacht je dat je met twaalf jaar echt wel heel volwassen zou zijn, naar de middelbare school en tongzoenen enzo. Toen je twaalf was, besefte je dat je met achttien pas écht volwassen zou zijn (alcohol, autorijden, op jezelf wonen). Toen je achttien was, realiseerde je je dat je natúúrlijk pas echt volwassen zou zijn na je afstuderen: dan kan je echt aan je leven beginnen. Onwijs leuke en uitdagende baan, dik salaris, dikke auto, Ryan Gosling-lookalike als hubby, koophuisje (dat krijg je allemaal bij die goede baan, namelijk). Wist jij veel dat je na je afstuderen vooral erg werkloos en wanhopig zou zijn, dat je nog steeds niet zou weten wat je wil en wat je kan en dat je nog steeds af en toe je moeder mist. Daarom spring ik in de bres voor alle werkzoekenden die onlangs (en met ‘onlangs’ bedoel ik: alles tussen zojuist en x aantal jaar geleden) afgestudeerd zijn – including myself: dit mogen jullie niet meer tegen ons zeggen. Vooral niet als je zelf zo’n succesverhaal bent met een dikke, onwijs leuke en uitdagende baan.

Auteur: Lotte Wijfje

1. “Had je dan niet beter iets anders kunnen gaan studeren?”

“Ja! Nu je het zegt! Ik ga meteen even in mijn tijdmachine naar vier jaar geleden om iets anders te gaan studeren! Dankjewel, nooit zo over nagedacht!”

Misschien had je wel iets anders moeten gaan studeren. Iets waarmee je sowieso snel een baan zou krijgen, bijvoorbeeld. Men schijnt te springen om programmeurs, dus dat had een optie kunnen zijn. Of misschien had je voor metselaar kunnen leren? Die zijn ook altijd nodig. Wat moet je eigenlijk studeren om minister-president te worden?

Het punt is: je bent iets gaan studeren wat je leuk vond, iets waar je goed in was of goed in wilde worden. Iets wat bij je past. Het logische gevolg daarvan is dat je dan ook terecht komt bij een baan die je leuk vindt, een baan die bij je past. Zodat je die 40 uur per week de komende vijftig jaar kan besteden op een plek waar je toch in ieder geval een redelijke kans hebt om gelukkig te worden. Een blije werker = een blij mens. Dus nee, je had niet beter iets anders kunnen gaan studeren.

2.“Heb je al Linked-In?”

“Nee? Wat? Link Tin? Ik heb wel Tinder, heb ik daar iets aan?”

NATUURLIJK HEB IK AL LINKED-IN.

Verder wil ik op dit punt alleen graag verwijzen naar dit stuk dat ik eerder schreef.

3. “Maar, je solliciteert wel?”

“Nou, ik wacht eigenlijk af tot de chef van mijn droombaan ineens zelf bedenkt dat ik onmisbaar ben in zijn bedrijf en dan voor de deur staat met een jaarcontract en een bos tulpen. Moet ik iets anders doen dan?”

Ja, je solliciteert. Véél. Of, beter gezegd: je bent continu op zoek naar leuke banen. Je volgt alles op Twitter wat maar enigszins gerelateerd is aan de arbeidsmarkt, je CV staat op Monsterboard, Young Capitals en nog zo wat sites, je ontvangt de banen in jouw interessegebied van Indeed, Nationale Vacaturebank, Jobbird per mail, je vrienden taggen je in alles wat eventueel misschien wel leuk voor jou zou zijn. Je bedenkt bij iedere vacature of jij daar ook maar ergens in de verste verte geschikt voor zou kunnen zijn, of dat je er zo’n verhaal omheen kan lullen dat je een soort van geschikt lijkt. Je probeert iedere keer opnieuw weer op te boksen tegen al die tweehonderdnegenennegentig andere briefschrijvers, waarbij er altijd wel een paar zitten met meer ervaring. Je kan de standaardafwijzingsbrieven inmiddels dromen (je voldoet niet aan het profiel/we gaan voor iemand met meer ervaring/we zijn toch een andere weg ingeslagen), die vaak vertalen in “we kenden iemand via via en die is het dus geworden.”

Ja, je solliciteert veel en nee, het is niet leuk.

4. “Zou je dan niet gewoon bij [vul droombaan in jouw vakgebied in] willen werken?”

“Ja! Wat een goed idee! Ik bel ze meteen even dat ik maandag begin.”

Je kan wel honderd bedrijven bedenken waar je graag zou willen werken. Dan is het alleen nog maar een kwestie van dat er iemand wegvalt waardoor een plek vrijkomt en, o ja, nog even jezelf bewijzen tegenover die honderden andere werkzoekenden. Makkie. Vanmiddag even doen voor het avondeten.

5. “Bij mij ging het eigenlijk heel makkelijk, ik heb gewoon [vul succesvol carrièrepad naar keuze in]”

“Oh, wat goed! Misschien kan ik dan precies hetzelfde doen en dan kom ik er ook wel!”

Superfijn hoor, dat het bij jou zo makkelijk lukt. Maar dat betekent natuurlijk niet dat iedereen het gewoon precies zo kan doen. Ja, of iedereen moet exact jouw skillset, contacten, ervaring en geluk even kunnen lenen?

6. “Maar wat wil je dan eigenlijk?”

“…”

Sommige werkzoekenden zullen misschien wel weten wat ze willen, maar het grootste deel heeft geen flauw idee, vermoed ik. Dat kan je toch pas echt weten als je het gaat doen, toch? En het lastige daarvan is weer dat het best wel moeilijk is om het te gaan doen als je de kans niet krijgt.

De hele kwestie zou gewoon al een klein stukje minder frustrerend kunnen zijn als niemand meer stomme vragen stelt. Dus, alsjeblieft, hoe goedbedoeld ook: niet meer doen. Dankjewel hè.