Alwéér een artikel over de HEMA-kinderkledingdiscussie? Het zit Henk & Ingrid en hun progressieve equivalenten nogal hoog, de laatste dagen. Hoewel het natuurlijk heerlijk discussieert, zo over kinderruggetjes, vraag ik me af hoe nodig het is om kinderen in hokjes te stoppen. 

Los van wat je van de beslissing van HEMA vindt, maakt de omvorming van het kinderkledingassortiment wel een mooie discussie los. Het gaat namelijk niet eens zozeer over het labeltje in een jasje, maar wel over een onderliggend vraagstuk: in hoeverre laat je een kind als een onbeschreven blad aan zijn of haar leven beginnen? Hoe subtiel ook: kleuren, labels, speelgoed en woorden dragen een boodschap met zich mee. Zwarte Nikes in maat 26: stoer. Lila jurkje met ruches: schattig. My Little Pony: voor meisjes. Blaze Monstertruck Crusher: voor jongens. Waarom zou je een kind niet al die kleuren, labels, spullen en woorden aanbieden en het zelf zijn voorkeur laat bepalen?

Genderneutraliteit op de kwekerij

Ik heb, als ik er nu op terug kijk, die keuze altijd ruimschoots gekregen. Mijn ouders hebben mijn broertjes M. en J., zusje A. en mij behoorlijk genderneutraal opgevoed. Ik denk niet eens dat dat bewust was: genderneutraliteit was niet echt een ding anno 1990 ter hoogte van de Twentse weilanden. Misschien was het uit gemak dat we dezelfde overalletjes droegen als we naar de kwekerij van mijn opa gingen. Misschien hadden ze geen zin om twee keer naar een aparte sportclub te rijden en deden broertje M. en ik om die reden allebei aan wedstrijdzwemmen (en gingen we later samen op basketbal). Misschien was het uit gebrek aan fantasie dat we met Sinterklaas spelletjes en lego kregen, bedoeld voor ons allemaal. Maar dat weiger ik te geloven.

Toen M. een kraan voor zijn verjaardag kreeg, gemotoriseerd en wel, was ik er niet bij weg te slaan. Andersom zijn er foto’s dat hij met mijn haarspeldjes en elastiekjes het kapsel van een vakantievriendinnetje aan het fatsoeneren is. We deelden de skelter, de Duplo en Lego, de spelletjes en de poppen. We maakten ruzie over de schommel, de stiften die niet uitgedroogd waren en de afstandsbediening, want zo waren we dan ook wel weer. Een Barbiehuis had ik niet, ook al had ik dat destijds graag gewild. In plaats daarvan werkte mijn vader weken aan een houten poppenhuis met drie verdiepingen en echte gordijnen voor de ramen. Uiteraard sloegen we elkaar vervolgens de hersens in omdat we er allemaal tegelijk mee wilden spelen.

Kraamvisite

Een paar jaar later, ik was veertien, ging ik samen met mijn vader op kraambezoek bij mijn pasgeboren nichtje. Hij was vlak daarvoor nog even bij Intertoys geweest. “Wat heb je gekocht?”, vroeg ik nieuwsgierig. “Een vrachtwagen!” riep hij trots. “Prachtig toch?!” Zo prachtig vond ik dat destijds niet. Waarom moeten mijn ouders nu weer met zulke debiele cadeaus aankomen? Konden ze niet gewoon een keer normaal doen en een rammelaar kopen of zo? Nee dus. Dat konden ze niet. En achteraf vind ik dat heel mooi.

Afwastrauma

Mijn oma is nog van een hele andere generatie. Als we daar op zondag hadden gegeten, moesten mijn zusje en ik altijd helpen met de afwas. “En de jongens dan?”, riepen we keer op keer vol verontwaardiging – wat een kansloze missie bleek. Ondertussen lag mijn oudste broertje blauw van het lachen op de bank met de afstandsbediening in zijn hand. Ik had nog wel enig respect voor mijn oma, dus ik deed braaf wat ze ons opdroeg, maar vanbinnen kookte ik. “Doe maar gewoon wat oma zegt”, suste mijn vader dan. “Thuis zijn zij weer aan de beurt.”

Waarom zou je?

Maar wat levert het nu op? In mijn geval dat ik met net zoveel plezier naar Top Gear als naar Hollands Next Top Model kijk, niet bang ben om vies te worden en zonder moeite spinnen de deur wijs. Ik ben handig in en om het huis, maar kan ook een prima potje koken. Tegelijkertijd merk ik dat ik deze activiteiten blijf labelen als ‘vrouwelijk’ of ‘mannelijk’: het zit diep, helaas.

In wat algemenere zin vorm je hiermee kinderen die weten wat ze willen. Kinderen die iets kiezen omdat ze dat graag willen, en niet omdat het de gebruikelijke keuze is. Kinderen die iets dragen wat ze mooi vinden, die iets doen wat ze leuk vinden. Kinderen die hebben geleerd dat het oké is om af te wijken. Zelfverzekerde kinderen! En ja, ook kinderen met een gat in het hoofd vanwege een poppenhuis.

Dankzij de actie van de HEMA zetten we kleine stapjes in de goede richting: langzaam maar zeker ontkoppelen we gender van artikelen en activiteiten, zodat het voor iedereen makkelijker wordt om te kiezen wat het beste bij hem of haar past. Of dat nu zwarte Nikes of een lila jurk met ruches is; of dat nu Top Gear of Hollands Next Top Model is.