Ik heb lang nagedacht of ik wel iets moest schrijven over het nieuwe album van Ray LaMontagne. Niet alleen beledigt hij terloops alle fans die vielen voor zijn vroegere werk, het lukt me ook nog eens niet om de titel in één keer goed op te schrijven, Orou, Ourobour… Orouborusous… Ouroboros dus. Ga er maar aan staan: in 2016 een conceptalbum uitbrengen als popartiest, met een onmogelijke titel en wat feitelijk twee tracks zijn én ontzettend lelijke cover art. Maar eigenlijk lijkt dit LaMontagne-album juist heel erg op zijn oude werk. En dat ie dat zelf niet ziet, maakt alleen maar duidelijk dat hij een bord voor zijn kop heeft.

Auteur: Stefan Meeuws

 

Oké, mijn beef met Ray LaMontagne komt voort uit dit interview, gepubliceerd op Vulture.com:

I can’t even listen to Trouble because all I hear is a much younger me manhandling the process. I hear that on the first record, the second record, the third record. There are little moments that start to come through as the records progress, but mostly I just hear myself manhandling it. I’m trying too hard. I’m trying to shape the songs too much. I’m singing too hard. I’m pushing too hard. But when you’re just learning, that’s something you have to go through before you figure it out.

Het is niet de eerste keer in de geschiedenis van alles dat iemand neerkijkt op zijn eerdere werk – zeker niet ter promotie van iets nieuws. “Mijn oude -dinges- was ruk, hier is mijn nieuwe dinges.” zijn woorden die kunnen worden gesproken door iedereen, van Gandhi tot Kabouter Plop. Maar dat je ineens je eerste drie albums samenvat met “Ja eigenlijk was ’t allemaal streberige rotzooi, met af en toe een momentje dat wel oké klinkt; noodzakelijk kwaad”, dat gaat nogal ver. Dat zijn wel de albums die je je fanbase hebben bezorgd die nu grof geld betaalt om je live te mogen zien. Live-optredens waarbij je in het begin nauwelijks een woord sprak en je muziek het werk liet doen. En die muziek, die zou nu ineens matig zijn?

Dat weiger ik te geloven, want als ik Oerbos, Uberboss, Oeverloos, Ouroboros (serieus, ik maak er nu een grapje van, maar mijn tiksnelheid daalt dramatisch op het moment dat ik die titel moet typen) met één album het beste kan vergelijken, dan is het het meest LaMontagneesque album tot nu toe, Until The Sun Turns Black. Het album bestaat voor een groot deel uit gitaarpartijen uit de categorie “navelstaren” en dat zit wel in een jasje dat hier en daar iets meer rock is, maar daarmee hou je mij niet voor de gek.

RLM_BS16_PL1793Neem nou opener Homecoming, dat is dus gewoon dezelfde vibe als Be Here Now. En single Hey No Pressure voelt als een moderne Three More Days. Het mag op vinyl dan allemaal aan elkaar geplakt zijn en als twee delen klinken, op Spotify staan gewoon acht liedjes. Another Day voelt als een combinatie tussen Barfly en Till The Sun Turns Black.

Niet dat het allemaal klassiek werk op herhaling is, hoor, LaMontagne werkt samen met Jim James (van My Morning Jacket) en samen maken ze er een mooie trip van vol mooie gitaarpartijen, zachte fluistervocalen en hier en daar een moment dat iets pittiger en meer uptempo klinkt. In de vorm van een ingewikkeld conceptalbum, waar je dan wel weer even voor moet zitten om ernaar te luisteren. Net als bij zijn eerste platen dus.

In die zin ben ik dus, juist als fan van het eerste uur, best blij met dit album. Rondom de verschijning van God Willin’ & The Creek Don’t Rise riep ik een keer dat het tweede album van LaMontagne het hoogtepunt uit het oeuvre van LaMontagne tot nu toe bleek te zijn. Ik koesterde de hoop dat er in de toekomst toch nog een groot hoogtepunt bij komt. Vorig album Supernova was verfrissend, maar toch ook wel poppy en bij tijd en wijle zelfs commercieel. Ray LaMontagne heeft met Orebore, Oeleboele, Ouroboros een ouderwets LaMontagne-album gemaakt, maar met de ambitie en avontuurlijke insteek die hij met Supernova vond.

Zelf ziet hij dat toch echt anders, want de liedjes spreken nu voor zichzelf. Uit hetzelfde interview: “I hear myself completely out of the way, just letting the songs dictate. They tell me what they want. I follow them. It’s their game.”

Tuurlijk LaMontagne. Hij geeft er niet zo veel om wat de publieke perceptie van hem is, zo lezen we in een ander interview, met RollingStone.com. Dus dan kan ik hier best roepen wat ik wil. Want of hij het nu wil of niet, Ourbros, Oreo, Ouroboros had best tien jaar geleden gemaakt kunnen worden, met een mooiere cover en een betere titel. Er zit genoeg in waar de fan van het eerste uur al jaren op zit te wachten. Als hij dat zelf niet ziet, dan heeft hij een bord voor zijn kop. Misschien moet hij een keer samen met wat fans naar die eerste platen luisteren. Dan leert hij zelf dat die nummers stuk voor stuk klassiekers zijn en tot fenomenale kippenvelmomenten leiden. En dat dat live nog veel beter lukt, staat buiten kijf. Maar doe je oudere platen niet af als manhandling en geforceerde kunstgrepen. Dan heb je dus gewoon een Ourobord voor je kop…