“Het is echt een fantastische film,” zegt mijn intellectuele oom, terwijl we samen richting de concertzaal lopen waar het mannenkoor van mijn vader zo aan de tweede helft van hun kerstconcert begint. “Ik hoorde het”, murmel ik, terwijl ik probeer terug te halen wat de jubeltermen in het NRC ook alweer waren. “En ja, Emma Stone hè”, glimlacht hij. “Meer redenen heb je eigenlijk niet nodig om naar de bioscoop te gaan.” Ik geef hem gelijk en voeg eraan toe dat twee uur naar Ryan Gosling staren ook bepaald geen straf is. Dan wordt Oh Danny Boy ingezet en geven we ons weer over aan de toppen van de Twentse entertainmentindustrie.

Een paar dagen later besluit ik, aangemoedigd door alle juichende recensies, een kaartje te kopen voor La La Land. ‘Fabelachtig’, ‘Een ode aan de klassieke Hollywoodmusical’, ‘de grootse kanshebber bij de Oscars’: recensenten tuimelen over elkaar heen en plaveien de straten met sterren. ‘Het is een musical, maar laat je dat niet afschrikken!’, laat ook niemand ongenoemd. Ik haast mij met partner in crime Ricardo naar filmhuis LUX, schaf naast een kaartje een flesje cola aan en neem lurkend plaats in zaal 7. Laat die nostalgie maar komen, de komende twee uur hangen wij gewillig in een pluchen stoel.

Nu zal iedere La La Land-fan mij aan een hooivork willen rijgen, maar: ik raakte niet betoverd. Ik zat te wachten tot het gebeurde, beginnend met het blije openingsnummer, via de kleurige kostuums en de behapbare verhaallijn, naar de muzikale hoogtepuntjes (hé, John Legend!) en eindigend in melancholie. De aftiteling begon, ik stond op, liep naar buiten en dacht: ‘was dit het nou? Is dit nu “de beste film van 2016”? Het redmiddel tegen depressieve gevoelens?’ Ik kreeg spontaan trek in een Prozac.

Waarschijnlijk had ik de film beter gevonden als ik compleet blanco de bioscoop was binnengegaan, dat besef ik heel goed. De verwachtingen waren torenhoog, terwijl adoratie juist optreedt als die wat minder hoog gespannen zijn. De zang en dans waren in orde, maar niet fantastisch. Er werd goed geacteerd, maar niet uitmuntend. Of was het júíst uitmuntend omdat er niet zo hysterisch, maar heel klein gespeeld werd? Lastig.

Waar ik wel laaiend enthousiast van werd, was de muziek. Componist Justin Hurwitz, met wie regisseur Damien Chazelle ook al samenwerkte voor Whiplash, levert met Another Day Of Sun, City of Stars en Audition de beste filmmuziek in tijden af. Filmmuziek die zowel heel groot (Another Day of Sun) als piepklein (City of Stars) het verhaal optilt en je in je hart raakt. Filmmuziek die in je hoofd blijft zitten en pas weg gaat nadat je drie keer de Greatest Hits van het Rijssens Mannenkoor op volume zestig hebt afgedraaid.

Dus, moet je nu naar La La Land toe of niet? Dat moet je lekker zelf weten. Probeer je verwachtingen wat te temperen als je wel besluit te gaan. Lijkt het je niks? Luister dan in ieder geval een keer naar die fabuleuze muziek. Het album staat op Spotify.