De zomer staat voor de deur en dat betekent één ding in quasihip Nederland: foodfestivals. Jaren geleden kon je op een muziekfestival alleen een harinkje en een softijsje krijgen, tegenwoordig stijgt het aantal food festivals een stuk harder dan het aantal muziekfestivals. Nederland is de broodjes Unox meer dan zat en omarmt zijn culinaire kant. Maar hoe zit dat eigenlijk met al die foodfestivals? 

Na jaren diverse foodfestivals te hebben bezocht, vind ik dat de tijd rijp is om er een stukje aan te wijden. Begrijp me niet verkeerd, de focus op kleine, hardwerkende ondernemers die heel erg lekkere dingen maken vind ik geweldig. Maar ondanks dat vrijwel alles op foodfestivals goed smaakt en de mensen sympathiek zijn, ben ik ze toch een tikje beu geworden….

1. De verplichte focus op ‘ambachtelijk’ en ‘handgemaakt’

Ja, het is juist iets héél goeds! Maar het ligt er zo dik bovenop en alles moet maar ambachtelijk zijn. Terwijl ‘ambachtelijk’ geen beschermde term is: ook ambachtelijke frietjes kunnen in een fabriek zijn gesneden. Al zit er dan net dat stukje ‘vergeten’ schil aan. Maar goed, al die foodtruck-mensen werken natuurlijk keihard en schillen zich nachtenlang een ongeluk.

2. Net te kleine porties

Ik ben wellicht een vreetzak, maar op foodfestivals blijf ik eten. Alles is lekker en het is bijna nooit echt veel. Voor een eurootje of acht heb je één hamburger, en dan neem je toch ook dat zakje frietjes (ambachtelijk natuurlijk) voor 3 euro erbij. Uiteindelijk ga je ook voor die felroze cocktail die je constant voorbij ziet komen, en die dan ineens 12 euro kost en voor de helft uit ijs bestaat. En twee uur later heb je nog zin in frozen yoghurt met m&m’s en aardbeien en een kopje espresso. En waarom ook niet? Je hebt toch nog drie muntjes in je zak. En dan het bier of de wijn niet te vergeten. Als je niet oppast, heb je al snel meer geld uitgegeven dan je in een standaard restaurant zou doen. Maar heb je op het gras gezeten.

3. De hapjes die je op elk foodfestival tegenkomt

Foodfestivals anno 2017 serveren eten dat over tien jaar bijna niemand meer eet, zoals broodjes pulled pork (zeker lekker), frozen yoghurt, broodjes buikspek (pork belly voor de anglicisten) en pizza met speltbodem of vegan. Daarnaast heb je op ieder zelfrespecterend foodfestival een kraampje met churros (de toppings worden wel steeds gekker, dit jaar hadden ze op Trek churros met oreo-topping), iets Aziatisch-geïnspireerd maar nooit écht Aziatisch en hamburgers in allerlei variaties, van de ‘classic’ tot ‘Mexican’ tot ‘bean patty’. En bijna overal serveren ze vergelijkbare zaken. Tsjonge.

4. Die stomme plastic betaalglazen….

Foodfestivals anno 2017 serveren niet alleen biologisch en handgemaakt voedsel, maar geven om het milieu. Dat is fantastisch, maar het bederft de pret lichtelijk als blijkt dat je 13 euro hebt afgerekend voor twee biertjes omdat je plastic glazen moet kopen. Vervolgens ga je alleen maar meer drinken omdat je per se je glas góed wilt gebruiken. Daarna neem je je vieze glazen toch maar mee naar huis (en laat je ze pontificaal in de tuin staan totdat een oplettende buurvrouw bij je aanbelt de volgende ochtend, oeps…) omdat je het anders zonde vindt. En dan staan die glazen in de kast en gebruik je ze nooit, want plastic drinkt niet fijn. En iedere keer dat je je keukenkastje opent word je herinnerd aan die DERTIEN EURO die je hebt betaald voor twee plastic glazen.

5. Authentiek? Pas maar op…

In 2016 is het Conimex gelukt om op Rollende Keukens te infiltreren, geheel tegen het beleid van het foodfestival. Waar Rollende Keukens en andere foodfestivals kleine ondernemers centraal stellen die handgemaakte, verse producten leveren, vertegenwoordigt pakjesproducent Conimex de Grote Eindbaas die verslagen moet worden. Blijkbaar kun je via een marketingbureau een foodtruckondernemer ‘inhuren’. Wat? Hoe authentiek zijn al die ondernemers dan? Want op het festival zelf trapten mensen direct in de ongetwijfeld heerlijke, met e-nummers volgepompte ‘hurry for curry’-bakjes die ze natuurlijk nóóit zouden kopen als er Conimex op stond.

 

Bron afbeelding: Weekendnotes