Ik ben bij de redactie van Incognitief omringd door kenners. Sportkenners, filmfanaten, muziekgekken. Ik heb zelf nergens écht verstand van, behalve dan misschien één ding. De groep der groepen, mijn kindertijd in cassettebandjes, alle aspecten uit het zware leven van een welvarend kind op muziek: Kinderen voor Kinderen. Wie kent ze niet, de gezellige, vrolijke liedjes over onbewoonde eilanden, zingen in een meidengroep en tieten. Maar er is zoveel meer: Kinderen voor Kinderen heeft ook veel héle zielige liedjes gemaakt. Die vergeet je meteen weer als je met je eigen heftige puberproblemen geconfronteerd wordt. Gelukkig ben ik hier om jullie als zelfverklaarde expert door een aantal van die pareltjes heen te leiden. Huilen mag.

Mijn broertje (Kinderen voor kinderen 3)
“Mijn broertje is niet helemaal, niet echt zoals het hoort. Hij ziet de wereld niet als wij, is ook veel vrolijker dan wij en met de kleinste dingen blij, dat komt, mijn kleine broertje, is geestelijk gestoord”.

Eerlijk liedje over een broertje met het Syndroom van Down. In 1982 was het blijkbaar nog gewoon voor iedereen oké om dat aan te duiden als “geestelijk gestoord” en “mijn broertje is mongool”.

Zusje van mijn zus (Kinderen voor kinderen 15)
Persoonlijke favoriet. Mooi hoe het in zo weinig woorden zoveel zegt: “Hoe kan ik nou verliefd zijn, ik weet niet eens wat of het is. Ik weet alleen dat ik ‘m nu al mis.” Ah, zielig. En zo waar. Ik heb met dit liedje nog wel eens een poging gedaan om beroemd te worden – bij het Kinderen voor Kinderen Songfestival, dat is. Heeft me gek genoeg nooit echt wereldroem gebracht.

Mama waar ben je nou (Kinderen voor kinderen 19)
Allerzieligste van deze lijst. “Ik wou nog van alles aan je vragen, ik wou nog van alles van je weten. Kon ik nog maar één keer lopen klagen, over ‘t eten.” Snijdt dwars door je ziel. Lief jongetje zingt over dat zijn moeder er niet meer is, en dat-ie steeds moet denken aan hoe ze samen gezellig gek zaten te doen. Mooie vioolpartij ook. Eentje in de categorie: niet luisteren onder labiele hormonale omstandigheden.

Het leven duurt een leven lang (Kinderen voor kinderen 18)
Nog één in de categorie dode moeder. Mét troostende ondertoon, maar dan wel op z’n Kinderen voor Kinderens: het leven duurt een leven lang. Wijsheid hoor. Buiten dat, superzielig liedje gewoon.

Mijn vader is een ster (Kinderen voor Kinderen 13)
Want vaders gaan ook dood en daar kan Kinderen voor Kinderen ook heel goed zielige liedjes over maken.

Anders dan je denkt (Kinderen voor kinderen 20)
Gaat over Marianne, die is heel stil want haar zusje is heel ziek. Wat moet je dan zeggen, als hartsvriendin (harrrrrrrrrrtsvriendin). “Iedereen die weet het, maar niemand zegt een woord, het lijkt wel of Marianne niet meer bij ons hoort.” Uiteindelijk is Marianne niet meer op school, haar zusje is gestorven, midden in de nacht. Kijk, dat zijn nog eens onderwerpen, Kinderen voor Kinderen. Niks “ik mag de ezel zijn”, dode zusjes zijn pas echt geschikt voor kleine luisteraars.

Oma (Kinderen voor kinderen 18)
Dit is maar een van de vele zielige liedjes over opa’s en oma’s – die hebben nou eenmaal niet het eeuwige leven. Maar, deze oma is alive and kicking, maar wel hartstikke dement. En ze wil naar huis. Lieve, gekke oma.

De pest aan pesten (Kinderen voor kinderen 17)
Ook een regelmatig aangeboord thema bij onze vrienden van Kinderen van Kinderen. Deze is net wat anders, want vanuit de pester gezongen. Het meisje pest een klasgenootje dat altijd overal het beste in is. Maar toen ging iedereen meepesten. “Het is een kwestie van meedoen met de rest, want anders word je zelf misschien gepest.” Wel een happy end overigens (maar wel weer op z’n Kinderen voor Kinderens natuurlijk): ze gaat zeggen dat het haar spijt en dan heeft ze meteen geen schuldgevoel meer en heeft ze ook meteen maar de pest aan kinderen die nog wel pesten. Dingen komen best snel goed in de wereld van Kinderen voor Kinderen.

Ik zou nog zoveel meer willen vertellen over de prachtmuziek die Kinderen voor Kinderen heeft voortgebracht maar ik zal het hierbij laten. Voor nu. Na al die ellende wil ik wel nog graag één liedje delen om alles goed te maken: het allerstomste Kinderen voor Kinderen-liedje ooit. Ook om te huilen maar dan nét even anders.

Alles van paarden (Kinderen voor kinderen 16)
De r van het meisje alleen al is genoeg om elke keer het kippenvel op je klauwen te doen staan. En dan zegt ze dus ook nog in elke zin paarrrrrrrden of woorrrrrrrrrden. Maar de tekst van het prachtnummer stelt ook niet teleur: “Meer nog dan paarden, houden van paarden, zoveel houd ik ervan.” en “Een paard heeft vier benen, een hoofd en een staart, een hoef is van ijzer en een veulen is een jong paard”. Oké nog eentje dan: “Maar dat zijn woorden, enkel maar woorden, maar woorden schieten tekort, om te beschrijven hoe gelukkig ik word bij het zien van mijn paard, mijn lievelingspaard, hoe ze daar staat, en dan zo sierlijk zwaait met haar staart.” Hahahaha.