Iedereen die ooit in een grijs verleden in de horeca heeft gewerkt weet: het is machtig mooi werk. Soms hard werken, maar de fissa op de werkvloer en de naborrel maken veel goed. Jammer genoeg moet je die werkvloer ook altijd delen met gewenste en soms wat minder gewenste gasten. Gelukkig voldoen die types vaak exact aan hun productgroep, en is het niet moeilijk te voorspellen hoe zij zich zullen gaan gedragen. Daarom, hierbij: een korte handleiding voor de meestvoorkomende types in je café.

Auteur: Lotte Wijfje

1. De jongelingen
Herkenbaar aan hun jeugdige leeftijd (echt?). Zijn vaak wat verlegen en durven niet zo goed hardop te zeggen wat ze willen drinken. Wachten vaak tot de ander begint met het praten (dit wachten kan vele ongemakkelijke minuten duren) of zijn langdurig druk met het “bestel jij maar eerst”, “nee, doe jij maar”, “nouhou, nee, jij eerst”-gepingpong. Kunnen door het minimumloon van de Albert Heijn maar één drankje betalen. Of een tosti ham-kaas (om te delen, natuurlijk), met een glas kraanwater.
Wat doe je als horecatijger? Niet zoveel. Veel glimlachen, veel geduldig afwachten tot iemand uiteindelijk gaat praten. Héél goed luisteren, ook belangrijk (ze praten nogal zacht). Bovenal: genieten van dit gelukzalige moment, ze zouden zomaar eens kunnen opgroeien tot onderdeel van De mannengroep (zie later in dit stuk).

2. De eerste date
Deze soort komt in veel varianten, wat het leuk maakt, maar soms ook moeilijk te herkennen. Let vooral op de ongemakkelijkheid en de standaardgesprekjes (“ben je meer een honden- of een kattenmens?”). De eerste ronde drankjes is vaak bepalend voor de rest van de date. Bestelt mevrouw een speciaalbiertje en meneer vervolgens een zoete witte wijn, zal de romance geen lang leven beklonken zijn.
Wat doe je als horecatijger? Zet een kaarsje neer. Gezellig. Probeer de ongemakkelijkheid uit de lucht te halen met een grapje of door jezelf even voor schut te zetten (kunnen ze daar voorlopig even over praten). Zet veel liedjes op als Listen to your heart en All you need is love. Indien je zelf ook wel interesse hebt in één van de twee, is dit misschien wel je laatste kans om hem of haar te strikken (die eerste date zou over een jaar wel eens in de zoektocht naar een koophuis in Lent getransformeerd kunnen zijn). Sla dan nu je slag. Praat iets te hard met je collega over het niet-zo-schone imago van de date, als de date in kwestie naar de wc is, bijvoorbeeld. En knipogen, hè.

3. De vaste gast
Komt hier váák. Zegt dat ook váák en tegen iedereen die het horen wil. Heeft zijn eigen tafel en schroomt niet anderen weg te sturen als die zich aan zijn tafel hebben durven plaatsen. Is licht tot zwaar gepikeerd indien je zijn vaste bestelling niet uit het hoofd kent.
Wat doe je als horecatijger? Groet opgewekt als de vaste gast binnenkomt. Zeg bijvoorbeeld: “Hééééééé daar ben je!” Zeg soms dingen als “Ik was al bang dat je niet meer zou kómen, joh!” en “De woensdagmiddag zou écht niet hetzelfde zijn zonder jou, hoor!” Stel nieuwe collega’s direct op de hoogte van de grillen van meneer, zodat er geen fouten worden gemaakt. Je wil immers niet zijn dag meteen he-le-maal verpesten door een koffie in plaats van een cappuccino voor zijn neus te zetten.

4. De mannengroep
Vaak te vinden op vrijdag- en zaterdagavond. Gaan gepaard met veel “heuuu”-geroep en bier. Aan het begin van de avond vaak rustig op de achtergrond aanwezig, maar hun geluidsniveau stijgt evenredig met het alcoholpromillage in hun bloed. Zijn soms extreem ‘vriendelijk’ tegen je vrouwelijke collega’s. Je weet dat het uit de hand gaat lopen als ze hun telefoons uit gaan drukken als de vriendinnen bellen.
Wat doe je als horecatijger? Breng. Bier. Regelmatig. Per ronde, niet per persoon. De langzaamste drinker heeft zijn tempo maar aan te passen (“heuuu homoooooo”) en de snelste drinker wacht maar even (“heuuu die man is helemaal gééék”). Vertel nooit hoe je heet, tenzij je zin hebt om continu aan tafel geroepen te worden omdat er één een mop wil vertellen. Vertel eventueel wel de naam van je collega. Lachen! Voor jou dan.

5. De “ik-werk-ook-in-de-horeca”
Dit is iemand die weet hoe het is om in de horeca werken. Want diegene werkt zelf ook in de horeca. Dus ze weet hoe het is. Want ze werkt zelf ook in de horeca. Of zei ik dat al? Ze begrijpt je heel goed, in ieder geval. Omdat ze zelf ook in de horeca werkt. En daarom helpt ze je, met bordjes aangeven en glazen aanpakken. En met meevoelend glimlachen als je iets op de grond gooit of een bestelling vergeet. Maar ook veel begrijpend knikken. Want ze weet hoe het is. Omdat ze zelf ook in de horeca werkt.
Wat doe je als horecatijger? Je hoeft eigenlijk niet zoveel speciaals te doen. Ze zal alles wat je doet toch wel heel goed begrijpen. Want ze weet hoe het is. Horeca, weetjewel.

6. Het gezin
Vader, moeder, paar koters. Vader drinkt een biertje, moeder fris (want die moet nog rijden), kinderen appelsap/fristi/chocomel. Als de kinderen zich gedragen blijven ze een broodje eten.
Wat doe je als horecatijger? Wees vooral lief tegen de kinderen. Geef ze een rietje in hun drankje. Doe een beetje je best ze te ontwijken als ze tegen je aanrennen terwijl je met een blad vol thee rondloopt. Wees vriendelijk en beleefd tegen de moeder, maak grappen tegen de vader. Beeld je in hoe je over een paar jaar zelf als uitgebluste ouder met chronisch slaaptekort in een café zal zitten, en hoe blij je dan zal zijn om met een normaal persoon te praten die niet je partner of je peuter is.

7. Toeristen
Buiten horecagelegenheden te herkennen aan een zoekende blik, binnen aan plattegronden en camera’s op tafel en de oorverdovende stilte wanneer je vraagt of ze iets willen drinken. Gaan eigenlijk altijd voor bier en voedsel dat ze herkennen (burgers!).
Wat doe je als horecatijger? Geef ze een Engelse menukaart. Praat rustig. Raad bezienswaardigheden aan. Laat zien hoe leuk wij Hollanders zijn. Hark die fooien ongegeneerd binnen. Pas wel op bij Duitsers: ga niet proberen in je gebrekkige middelbare school-Duits met ze te praten. Als ze het idee krijgen dat je ook maar de geringste kennis van hun prachtige taal hebt zullen ze in zulk rap Duits met je pogen te converseren dat je er geen bratwurst meer tussen krijgt. En onthoud dat Engelsen hun bier alleen per halve liter drinken, altijd. Scheelt je weer stappen.