Deelnemen aan het verkeer is in Nijmegen soms levensgevaarlijk. Dat is nooit je eigen schuld. Je kijkt immers altijd links en rechts voor je oversteekt, wacht voor rode verkeerslichten en fietst nooit zonder licht. Nee, het is de schuld van de argeloze wandelaar of scheurende automobilist. En anders is het wel de schuld van de gemeente Nijmegen, die dolkomische doch dubieuze verkeerssituaties creëert, waarvan hier mijn top drie volgt.

Auteur: Emma Broekhuizen

Plein 44

Dit stadsplein werd niet zo lang geleden gerenoveerd en voorzien van een bedenkelijk tegelpatroon. En dat terwijl Plein 44 de enige fietsenstalling van de binnenstad herbergt die niet altijd propvol staat. Om hier te komen, moet je echter een halve kilometer vóór de fietsenstalling afstappen, wil je niet volledig door elkaar geschud worden met reële kans op een lekke band, kaakfractuur of elleboogblessure, alleen omdat een architect heeft bedacht dat asymmetrische natuurstenen met grote kuilen ertussen júist heel nu zijn. Dat beseft de gemeente Nijmegen inmiddels ook, dus het plein wordt as we speak voor flink bedrag opnieuw betegeld.

Het Keizer Karelplein

De nachtmerrie van elke beginnende chauffeur dan wel chauffeur die niet houdt van andere weggebruikers. Als fietser verbaas ik me regelmatig over de toeterende weggebruikers die elkaar met piepende banden afsnijden of naar elkaar zwaaien met middelvingers. Voor verwondering heb je alle tijd, want de stoplichten op het “KKP” zijn met recht stoplichten. En als je dan eens een groene golf treft, stapt er immer een horde onwetende dagjesmensen het fietspad op die het verschil niet ziet tussen de stoep en het fietspad.

Welke halvezool heeft overigens bedacht dat het leuk zou zijn om een parkje aan te leggen op het midden van een verkeersplein waarop het vrijwel altijd spits is?

SAMSUNG CSC
Keizer Karelplein, met in het midden het befaamde parkje

De drempel des doods

Ofwel: de gele reuzendrempel die het centraal station en de Van Schaeck Mathonsingel scheidt. De drempel waarvan ik zelfs na vier jaar nog in de veronderstelling verkeer dat hij nog niet af is. Het zit zo:

Er komen vier rode fietspaden samen. Op één drempel. Die geen markeringen heeft. Van de linkerkant komen de Lentse bakfietsmoeders, van de rechterkant zeilen studenten op rammelfietsen je tegemoet. Dan zijn er ook nog wandelaars die achteloos oversteken of rennen om hun bus te halen en auto’s die de drempel op jassen om iemand te kiss-en-riden, afgelost door forenzen die op hun vouwfiets met een noodgang richting het Keizer Karel willen. Dat allen komt tezamen op één grote gele drempel, waar je het verkeer van rechts, links, voor, achter én naast je in de gaten moet houden.

Als je de drempel eenmaal over bent, is er nog een onaangekondigde busbaan waar je bijna van je sokken wordt geveegd door een buurtbus die gruwelijk stinkt, maar vergoelijkend kopt dat hij op aardgas rijdt. Ik stel voor dat we voortaan allemaal onze ogen dicht doen op de Drempel des Doods, luid bellen en zo hard mogelijk trappen. En maar zien of je de overkant haalt. Zo niet, dan wordt dit obstakel vast gauw aangepakt.

SAMSUNG CSC
Zeldzaam rustige Van Schaeck Mathondrempel